Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op -.

Uitvoeringsbesluit verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken

Uitgebreide informatie
1.
Van alcoholvrije dranken die worden vervoerd dan wel voorhanden zijn buiten een inrichting of een entrepot, moet aan de hand van bescheiden de herkomst kunnen worden aangetoond.
2.
Het bescheid dat wordt gebruikt om de herkomst aan te tonen van alcoholvrije dranken die worden vervoerd, mag niet ouder zijn dan zes dagen.
3.
Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot alcoholvrije dranken die bij anderen dan ondernemers als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, of publiekrechtelijke lichamen, anders dan als ondernemer, voorhanden zijn of door hen worden vervoerd voor eigen verbruik voor zover die produkten zich bevinden in de gebruikelijke kleinhandelsverpakkingen.
Artikel 28
Met betrekking tot het verlenen, het aanpassen en het intrekken van op grond van dit besluit te verlenen vergunningen zijn de artikelen 45 tot en met 50 van de Wet op de accijns van overeenkomstige toepassing.
Artikel 29
In een douane-entrepot of een vrij entrepot in de zin van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, mogen voorhanden zijn:
a. niet-communautaire alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak als bedoeld in artikel 4, onderdeel 8, van het Communautair douanewetboek;
b. communautaire alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak als bedoeld in artikel 4, onderdeel 7, van het Communautair douanewetboek die voor uitvoer zijn vrijgegeven en die in afwachting van het verlaten van de Gemeenschap worden opgeslagen in een douane-entrepot van het type B of C, met toepassing van artikel 106, eerste lid, onderdeel a, van het Communautair douanewetboek in samenhang met artikel 534 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek.
1.
De voor opslag bestemde inrichtingen van de vergunninghouder van een entrepot van het type E of van het type C, bedoeld in artikel 525, tweede lid, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, kunnen voor de opslag van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak als inrichting worden aangewezen.
2.
Uit de administratie van de vergunninghouder voor de inrichting en voor een entrepot als bedoeld in het eerste lid, blijkt op overzichtelijke wijze welke goederen in de inrichting zijn opgeslagen en welke in het entrepot.
3.
Met betrekking tot plaatsen waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid is verleend, wordt onder het in artikel 5, derde lid, onderdeel c, van de wet bedoelde brengen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling vanuit het entrepot naar een inrichting die voor dat soort goederen als zodanig is aangewezen, mede verstaan het in de administratie overboeken van de goederen van het entrepot naar de inrichting.
4.
Voor de in het derde lid bedoelde overbrengingen is geen vervoersopdracht vereist.
5.
Op verzoek kunnen alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak worden aangemerkt als voorhanden te zijn in plaatsen waarvoor een in het eerste lid bedoelde vergunning is verleend indien zij in de administratie van de inrichting dan wel van het entrepot zijn opgenomen. In afwijking in zoverre van artikel 2, derde lid, worden de vervoersopdrachten alsdan voorzien van de verklaring dat de goederen in de administratie zijn opgenomen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Inrichting
+ Hoofdstuk III. Vrijstellingen en teruggaven
- Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen
+ Hoofdstuk V. Ontheffing verbodsbepalingen
+ Hoofdstuk VI. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht