Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2006. U leest nu de tekst die gold op -.

Uitvoeringsbesluit pluimveerechten Meststoffenwet

Uitgebreide informatie
Besluit van 18 december 2000 houdende regels ter uitvoering van het stelsel van pluimveerechten (Uitvoeringsbesluit pluimveerechten Meststoffenwet)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 5 oktober 2000, no. TRCJZ/2000/12288, Directie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 58k en 58t van de Meststoffenwet, artikel 61 van de Meststoffenwet voorzover het betreft hoofdstuk 2, paragraaf 5, van dit besluit, en artikel 21, eerste en tweede lid, van de Wet herstructurering varkenshouderij, voorzover het betreft artikel 18 van dit besluit;
De Raad van State gehoord (advies van 14 december 2000, no. W11.00.0473/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 14 december 2000, no. TRCJZ/2000/15068, Directie Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Meststoffenwet ;
b. melding: melding als bedoeld in artikel 58k, eerste lid, aanhef, van de wet;
c. referentiejaar: jaar dat ingevolge artikel 58g, tweede en derde lid, van de wet voor de toepassing van hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, van de wet als referentiejaar geldt;
e. andere dieren: dieren van andere in bijlage A bij de wet opgenomen diersoorten dan varkens, kippen en kalkoenen;
f. kennisgeving van het vervallen van het pluimveerecht: kennisgeving van het vervallen van het pluimveerecht als bedoeld in artikel 58x van de wet.
2.
Voor de toepassing van hoofdstuk 2, paragraaf 5, wordt verstaan onder belanghebbende: belanghebbende als bedoeld in artikel 58a, onderdeel g, van de wet.
1.
De in 1998 op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdelen c en d, en tweede lid, onderdeel c, van de wet, en in de artikelen 11, tweede lid, en 12, tweede lid, wordt bepaald door het gemiddeld aantal in 1998 gehouden, uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren, van de binnen deze diersoorten onderscheiden diercategorieën, opgenomen in bijlage A bij de wet , zoals dit aantal met betrekking tot 1998 en het desbetreffende bedrijf is opgegeven in de aangifte van de heffingen, bedoeld in de artikelen 14 en 22 van de wet dan wel, bij gebreke daarvan, zoals dit aantal is vermeld op de opgave, bedoeld in artikel 11 van de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet, te vermenigvuldigen met de forfaitaire productienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat per dier per jaar, opgenomen in bijlage A bij de wet .
2.
De gegevens van de aangifte en de correcties daarop, en van de opgave, worden slechts in aanmerking genomen voorzover deze door het Bureau Heffingen zijn ontvangen vóór 1 januari 2001.
3.
Indien in 1998 overdracht van het bedrijf heeft plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van het eerste lid in aanmerking genomen de som van de door de vervreemder en door de verwerver van het bedrijf voor dat jaar ten aanzien van het bedrijf opgegeven aantallen kippen en kalkoenen, zoals deze aantallen over het gehele jaar zijn gemiddeld.
4.
Artikel 58y, derde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op het in de artikelen 4, tweede en derde lid, 14, vierde lid, en 15, tweede lid, bedoelde mestproductierecht.
Artikel 3
Een belanghebbende kan de melding slechts doen ten aanzien van één van de onderdelen van artikel 58k, eerste lid, van de wet.
1.
De omvang van het pluimveerecht van een bedrijf ten aanzien waarvan voldaan is aan de voorwaarden, gesteld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel a, van de wet en gesteld in deze paragraaf, komt overeen met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wet bepaalde hoeveelheid, vermeerderd met de door de belanghebbende bij de melding aangegeven hoeveelheid fosfaat.
2.
De door de belanghebbende aangegeven hoeveelheid fosfaat komt ten hoogste overeen met:
a. het op 5 november 1998 voor het bedrijf geldende mestproductierecht, verminderd met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wet bepaalde hoeveelheid fosfaat, of, indien de aldus bepaalde hoeveelheid minder is,
b. de hoeveelheid meststoffen afkomstig van het aantal kippen en kalkoenen waarmee het aantal op het bedrijf te houden kippen of kalkoenen kan worden vergroot ingevolge:
de naar aanleiding van de aanvraag, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel a, tweede gedachtestreepje, van de wet verleende milieuvergunning, dan wel
1°. het aantal dat kon worden gehouden op grond van de Wet milieubeheer voor de verlening van deze milieuvergunning, onderscheidenlijk voor deze melding, of, indien het aldus bepaalde aantal hoger is,
2°. het aantal dat zou kunnen worden gehouden indien het pluimveerecht zou worden bepaald overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wet.
3.
De hoeveelheid meststoffen afkomstig van kippen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt slechts in aanmerking genomen voorzover de som van deze hoeveelheid fosfaat en de in het referentiejaar geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen niet groter is dan de som van het op 5 november 1998 voor het bedrijf geldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen en het grondgebonden mestproductierecht.
Artikel 5
Bij de melding wordt een afschrift van de milieuvergunning, onderscheidenlijk van de aanvraag van de milieuvergunning en van de aanvraag van de bouwvergunning, onderscheidenlijk van de melding en van de aanvraag van de bouwvergunning, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel a, eerste, onderscheidenlijk tweede, onderscheidenlijk derde gedachtestreepje, van de wet, waarop door het bevoegd gezag de datum van ontvangst is aangetekend, overgelegd. Bij gebreke van een dergelijke aantekening wordt tevens een door het bevoegd gezag afgegeven bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld, overgelegd.
1.
De milieuvergunning, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel a, tweede gedachtestreepje, van de wet is uiterlijk op 1 januari 2002 verleend.
2.
De belanghebbende geeft binnen zes weken na de verlening van de milieuvergunning hiervan kennis aan het Bureau Heffingen onder overlegging van een afschrift van de milieuvergunning.
Artikel 7
Binnen zes weken nadat de extra huisvesting, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel a, van de wet is gebouwd, geeft de belanghebbende hiervan kennis aan het Bureau Heffingen.
Artikel 8
De kennisgeving, bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, en 7, tweede lid, wordt gedaan met gebruikmaking van een daartoe bestemd, door het Bureau Heffingen op verzoek van de belanghebbende ter beschikking gesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door de belanghebbende is ondertekend.
1.
De omvang van het pluimveerecht van een bedrijf ten aanzien waarvan voldaan is aan de voorwaarden, gesteld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel b, van de wet en gesteld in deze paragraaf, komt overeen met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wet bepaalde hoeveelheid, vermeerderd met de door de belanghebbende bij de melding aangegeven hoeveelheid fosfaat.
2.
Ingeval de belanghebbende ingevolge artikel 58k, eerste lid, onderdeel b, van de wet een verzoek om doorhaling doet, en het voor het bedrijf geldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen ten gevolge van de registratie van een of meer na 11 april 1999 gedane kennisgevingen van verplaatsing per saldo is verkleind, dan komt de door de belanghebbende aangegeven hoeveelheid fosfaat ten hoogste overeen met:
het varkensrecht waarop de belanghebbende op grond van hoofdstuk II en artikel 24 van de Wet herstructurering varkenshouderij ten hoogste aanspraak kon maken, welk deel wordt uitgedrukt in kilogrammen fosfaat door vermenigvuldiging van het aantal varkenseenheden met 7,4 kilogram fosfaat, verminderd met
de hoeveelheid fosfaat waarmee de latente ruimte, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel b, van de wet de hoeveelheid fosfaat overstijgt die wordt bepaald door het op 31 december 2000 voor het bedrijf geldende niet-gebonden mestproductierecht te verminderen met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wet bepaalde hoeveelheid fosfaat, althans voor zover deze laatstbedoelde hoeveelheid niet groter is dan het op 31 december 2000 geldende niet-gebonden mestproductierecht.
3.
De vermindering, bedoeld in het tweede lid, eerste gedachtestreepje, geschiedt ten hoogste voor een hoeveelheid fosfaat die overeenkomt met de hoeveelheid waarmee het niet-gebonden mestproductierecht geldend tot 1 januari 2001 per saldo is verminderd ten gevolge van de registratie van kennisgevingen van verplaatsing die zijn gedaan na 11 april 1999.
Artikel 10
De belanghebbende doet het verzoek om doorhaling, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel b, van de wet bij de melding.
1.
De omvang van het pluimveerecht van een bedrijf ten aanzien waarvan voldaan is aan de voorwaarden, gesteld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel c, van de wet komt overeen met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wet bepaalde hoeveelheid, vermeerderd met de door de belanghebbende bij de melding aangegeven hoeveelheid fosfaat.
2.
De door de belanghebbende aangegeven hoeveelheid fosfaat komt ten hoogste overeen met de in 1998 geproduceerde hoeveelheid meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen, verminderd met de in het referentiejaar door deze diersoorten geproduceerde hoeveelheid meststoffen.
3.
Artikel 58h, tweede en derde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op het tweede lid, met dien verstande dat in plaats van «het referentiejaar» wordt gelezen «1998», en dat van de op het bedrijf plaatsgevonden productie van dierlijke meststoffen afkomstig van varkens alleen de productie in de periode van 1 januari tot 1 september 1998 in aanmerking wordt genomen.
4.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt de in 1998 geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen enkalkoenen slechts in aanmerking genomen voorzover deze hoeveelheid kleiner is dan de voor elk van de jaren 1995, 1996 en 1997 berekende hoeveelheid fosfaat die wordt bepaald door de som van het grondgebonden mestproductierecht en 83% van het niet-gebonden mestproductierecht, geldend voor het desbetreffende jaar, te verminderen met de in het desbetreffende jaar geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van andere in bijlage A bij de wet genoemde diersoorten dan kippen en kalkoenen.
1.
De omvang van het pluimveerecht van een bedrijf ten aanzien waarvan voldaan is aan de voorwaarden, gesteld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel d, van de wet en gesteld in deze paragraaf komt overeen met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wet bepaalde hoeveelheid, vermeerderd met de door de belanghebbende bij de melding aangegeven hoeveelheid fosfaat.
2.
De door de belanghebbende aangegeven hoeveelheid fosfaat komt ten hoogste overeen met de in 1998 geproduceerde hoeveelheid meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen, verminderd met de in het referentiejaar door deze diersoorten geproduceerde hoeveelheid meststoffen.
3.
Artikel 58h, tweede en derde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op het tweede lid, met dien verstande dat in plaats van «het referentiejaar» wordt gelezen «1998», en dat van de op het bedrijf plaatsgevonden productie van dierlijke meststoffen afkomstig van varkens alleen de productie in de periode van 1 januari tot 1 september 1998 in aanmerking wordt genomen.
1.
De vergroting van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel d, van de wet is uiterlijk op 5 november 1998 schriftelijk bij het Bureau Heffingen gemeld.
2.
De grond waarmee de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is uitgebreid was al vóór 6 november 1998 daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf, bedoeld in artikel 12 in gebruik.
1.
De omvang van het pluimveerecht van een daartoe aangemeld bedrijf wordt in afwijking van artikel 58g, eerste lid, van de wet bepaald overeenkomstig het tweede lid indien dit bedrijf is aangemeld voor de toepassing van artikel 23 van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij, en de in artikel 23, eerste lid, van dat besluit bedoelde milieuvergunning, aanvraag, dan wel melding respectievelijk is verleend, ingediend of is gedaan ten behoeve van een vergroting van het aantal te houden kippen of kalkoenen op het desbetreffende bedrijf.
2.
Het pluimveerecht komt overeen met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van artikel 58k, van de wet bepaalde hoeveelheid, dan wel met de overeenkomstig de paragrafen 1, 2, 3 of  4 van dit hoofdstuk bepaalde hoeveelheid, vermeerderd met de door de belanghebbende bij de melding, bedoeld in het eerste lid aangegeven hoeveelheid fosfaat.
3.
De door de belanghebbende aangegeven hoeveelheid fosfaat komt ten hoogste overeen met de hoeveelheid fosfaat waarvoor artikel 55a van de wet ingevolge artikel 23 van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij ten aanzien van dat bedrijf buiten toepassing blijft.
4.
Indien 1997 het referentiejaar, bedoeld in artikel 58g, tweede lid, van de wet is, wordt voor de toepassing van het tweede lid in artikel 58h, tweede en derde lid, van de wet «niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen» gelezen als: niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, verminderd met de hoeveelheid fosfaat waarvoor artikel 55a ingevolge artikel 23 van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij ten aanzien van dat bedrijf buiten toepassing blijft.
5.
Het pluimveerecht is niet hoger dan het op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c van de wet voor het bedrijf geldende mestproductierecht.
1.
De omvang van het pluimveerecht van een daartoe aangemeld bedrijf ten aanzien waarvan ingevolge krachtens artikel 59 van de wet ontheffing is verleend van het uitbreidingsverbod, neergelegd in artikel 55 van de wet, zoals dat luidde onmiddellijk vóór inwerkingtreding van artikel 58c van de wet, en dat is ontstaan door splitsing in de periode tussen 5 november 1998 en het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c van de wet, wordt in afwijking van artikel 58g, eerste lid, van de wet bepaald overeenkomstig het tweede lid, indien voldaan wordt aan de voorwaarde, gesteld in het derde lid.
2.
Het pluimveerecht komt overeen met het pluimveerecht zoals dat voor het oorspronkelijke bedrijf ingevolge hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van artikel 58k, van de wet dan wel ingevolge hoofdstuk 2, paragrafen 1 tot en met 4, of artikel 15 zou hebben gegolden indien de splitsing niet had plaatsgevonden. Het pluimveerecht is niet hoger dan het op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c van de wet voor het bedrijf geldende mestproductierecht.
3.
De belanghebbende doet bij de melding, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van het pluimveerecht van het bedrijf dat voor de splitsing, bedoeld in het eerste lid, tezamen met het overeenkomstig het eerste lid aangemelde bedrijf één bedrijf was, een kennisgeving van het vervallen van het pluimveerecht zoals dat onmiddellijk op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c van de wet gold.
1.
De melding, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, en 15, eerste lid, wordt binnen zes weken na de inwerkingtreding van artikel 58c van de wet gedaan door de belanghebbende met gebruikmaking van een daartoe bestemd, door het Bureau Heffingen op verzoek van de belanghebbende ter beschikking gesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door de belanghebbende is ondertekend.
2.
Bij gebreke van een overeenkomstig het eerste lid gedane melding treden de in de artikelen 14, eerste lid, en 15, eerste lid, bedoelde genoemde gevolgen van de melding niet in.
Artikel 17
In afwijking van het in de artikelen 58q, derde lid, en 58s, vierde lid, van de wet genoemde percentage waarmee het pluimveerecht op het tijdstip van registratie wordt verminderd, geldt een percentage van 0.
Artikel 18
[Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wet herstructurering varkenshouderij.]
Artikel 19
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 58c van de wet in werking treedt.
Artikel 20
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit pluimveerechten Meststoffenwet.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 18 december 2000
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Uitgegeven zevenentwintigste december 2000
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemeen
+ Hoofdstuk 2. Nadere regels over een afwijkende bepaling van de omvang van het pluimveerecht
+ Hoofdstuk 3. Vaststelling van het kortingspercentage bij overgang pluimveerecht
+ Hoofdstuk 4. Wijzigingen in andere regelgeving en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken