Uitvoeringsregeling plaatsgebonden consignatie KLPD
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op:
– het Besluit algemene rechtspositie politie, artikel 12, lid 10;
– de Regeling in verband met plaatsgebonden consignatie van 23 oktober 1998, kenmerk EA98/U520139;
– het Besluit bezoldiging politie, artikel 21;
– de Collectieve overlegregeling arbeids- en rusttijden KLPD en
– de bereikte overeenstemming met de Commissie Klpd d.d. 3 oktober 2006 en 20 december 2006;
Besluit:
Artikel 1. Definities
Tenzij anders is vermeld, wordt voor de toepassing van de Uitvoeringsregeling plaatsgebonden consignatie landelijke eenheid verstaan onder:
2. plaatsgebonden consignatie: een aaneengesloten tijdruimte van ten hoogste 24 uren waarin de medewerker, zo nodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, verplicht is op de arbeidsplaats aanwezig te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten;
3. bevoegd gezag: de korpschef.
1.
Het bevoegd gezag kan plaatsgebonden consignatie opdragen.
2.
Indien een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) is ingesteld, kan tevens het hoofd van een dienst in mandaat een medewerker plaatsgebonden consignatie opdragen.
3.
Voor of bij aanvang van de plaatsgebonden consignatie, als bedoeld in de leden 1 en 2, wordt de locatie bepaald.
4.
Voor de DKDB geldt dat de volgende planningsmogelijkheden beschikbaar zijn:
a. in Nederland vindt planning plaats in dienst, plaatsgebonden consignatie of vrije tijd met dien verstande dat:
1. wanneer de werkelijk uitgevoerde dienst leidt tot minder dan vier uur plaatsgebonden consignatie, er dan geen sprake meer is van plaatsgebonden consignatie maar van dienst;
2. dat tijdens plaatsgebonden consignatie geen taak kan worden opgedragen en dat de betrokken ambtenaar uitsluitend via telefoon of semafoon bereikbaar dient te zijn.
b. in het buitenland vindt planning plaats in dienst of plaatsgebonden consignatie.
1.
Voor de toepassing van de in het tweede artikel bedoelde plaatsgebonden consignatie is artikel 18 van het Besluit bezoldiging politie van analoge toepassing met dien verstande dat de in het eerste lid van artikel 18 vermelde definitie wordt vervangen door de definitie vermeld in het eerste artikel van deze uitvoeringsregeling. Voorts zijn van toepassing uitgezonderd het vierde tot en met het zesde lid van voormeld artikel 18.
2.
De vergoeding voor elk uur plaatsgebonden consignatie wordt vergolden door middel van een bedrag in geld als bedoeld met de toeslag in artikel 27, achtste lid van het Besluit bezoldiging politie.
3.
De in het tweede lid genoemde toelage wordt zo spoedig mogelijk uitbetaald, doch uiterlijk bij gelegenheid van de tweede salarisbetaling volgende op de periode van vier weken waarin consignatie is verricht. Van deze termijn kan worden afgeweken indien het dienstbelang dat vereist, of indien het dienstbelang zich daartegen niet verzet, op verzoek van de medewerker. Voor deze gevallen wordt een nieuwe uiterste termijn vastgesteld.
1.
Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Uitvoeringsregeling plaatsgebonden consignatie landelijke eenheid’.
2
Het ‘Besluit beëindiging en afbouw vergoedingregelingen extra diensten groepschefs en beveiligers KDB’ van 19 december 1994 met kenmerk 472700/594/HY en de ‘ Regeling bevoegdheid toekenning toelage functionarissen KDB KLPD ’ van 8 mei 1995 met kenmerk EA95/929a zijn met dit besluit ingetrokken.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 22 december 2006.
Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister
Directeur-Generaal Veiligheid
Inhoudsopgave
Artikel 1. Definities
Artikel 2. Toepassing
Artikel 3. Vergoeding
Artikel 4. Slotbepalingen
Artikel 5
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht