Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2004. U leest nu de tekst die gold op -.

Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid

Uitgebreide informatie
Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid
De Staatssecretaris van Financiën en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op de artikelen 34, zesde lid, van de Invorderingswet 1990 en 16a, tiende lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering;
Besluiten:
1.
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 34, zesde lid, van de Invorderingswet 1990 en 16a, tiende lid , van de Coördinatiewet Sociale Verzekering .
2.
In deze regeling wordt hierna verstaan onder:
a. Invorderingswet:
de Invorderingswet 1990 ;
b. Coördinatiewet:
de Coördinatiewet Sociale Verzekering ;
c. uitlener:
een inhoudingsplichtige of werkgever als bedoeld in de artikelen 34, eerste lid, van de Invorderingswet en 16a, eerste lid, van de Coördinatie-wet;
d. inlener:
een inlener als bedoeld in de artikelen 34, eerste en tweede lid, van de Invorderingswet en artikel 16a, eerste en tweede lid, van de Coördinatiewet;
e. rekeninghouder:
de houder van een g-rekening;
f. kredietinstelling:
een kredietinstelling als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet;
g. ontvanger:
de ontvanger der rijksbelastingen;
h. Uitvoeringsinstituut:
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
i. loonbelasting:
de loonbelasting en de premie voor de volksverzekeringen welke gelijktijdig wordt geheven met de loonbelasting, een en ander voorzover verband houdend met de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten;
j. omzetbelasting:
de omzetbelasting met betrekking tot de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten;
k. premie:
de premie en de voorschotpremie, een en ander voorzover verband houdend met de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten;
l. g-rekening:
een geblokkeerde rekening, zijnde een rekening als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet, welke door een uitlener bij een kredietinstelling wordt gehouden en waarvan de saldi uitsluitend bestemd zijn te dienen tot voldoening van de door de uitlener verschuldigde of nog verschuldigd wordende loonbelasting, omzetbelasting en premie, in verband waarmee op die saldi ten behoeve van de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut gezamenlijk een pandrecht is gevestigd;
m. g-rekeningovereenkomst:
een conform de bijlage bij deze regeling gesloten overeenkomst met betrekking tot het openen en gebruiken van een g-rekening en het vestigen van een pandrecht op die rekening als bedoeld in onderdeel l, tussen de uitlener, de ontvanger, het Uitvoeringsinstituut en een kredietinstelling.
Artikel 2. Voorwaarden medewerking totstandkoming g-rekeningovereenkomst
De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut verlenen hun medewerking aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst slechts op schriftelijk verzoek van de uitlener en mits die uitlener zijn bedrijf uitsluitend of nagenoeg uitsluitend maakt van het tegen vergoeding uitlenen van personeel dan wel, naar redelijkerwijs mag worden aangenomen, op korte termijn die hoedanigheid zal verwerven.
Artikel 3. Weigering medewerking
De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut weigeren hun medewerking aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst indien:
a. met de uitlener reeds een g-rekeningovereenkomst is gesloten, tenzij deze aannemelijk maakt dat het gebruik maken van meer dan één g-rekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is;
b. gegronde vrees bestaat dat onjuist gebruik van de g-rekening zal worden gemaakt.
Artikel 4. Bewaren g-rekeningovereenkomst
Het oorspronkelijke, door alle in artikel 1, tweede lid, onderdeel m, bedoelde partijen getekende, exemplaar van de g-rekeningovereenkomst wordt door de in dat onderdeel bedoelde kredietinstelling bewaard zolang de g-rekening in stand blijft, doch in ieder geval gedurende zeven jaren. De instelling verschaft de andere partijen een kopie daarvan. Met betrekking tot de eerste volzin is artikel 52, vijfde en zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5. Vereisten vrijwarende betaling
Een betaling die wordt verricht op een g-rekening wordt voor de toepassing van de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet slechts in aanmerking genomen voorzover:
a. de factuur welke de uitlener ter zake van de door hem aan de inlener geleverde prestatie of prestaties heeft doen toekomen voldoet aan de eisen welke de Wet op de omzetbelasting 1968 daaraan stelt alsmede de vermelding bevat van het tijdstip waarop de overeenkomst is gesloten ingevolge welke de uitlener de gefactureerde prestatie of prestaties heeft verricht, voorzover aanwezig tevens van het nummer of kenmerk van die overeenkomst, en van het tijdvak of de tijdvakken waarin de uitlener de gefactureerde prestatie of prestaties heeft verricht;
b. die betaling vergezeld gaat van de vermelding van het nummer van de desbetreffende factuur, voorzover toepasselijk tevens van een ander onderscheidend op die factuur vermeld kenmerk, welk nummer, of welk nummer en aanvullend kenmerk tezamen, een uniek identificatiegegeven vormt waarmee die factuur terstond of vrijwel terstond kan worden teruggevonden in de administratie van de inlener;
c. de administratie van de inlener voorts zodanig is ingericht en zodanig wordt gevoerd dat daarin terstond of vrijwel terstond tevens kan worden teruggevonden:
1º. de overeenkomst of de inhoud daarvan, ingevolge welke de uitlener de in onderdeel a bedoelde prestatie of prestaties heeft verricht;
2º. gegevens inzake de nakoming van die overeenkomst met inbegrip van, naar de eisen van het bedrijf van de inlener, een registratie van de personen die zijn ingeleend en van de dagen waarop en de uren gedurende welke die personen werkzaamheden hebben verricht in verband waarmee voor de inlener aansprakelijkheid bestaat ingevolge de artikelen 34 van de Invorderingswet en 16a van de Coördinatiewet;
3º. de betalingen die in verband met de nakoming van vorenbedoelde overeenkomst zijn gedaan.
Artikel 6. Bescherming te goeder trouw zijnde inlener
Indien een inlener een arbeidskracht inleent van een natuurlijke of rechtspersoon die niet de werkgever of de inhoudingsplichtige voor de loonbelasting is van deze arbeidskracht, doch die inlener niet weet of behoort te weten dat dit het geval is, worden de betalingen van die inlener op de g-rekening van die persoon voor de toepassing van de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet in aanmerking genomen als waren zij verricht op de g-rekening van de uitlener.
Artikel 7. Doorstorting
Een betaling ten laste van het saldo van een g-rekening aan een ander dan de ontvanger of het Uitvoeringsinstituut wordt niet aangemerkt als een betaling welke in mindering komt op het bedrag aan loonbelasting en - voorzover toepasselijk - omzetbelasting, onderscheidenlijk premie, waarvoor in eerste aanleg aansprakelijkheid is ontstaan als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet.
1.
De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut zijn beide bevoegd, mits handelende voor gezamenlijke rekening, over te gaan tot uitwinning van het te hunnen behoeve op het saldo van de g-rekening gevestigde pandrecht, alsmede jegens de bij een betaling ten laste van een g-rekening naar een andere g-rekening betrokken rekeninghouders dan wel andere betrokkenen actie te ondernemen wegens wanprestatie of onrechtmatige daad, of welke andere actie dan ook, teneinde de gevolgen van een onjuist gebruik van de g-rekening ongedaan te maken of te compenseren.
2.
De met toepassing van het eerste lid ontvangen gelden worden, nadat eventuele aan derden te vergoeden kosten inzake de in het eerste lid bedoelde acties hierop in mindering zijn gebracht, tussen de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut verdeeld naar rato van ieders vorderingen inzake de loon- en omzetbelasting, onderscheidenlijk premie, waarvoor aansprakelijkheid bestaat, met dien verstande dat:
a. de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut in daartoe aanleiding gevende gevallen een afwijkende verdeling overeen kunnen komen, en
b. een eenmaal toegepaste verdeling kan worden herzien indien later bekend wordende gegevens redelijkerwijs tot herziening aanleiding geven.
1.
Indien de aansprakelijkheid zowel loonbelasting en, voorzover toepasselijk, omzetbelasting als premie betreft, is zowel de ontvanger als het Uitvoeringsinstituut bevoegd, ieder voor de uit eigen hoofde van de inlener ingevolge diens aansprakelijkheid te vorderen belasting, onderscheidenlijk premie, de inlener aansprakelijk te stellen voor ten hoogste het verschil tussen het gezamenlijke bedrag aan loonbelasting, omzetbelasting en premie waarvoor in eerste aanleg aansprakelijkheid is ontstaan en het gezamenlijke bedrag van de terzake door de inlener op de g-rekening van de uitlener gestorte bedragen voorzover die bedragen ingevolge de artikelen 34, derde en vierde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde en vijfde lid, van de Coördinatiewet in mindering komen op het gezamenlijke bedrag aan loonbelasting, omzetbelasting en premie waarvoor in eerste aanleg aansprakelijkheid is ontstaan, met dien verstande dat, indien zowel de ontvanger als het Uitvoeringsinstituut omtrent dezelfde tot aansprakelijkheid leidende feiten daadwerkelijk tot aansprakelijkstelling overgaat, het gezamenlijke bedrag van beide aansprakelijkstellingen niet uitgaat boven het vorenbedoelde bedrag waarvoor de inlener ten hoogste aansprakelijk kan worden gesteld.
2.
Artikel 8, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut verlenen, in afwijking in zoverre van artikel 1, tweede lid, onderdeel l, de rekeninghouder op diens verzoek en onder door hen te stellen voorwaarden toestemming het saldo van de g-rekening geheel dan wel tot een bepaald bedrag voor andere doeleinden aan te wenden dan voor de voldoening van loonbelasting en - voorzover toepasselijk - van omzetbelasting, onderscheidenlijk van premie, voorzover aannemelijk is dat het saldo van de g-rekening uitgaat boven hetgeen door de rekeninghouder aan loon- en omzetbelasting alsmede premie vermoedelijk nog verschuldigd is of binnenkort verschuldigd zal worden.
2.
De rekeninghouder richt een dergelijk verzoek (deblokkeringsverzoek) schriftelijk aan de ontvanger of het Uitvoeringsinstituut.
3.
Op het verzoek wordt beslist, handelende in onderlinge overeenstemming, door de ontvanger dan wel door het Uitvoeringsinstituut, al naar gelang aan welke van beide het verzoek is gericht.
4.
De rekeninghouder verschaft in dit verband de ontvanger of het Uitvoeringsinstituut - op de door dezen aangegeven wijze - alle gegevens en inlichtingen welke van belang kunnen zijn voor een juiste beoordeling van het deblokkeringsverzoek; wordt daaraan niet of onvoldoende voldaan, wordt het verzoek afgewezen.
5.
De beslissing op het verzoek wordt aan de rekeninghouder bekendgemaakt door uitreiking of toezending van een kennisgeving terzake.
Artikel 11. Opzegging
Na opzegging van de g-rekeningovereenkomst blijft die overeenkomst niettemin van toepassing op het saldo van de desbetreffende g-rekening ten tijde van de opzegging, alsmede op hetgeen nadien op die rekening wordt gestort, een en ander voorzover daardoor geen strijdigheid ontstaat met de gevolgen die rechtens zijn verbonden aan het in staat van faillissement verklaren van de rekeninghouder of het hem verlenen van surséance van betaling.
Een betaling die wordt verricht op een rekening welke oorspronkelijk is geopend ingevolge een g-rekeningovereenkomst doch met betrekking waartoe een opzegging van die overeen- komst van kracht is geworden, wordt niet aangemerkt als een betaling welke in mindering komt op het bedrag aan loonbelasting en - voorzover toepasselijk - omzetbelasting, onderscheidenlijk premie, waarvoor in eerste aanleg aansprakelijkheid is ontstaan als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet, tenzij die betaling deel is gaan uitmaken van het saldo op die rekening of het gedeelte van dat saldo op die rekening waarop, ondanks die opzegging, ingevolge het vierde lid het in artikel 1, tweede lid, onderdeel l, bedoelde pandrecht is komen te rusten.
1.
De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut zijn bevoegd een g-rekeningovereenkomst eenzijdig en zonder rechterlijke tussenkomst op te zeggen indien:
a. de betrokken rekeninghouder geen of op onjuiste wijze gebruik maakt van de g-rekening;
b. de betrokken rekeninghouder niet of niet meer de hoedanigheid blijkt te bezitten van uitlener in de zin van de artikelen 34, eerste lid, van de Invorderingswet en 16a, eerste lid, van de Coördinatiewet, dan wel niet of niet meer blijkt te voldoen aan de voorwaarde dat hij zijn bedrijf uitsluitend of nagenoeg uitsluitend maakt van het tegen vergoeding uitlenen van personeel;
c. met de rekeninghouder meer dan één g-rekeningovereenkomst is gesloten en de rekeninghouder niet aannemelijk maakt dat het door hem aanhouden van meer dan één g-rekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is;
d. de rekeninghouder in staat van faillissement is verklaard;
e. aan de rekeninghouder surséance van betaling is verleend.
2.
De rekeninghouder en de betrokken kredietinstelling zijn, onverminderd het bepaalde in het vierde lid, bevoegd de g-rekeningovereenkomst eenzijdig, zonder rechterlijke tussenkomst en zonder opgaaf van reden op te zeggen.
3.
De opzegging geschiedt schriftelijk. Zij wordt niet eerder van kracht dan nadat zij aan de overige partijen bij de g-rekeningovereenkomst is bekendgemaakt. De opzegging wordt voorts niet van kracht zolang en voorzover die opzegging een belemmering zou vormen voor de toepassing van het vierde lid.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop de artikelen 16 en 17 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs in werking treden en vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot loonbelasting, omzetbelasting en premie, waarvoor aansprakelijkheid is ontstaan ingevolge de artikelen 34 van de Invorderingswet en 16a van de Coördinatiewet op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.
Artikel 13. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Staatssecretaris
De
Staatssecretaris
Inhoudsopgave
Artikel 1. Reikwijdte en begripsbepalingen
Artikel 2. Voorwaarden medewerking totstandkoming g-rekeningovereenkomst
Artikel 3. Weigering medewerking
Artikel 4. Bewaren g-rekeningovereenkomst
Artikel 5. Vereisten vrijwarende betaling
Artikel 6. Bescherming te goeder trouw zijnde inlener
Artikel 7. Doorstorting
Artikel 8. Verdeling tussen ontvanger en Uitvoeringsinstituut bij uitwinning pandrecht en andere acties voor gezamenlijke rekening
Artikel 9. Grenzen aansprakelijkstelling
Artikel 10. Deblokkeringsverzoek
Artikel 11. Opzegging
Artikel 12. Inwerkingtreding
Artikel 13. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken