1.
De verzoeken, bedoeld in de artikelen 325, derde lid, 326, eerste lid, 328, derde lid, 333, tweede en derde lid, 345, tweede lid, 348, tweede lid, 354, derde lid, 379, eerste lid, 380, tweede lid en 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, vinden plaats door indiening van een verzoekschrift bij de grondkamer met zoveel afschriften als er wederpartijen bij de overeenkomst of belanghebbenden zijn.
2.
Het verzoekschrift vermeldt de naam, de voornamen en de woonplaats van de verzoeker, de naam en de woonplaats van de wederpartij of van de belanghebbenden, als deze er zijn, voorts de gronden, waarop het verzoek steunt, en de gevraagde beslissing.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Samenstelling en werkwijze van de grondkamers en van de centrale grondkamer
- Hoofdstuk 2. Verzoeken aan de grondkamer
+ Hoofdstuk 3. Competentiegeschillen
+ Hoofdstuk 4. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 5. Bijzondere processuele bepaling
+ Hoofdstuk 6. Algemene wet bestuursrecht
+ Hoofdstuk 7. Aanpassing wetgeving
+ Hoofdstuk 8. Slotartikelen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht