Besluit van 4 september 2012, houdende regels ter uitvoering van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 27 april 2012, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 254194;
Gelet op de artikelen 2:7, eerste lid, 2:9, 2:28, eerste lid en achtste lid, 3:2, tweede lid, 3:7, eerste lid, 3:15, tweede lid, en 3:20, eerste lid van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 30 mei 2012, nr. W03.12.0149/II);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 29 augustus 2012, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 294806;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Het model van het certificaat, bedoeld in de artikelen 2:7, eerste lid, en 2:28, eerste lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties, wordt als volgt vastgesteld:CERTIFICAAT
bedoeld in artikel 4 van Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie
Artikel 3
Het model van het certificaat, bedoeld in de artikelen 3:7, eerste lid, en 3:20, eerste lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties, wordt als volgt vastgesteld:CERTIFICAAT
bedoeld in artikel 6 van Kaderbesluit 2008/947/JBZ van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning op vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen
Artikel 4
Het model van de kennisgeving, bedoeld in de artikel 3:15, tweede lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties, wordt als volgt vastgesteld:FORMULIER
bedoeld in artikel 17 van Kaderbesluit 2008/947/JBZ van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning op vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen
Artikel 5
Als verplichting die op grond van artikel 3:2, tweede lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd, wordt aangewezen: de verplichting tot het ondergaan van elektronisch toezicht.
Artikel 6
[Wijzigt het Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie.]
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties in werking treedt.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 4 september 2012
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Uitgegeven de dertiende september 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht