Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES
De Minister van Financiën
Gelet op artikel 13b, vijfde lid, van de Wet geldstelsel BES
Besluit:
Artikel 1
Deze regeling verstaat onder:
a. wet: de Wet geldstelsel BES , en
b. overgangsperiode: de in artikel 13a, onderdeel b, van de wet bedoelde periode.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel a, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 36 en 41, onderdeel B, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel a, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel b, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vindt artikel 37 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel b, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel c, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de landsverordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 4A en 24B van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel c, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel d, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 7, eerste lid, 66, 66a en 67, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel d, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel e, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 9, tweede lid, 62 tot en met 65 en 67, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel e, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel f, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vindt artikel 37 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel f, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel g, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vindt artikel 85 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel g, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel h, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 14 tot en met 18 en 20, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel h, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel i, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 88 tot en met 90 en 92 tot en met 94, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel i, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel j, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 88 tot en met 90 en 92 tot en met 94, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel j, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel k, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 28, tweede en derde lid, en 29 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel k, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel l, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 29, tweede en derde lid, en 30 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel l, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel m, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vindt artikel 22 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel m, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel n, van de wet bedoelde regeling die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, dient wordt die overgangsperiode in de tekst van de regeling onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vindt artikel 32, tweede lid, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel n, van de wet genoemde regeling geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel o, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 2, eerste lid, onderdelen b en c, 10, 11 en 21 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel o, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel p, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 2, eerste lid, onderdelen d en e, en 18 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel p, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
Artikel 18
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel q, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: artikel 13c van de Wet geldstelsel BES
  II III
a. ‘en welker uitbreiding, verbetering en/of vernieuwing een investering vergt van tenminste f. 300.000,– in de eilandgebieden Aruba of Curaçao dan wel van tenminste f. 50 000,– in een der overige eilandgebieden’ en welker uitbreiding, verbetering en/of vernieuwing een investering vergt van ten minste f. 50 000,– in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba. Voorts verstaat deze wet onder ‘Gouverneur’ de inspecteur, bedoeld in
b. ‘De verklaring in het voorgaande artikel geschiedt bij landsbesluit’ De verklaring in het voorgaande artikel geschiedt bij beschikking
c. ‘Deze landsverordening, welke kan worden aangehaald als “Landsverordening renovatie hotels”, treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging, werkt terug tot en met 1 januari 1983 en vervalt op een nader bij landsbesluit te bepalen tijdstip.’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening renovatie hotels’.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel r, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden in artikel 3, eerste lid, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel r, van de wet genoemde verordening de onderdelen b en c geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel s, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 15 tot en met 23 en 24, tweede en derde lid, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel s, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel t, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 158 tot en met 165 en 169 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel t, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
Artikel 22
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel u, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: artikel 13c van de Wet geldstelsel BES artikel 13c van de Wet geldstelsel BES
  II III
a. ‘de landsgrenzen’ het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
b. ‘de inwendige of uitwendige veiligheid van het Land’ de inwendige of uitwendige veiligheid van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
c. ‘bij beschikking van de Minister, die het aangaat’ bij ministeriële regeling van Onze Minister wie het aangaat
d. ‘Een dergelijke beschikking blijft’ Een dergelijke ministeriële regeling blijft
e. ‘De beschikking wordt in het Publicatieblad opgenomen’ De ministeriële regeling wordt in de Staatscourant opgenomen
f. ‘Het in artikel 4 bedoelde landsbesluit dan wel de in artikel 6 bedoelde beschikking’ De in artikel 4 bedoelde ministeriële regeling dan wel de in artikel 6 bedoelde ministeriële regeling van Onze Minister wie het aangaat
g. ‘zijn belast de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen’ is de inspecteur, bedoeld in , belast
h. ‘de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen’ de inspecteur, bedoeld in
i. ‘Deze landsverordening, welke kan worden aangehaald als “Landsverordening In- en Uitvoer” treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening In- en Uitvoer’
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel v, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden in artikel 34 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel v, van de wet genoemde verordening het tweede en derde lid geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel x, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 26, 27, 28 en 30 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel x, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel y, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 24 en 25 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel y, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Algemene Landsverordening Landsbelastingen die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 1, eerste lid, onderdelen g en j, 29, vierde lid, en 68 tot en met 78 van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Algemene Landsverordening Landsbelastingen geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Invorderingsverordening 1961 die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van die verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vindt artikel 13 van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Invorderingsverordening 1961 geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Invorderingsverordening 1970 die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van die verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vindt artikel 13 van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Invorderingsverordening 1970 geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943 die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vindt artikel 16 van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943 geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 9, tweede lid, en 16 van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen geen toepassing.
1.
Voor de toepassing van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Algemene Verordening I. U. en D. 1908 die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
2.
In de overgangsperiode vinden de artikelen 11, eerste lid, 3°, 262 en 263 van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Algemene Verordening I. U. en D. 1908 geen toepassing.
Artikel 32
Voor zover de artikelen 2 tot en met 31 geen toepassing hebben gevonden, wordt voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste, onderdelen a tot en met y, en tweede lid, van de wet genoemde verordeningen en regelingen die in de overgangsperiode als wet van toepassing zijn gedurende die overgangsperiode in de tekst van die verordeningen en regelingen onder het genoemde in kolom II en daarmee naar aard en strekking overeenkomende formuleringen ten aanzien van de in kolom II bedoelde regelingen het genoemde in kolom III verstaan: Wetboek van Strafvordering BES Wet identificatie bij dienstverlening BES Wapenwet BES Wet identiteitskaarten BES Arbeidswet 2000 BES Wetboek van Strafrecht BES Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES Faillissementswet BES Besluit geneeskunde BES Wet post BES Wetboek van Koophandel BES Onteigeningswet BES Wet toezicht bank- en kredietwezen BES Wet Ongevallenverzekering BES Wet Ziekteverzekering BES Wet algemene ouderdomsverzekering BES Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES Wet tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden BES Monumentenwet BES Wet toelating en uitzetting BES Lumpsumbesluit ambtenaren BES Wet minimumlonen BES
  II III
a. ‘Landsverordening op de Winstbelasting 1940 (P.B. 1965, no. 58) (P.B. 1999, no. 244)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940
b. ‘Landsverordening op de loonbelasting 1976 (P.B. 1975, no. 254)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de loonbelasting 1976
c. ‘Algemene Verordening I.U. en D. 1908 (P.B. 1949, no. 62)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Verordening I.U. en D. 1908
d. ‘Landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw (P.B. 1953, no. 194)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw
e. ‘Landsverordening belastingfaciliteiten industriële ondernemingen (P.B. 1985, no. 146)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening belastingfaciliteiten industriële ondernemingen
f. ‘Landsverordening economische zones 2000 (P.B. 2001, no. 18)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening economische zones 2000
g. ‘Landsverordening In- en Uitvoer (P.B. 1968, no. 42)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening In- en Uitvoer
h. ‘Landsverordening omzetbelasting 1999 (P.B. 1999, no. 43)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening omzetbelasting 1999
i. ‘Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten 1997 (P.B. 1996, no. 210)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten 1997
j. ‘Algemene landsverordening Landsbelastingen (P.B. 2001, no. 89)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Landsverordening Landsbelastingen
k. ‘Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (P.B. 2002, no. 63)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943
l. ‘Landsverordening spaarvermogensheffing (P.B. 2006, no. 50)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening spaarvermogensheffing
m. ‘Registratieverordening 1908 (P.B. 1908, no. 47)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Registratieverordening 1908
n. ‘Successiebelastingverordening 1908 (P.B. 1908, no. 48)’, ‘verordening op de successiebelasting’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Successiebelastingverordening 1908
o. ‘Zegelverordening 1908 (P.B. 1956, no. 108)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Zegelverordening 1908
p. ‘Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943 (P.B. 1942, no. 248)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de invordering van directe belastingen
q. ‘Overdrachtsbelastingverordening 1908, (P.B. 1908, no. 49)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Overdrachtsbelastingverordening 1908
r. ‘Landsverordening op de Scheepsregistratiebelasting 1987 (P.B. 1987, no. 112)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de scheepsregistratiebelasting 1987 (na aanpassing hernoemd tot de Landsverordening op de Scheepstonnagebelasting 1987)
s. ‘Landsverordening, houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen (P.B. 1942, no.246)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening dwanginvordering
t. ‘der Algemeene Verordening I.U. en D. 1908’, ‘A.V.’ van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Verordening I.U. en D. 1908
u. ‘Landsverordening tarief van invoerrechten’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening tarief van invoerrechten
v. ‘Gedistilleerdverordening 1908’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Gedistilleerdverordening 1908
w. ‘Landsverordening accijns op bier 1970’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening accijns op bier 1970
x. ‘Landsverordening Accijns van Sigaretten 1970’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening Accijns van Sigaretten 1970
y. ‘Verordening van den 1ste november 1932, tot heffing van een bijzonder invoerrecht op benzine’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening tot heffing van een bijzonder invoerrecht op benzine
z. ‘Regeling bijzonder invoerrechten op benzine bovenwindse Eilanden’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Regeling bijzonder invoerrechten op benzine bovenwindse Eilanden
aa. ‘Landsverordening uitvoerrecht op delfstoffen’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening uitvoerrecht op delfstoffen
ab. ‘Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling (P.B. 1964, 77)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling
ac. ‘Landsverordening renovatie hotels (P.B. 1985, 150)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening renovatie hotels
ad. ‘Wetboek van Strafvordering’
ae. ‘Landsverordening Vrije Zones 1975 (P.B. 1975, no. 211)’ in het voormalige land de Nederlandse Antillen geldende Landsverordening Vrije Zones 1975
af. ‘Eilandenregeling Nederlandse Antillen’ in het voormalige land de Nederlandse Antillen geldende Eilandenregeling Nederlandse Antillen
ag. Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening (P.B. 1996, no. 23)’
ah. ‘Wapenverordening 1931’
ai. ‘oude Burgerlijk Wetboek’ oude Burgerlijk Wetboek van het voormalige land Nederlandse Antillen
aj. ‘Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen’, ‘Burgerlijk Wetboek’ Burgerlijk Wetboek BES
ak. ‘landsverordening Identiteitskaarten (P.B. 1965, no. 17)’
al. ‘Arbeidsregeling 1952 (P.B. 1958, no. 24)’
am. ‘Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen’, ‘Wetboek van Strafrecht’
an. ‘Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen’, ‘Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering’
ao. ‘het Faillessementsbesluit voor de Nederlandse Antillen 1931’, ‘het Faillissementsbesluit 1931’, ‘het Curaçaosch Faillissementsbesluit 1931’ de
ap. ‘de Landsverordening regelde de uitoefening van de geneeskunde (P.B. 1958, no. 174)’ het
aq. ‘Postlandsverordening 1998 (P.B. 1997, no.319)’
ar. ‘Wetboek van Koophandel’
as. ‘Onteigeningsverordening (P.B. 1960, no. 161)
at. ‘Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen 1994 (P.B. 1994, no. 4)’
au. ‘Landsverordening Ongevallenverzekering’
av. ‘Landsverordening Ziekteverzekering’
aw. ‘Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, no. 83)’
az. ‘Landsverordening Algemene Weduwen- en Wezenverzekering (P.B. 1965, no. 194)’
ba. ‘Regeling tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden (P.B. 1975, no. 249)’
bb. ‘een eilandelijke monumentenverordening’ de of een verordening van het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba
bc. ‘Landsverordening toelating en uitzetting (P.B. 1966, no.17)’
bd. ‘Lumsumpregeling Overheidsdienaren [bedoeld zal zijn: Lumpsumregeling Overheidsdienaren] (P.B. 1988, no. 30)’
be. ‘Landsverordening minimumlonen (P.B. 1972, no. 110)’
bf. ‘Landsverordening Deviezenverkeer’, ‘Landsverordening Deviezenverkeer (P.B. 1981, no. 67)’ Landsverordening Deviezenverkeer of vergelijkbare artikelen in een gedurende de overgangsperiode met deze landsverordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling
bg. ‘Comptabiliteitslandsverordening’ Comptabiliteitslandsverordening of een gedurende de overgangsperiode met deze landsverordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling
bh. ‘Landsloterijverordening 1949 (P.B. 1949, no. 116)’ Landsloterijverordening 1949 of een gedurende de overgangsperiode met deze landsverordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling
bi. ‘Landsverordening ter bevordering van de werkgelegenheid voor jeugdige werkzoekenden (P.B. 1989, no. 74)’ Landsverordening ter bevordering van de werkgelegenheid voor jeugdige werkzoekenden of een vergelijkbaar artikel in een gedurende de overgangsperiode met deze landsverordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling
bj. ‘Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten (P.B. 1996, no. 211)’ Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten of een gedurende de overgangsperiode met deze landsverordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling
bk. ‘Verordening op het Testamentenregister (P.B. 1919, no. 28)’ Verordening op het Testamentenregister of een vergelijkbaar artikel in een gedurende de overgangsperiode met deze verordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling
bl. ‘de verordening d.d. 8 maart 1906 (P.B. no. 10)’ Verordening d.d. 8 maart 1906 (P.B. no. 10) of een gedurende de overgangsperiode met deze verordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling
1.
Voor zover de artikelen 2 tot en met 31 geen toepassing hebben gevonden, wordt voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste, onderdelen a tot en met y, en tweede lid, van de wet genoemde verordeningen en regelingen die in de overgangsperiode als wet van toepassing zijn gedurende die overgangsperiode in de tekst van die verordeningen en regelingen onder het genoemde in kolom II en daarmee naar aard en strekking overeenkomende formuleringen ten aanzien van de in kolom II bedoelde begrippen en zinsneden het genoemde in kolom III verstaan:
2.
Het eerste lid, onderdeel ba, vindt geen toepassing voor zover ‘het Land’ of de daarmee naar aard en strekking overeenkomende formulering in de tekst van de verordening of regeling wordt gevolgd door ‘van’.
3.
Het eerste lid, onderdeel bf, vindt geen toepassing voor zover ‘Nederlandse Antillen’ wordt gebruikt in de navolgende zinsneden:
a. Bank van de Nederlandse Antillen;
b. verdrag inzake de vestiging van steunpunten voor Amerikaanse strijdkrachten op de Nederlandse Antillen en Aruba;
c. Bureau voor de Intellectuele Eigendom van de Nederlandse Antillen.
1.
De op de in artikel 13b, tweede lid, van de wet gebaseerde regelingen zijn gedurende de overgangsperiode als ministeriële regeling van toepassing.
2.
Op de in het eerste lid en artikel 13b, eerste lid, onderdeel z, van de wet bedoelde regelingen zijn de artikelen 32 en 33 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 35
paragraaf 2b van de Wet geldstelsel BES artikel 13i van de Wet geldstelsel BES artikel 13h, tweede lid, van de Wet geldstelsel BES
  II III
a. ‘Raad van Beroep’, ‘Raad’ Raad van Beroep voor belastingzaken, bedoeld in
b. ‘Secretaris’  secretaris, bedoeld in
c. ‘Voorzitter’ voorzitter, bedoeld in
1.
De artikelen 5, 6, eerste lid, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 en 20 van de in het voormalige land Nederlandse Antillen geldende Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 blijven in aanvulling op de artikelen 13g tot en met 13j van de wet en artikel 31 van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Landsverordening Landsbelastingen gedurende de overgangsperiode van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2.
Op de in het eerste lid genoemde artikelen van de in het voormalige land Nederlandse Antillen geldende Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 zijn de artikelen 32 en 33 van overeenkomstige toepassing.
3.
In aanvulling op het tweede lid wordt voor de in het eerste lid genoemde artikelen van de in het voormalige land Nederlandse Antillen geldende Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 gedurende die overgangsperiode in de tekst van die artikelen onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
Artikel 36
Deze ministeriële regeling treedt in werking op het in artikel 13a, onderdeel a, van de wet bedoelde tijdstip en kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Specifieke leesaanwijzingen
+ Hoofdstuk III. Generieke leesaanwijzingen
+ Hoofdstuk IV. Aanvullende bepalingen beroepsprocedure in overgangsperiode
+ Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht