Wet van 5 november 2014 tot uitvoering van de Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring (PbEU 2012, L 201) (Uitvoeringswet Verordening erfrecht)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat wetgeving nodig is ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring (PbEU 2012, L 201);
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Voor de toepassing van de artikelen 2 tot en met 9 van deze wet wordt verstaan onder «de verordening»: de verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring (PbEU 2012, L 201).
1.
Een erfgenaam kan op grond van artikel 13 van de verordening een verklaring als bedoeld in artikel 191 lid 1, eerste volzin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek afleggen ter griffie van de rechtbank van zijn woonplaats.
2.
Een wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam kan op grond van artikel 13 van de verordening een verklaring als bedoeld in artikel 193 lid 1 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek afleggen ter griffie van de rechtbank van zijn woonplaats.
3.
Een legataris kan een verklaring betreffende aanvaarding of verwerping van een legaat als bedoeld in artikel 13 van de verordening afleggen ter griffie van de rechtbank van zijn woonplaats. De verklaring wordt in het boedelregister ingeschreven.
1.
Het verlof tot tenuitvoerlegging, bedoeld in artikel 43 van de verordening, wordt bij verzoekschrift gevraagd aan de voorzieningenrechter. De artikelen 985 tot en met 990 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn niet van toepassing.
2.
Voor de indiening van het verzoekschrift is de bijstand van een advocaat niet vereist.
3.
Het verzoekschrift wordt in de Nederlandse taal gesteld, onverminderd artikel 15 van de Wet gebruik Friese taal.
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 47 van de verordening wordt bij ongenoegzaamheid van de bij het verzoekschrift overgelegde documenten aan de verzoeker de gelegenheid tot aanvulling gegeven.
5.
Inwilliging van het verzoek geschiedt in de vorm van een eenvoudig verlof, dat op het overgelegde afschrift van de beslissing, dat door de bevoegde autoriteit is gewaarmerkt, wordt gesteld.
6.
Voor de toepassing van de Wet griffierechten burgerlijke zaken wordt het verzoek geacht een verzoek van onbepaalde waarde te zijn.
7.
Op het verzoek tot erkenning, bedoeld in hoofdstuk IV van de verordening, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing.
1.
De rechtbank waarvan de voorzieningenrechter op het verzoek om erkenning of tenuitvoerlegging heeft beslist, neemt kennis van het rechtsmiddel, bedoeld in artikel 50 van de verordening. Artikel 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing.
2.
Het rechtsmiddel, bedoeld in artikel 50 van de verordening, wordt, indien het wordt ingesteld door de verzoeker, ingesteld binnen 30 dagen na de dagtekening van de beschikking waarbij het verlof is geweigerd.
3.
Het rechtsmiddel bedoeld in artikel 51 van de verordening is: beroep in cassatie.
4.
Het rechtsmiddel bedoeld in artikel 50 van de verordening en het rechtsmiddel bedoeld in artikel 51 van de verordening, worden ingesteld en behandeld met toepassing van de regels voor de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg onderscheidenlijk in cassatie.
5.
Voor de toepassing van de Wet griffierechten in burgerlijke zaken wordt het bij een rechtsmiddel ingestelde verzoek geacht een verzoek van onbepaalde waarde te zijn.
1.
Het verlof tot tenuitvoerlegging, bedoeld in artikel 60 van de verordening, wordt gevraagd bij verzoekschrift aan de voorzieningenrechter. Artikel 993 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing.
2.
Op verzoeken, bedoeld in het eerste lid, zijn artikel 3, tweede tot en met zesde lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
De autoriteit, bedoeld in artikel 59, eerste lid, tweede volzin, en in artikel 60, tweede lid, van de verordening, is de notaris die de authentieke akte heeft verleden of de notaris die zijn protocol heeft overgenomen.
Artikel 7
De artikelen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op het verlof tot tenuitvoerlegging van een gerechtelijke schikking als bedoeld in artikel 61 van de verordening.
Artikel 8
Als autoriteit van afgifte in de zin van artikel 64 van de verordening wordt aangewezen: een notaris met vestigingsplaats in Nederland.
1.
De kantonrechter van de plaats waar de notaris die de Europese erfrechtverklaring heeft afgegeven kantoor houdt, is bevoegd van een rechtsmiddel als bedoeld in artikel 72, eerste lid, van de verordening kennis te nemen. Het rechtsmiddel wordt ingesteld en behandeld met toepassing van de regels voor de verzoekschriftprocedure.
2.
Indien de kantonrechter vaststelt dat de Europese erfrechtverklaring niet met de werkelijkheid overeenstemt, als bedoeld in artikel 72, tweede lid, eerste volzin van de verordening, stelt hij een termijn vast waarbinnen de in artikel 8 bedoelde autoriteit van afgifte deze verklaring moet corrigeren, wijzigen of intrekken.
3.
Bij toewijzing van het verzoek als bedoeld in artikel 72, tweede lid, tweede volzin van de verordening, stelt de kantonrechter een termijn vast waarbinnen de in artikel 8 bedoelde autoriteit van afgifte een nieuwe beslissing moet nemen.
4.
Tegen een beslissing ingevolge het tweede of derde lid staat geen hogere voorziening open.
Artikel 10
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 4.]
Artikel 11
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 10.]
Artikel 12
[Wijzigt de Wet op het notarisambt.]
Artikel 13
[Wijzigt de Kadasterwet.]
Artikel 14
Deze wet treedt in werking met ingang van 17 augustus 2015.
Artikel 15
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet Verordening erfrecht.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
Wassenaar, 5 november 2014
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Uitgegeven de veertiende november 2014
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Erkenning, uitvoerbaarheid en tenuitvoerlegging van beslissingen
+ § 3. Authentieke akten en gerechtelijke schikkingen
+ § 4. De Europese erfrechtverklaring
+ § 5. Wijzigingen in andere wetten
+ § 6. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht