Let op. Deze wet is vervallen op 1 februari 2006. U leest nu de tekst die gold op 31 januari 2006.

Veewet

Uitgebreide informatie
Wet van 26 maart 1920, houdende bepalingen tot regeling van het Veeartsenijkundig Staatstoezicht
Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is nieuwe wettelijke voorschriften tot regeling van het veeartsenijkundig Staatstoezicht uit te vaardigen;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 66
In deze titel wordt verstaan onder:
a. vee: levende runderen, varkens, schapen, geiten en eenhoevige dieren, voor zover de dieren als huisdieren worden gehouden;
b. vlees: vlees van dieren als bedoeld onder a ;
c. vers vlees: vlees, dat geen behandeling heeft ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid, tenzij het betreft een koelbehandeling;
d. vleesprodukten: vlees, dat een behandeling, niet zijnde een koelbehandeling, heeft ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid, alsmede levensmiddelen, verkregen van vlees of waarin vlees is verwerkt.
1.
Het is verboden vers vlees uit te voeren, te pogen uit te voeren of aan een middel van vervoer ten uitvoer aan te bieden, tenzij de zending overeenkomstig door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gestelde regelen voorzien is van een of meer merken of bewijsstukken, aangebracht of afgegeven op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek ten bewijze, dat voldaan is aan de met het oog op de uitvoer door hem gestelde eisen met betrekking tot:
a. de toestand van de dieren, waarvan het vlees afkomstig is, vóór het slachten;
b. de toestand van het vlees na het slachten;
c. de inrichting en uitrusting der slachthuizen en uitsnijderijen;
d. de hygiëne bij het slachten en bij de be- en verwerking van het vlees;
e. de inrichting van de koelhuizen en de opslag hierin;
f. de inlading, het vervoer en de vervoermiddelen;
g. andere onderwerpen, voor zover de nakoming van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties zulks meebrengt.
2.
Ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid kan Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voorts regelen stellen met betrekking tot:
a. de plaatsen waar, alsmede de tijdruimten waarbinnen, de keuring kan plaatsvinden;
b. de wijze van keuring vóór en na het slachten;
c. de wijze van slachten.
1.
Voor zover Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij niet anders bepaalt is het verboden vleesprodukten uit te voeren, te pogen uit te voeren of aan een middel van vervoer ten uitvoer aan te bieden, tenzij de zending overeenkomstig door hem gestelde regelen voorzien is van een of meer bewijsstukken, aangebracht of afgegeven op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek, ten bewijze dat voldaan is aan de met het oog op de uitvoer door hem gestelde eisen met betrekking tot:
a. de inrichting, waarin de bereiding geschiedt;
b. het vlees, waarvan de vleesprodukten zijn bereid;
c. de wijze van bereiding en behandeling;
d. de hygiëne bij de be- en verwerking;
e. de verpakking;
f. de inrichting van de koelhuizen en de opslag hierin;
g. de inlading, het vervoer en de vervoermiddelen;
h. andere onderwerpen, voor zover de nakoming van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties zulks meebrengt.
2.
Ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid kan Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voorts regelen stellen met betrekking tot:
a. de plaatsen waar, alsmede de tijdruimten waarbinnen, de keuring kan plaatsvinden;
b. de wijze van keuring.
1.
De eisen en regelen, bedoeld in de artikelen 68 en 69, kunnen verschillend zijn naar gelang van de soort van het vee, van het vlees en van de vleesprodukten en naar gelang van het land van bestemming.
2.
Indien ter uitvoering van het bepaalde in artikel 68, eerste lid onder c en e, en artikel 69, eerste lid onder a en f, wordt voorzien in een officiële erkenning van de aldaar bedoelde instellingen, wordt een zodanige erkenning verleend voor iedere instelling, die aan de daarvoor door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gestelde eisen voldoet en wordt de erkenning ingetrokken, indien de instelling niet langer aan deze eisen blijkt te voldoen, doch niet dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven de noodzakelijke voorzieningen te treffen.
Artikel 71
Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kan van de verbodsbepalingen, neergelegd in artikel 68, eerste lid, en artikel 69, eerste lid, in bijzondere gevallen of groepen van gevallen ontheffing verlenen. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
Artikel 73
Ter zake van een onderzoek van Rijkswege, als bedoeld in de artikelen 68 en 69 wordt vergoeding van kosten geheven overeenkomstig een door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgesteld tarief.
1.
Onze Minister kan een vergoeding van kosten heffen overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief ter zake van:
a. de behandeling van een aanvraag om een bij of krachtens deze wet voorgeschreven vergunning, toelating, aanwijzing, erkenning of registratie danwel een aanvraag tot wijziging daarvan;
b. de instandhouding van de bij of krachtens deze wet verleende vergunning, toelating, aanwijzing, erkenning of registratie;
c. andere onderzoeken of verrichtingen met betrekking tot dieren, producten van dierlijke oorsprong en andere producten en voorwerpen die dragers van smetstof kunnen zijn, voorzover de onderzoeken of verrichtingen zijn voorgeschreven bij besluit krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, danwel op verzoek van betrokkenen plaatsvinden.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot betaling van de vergoeding.
1.
Onverminderd de artikelen 14, 73 en 75a kan Onze Minister bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een vergoeding van kosten heffen overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief ter zake van bij die maatregel benoemde onderzoeken of verrichtingen met betrekking tot dieren, producten van dierlijke oorsprong en andere producten en voorwerpen die dragers van smetstof kunnen zijn, voorzover de onderzoeken of verrichtingen zijn voorgeschreven krachtens deze wet.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot betaling van de vergoeding.
Artikel 75c
Een tarief als bedoeld in de artikelen 14, 73, 75a en 75b wordt zodanig vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde kosten die in een rechtstreeks verband staan met de werkzaamheden waarvoor het tarief wordt vastgesteld, onverminderd de daaromtrent bij besluit krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vastgestelde verplichtingen.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, den 26sten Maart 1920
De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel.
Uitgegeven den een en twintigsten April 1920.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Titel I. Algemeene bepalingen
+ Titel II. Van de zorg voor den algemeenen gezondheidstoestand van den veestapel
+ Titel III. Van de wering en bestrijding van besmettelijke veeziekten
+ Titel IV. Van de wering en bestrijding van hondsdolheid van honden en katten
+ Titel V. Uitvoer van vlees en vleesprodukten
+ Titel Va. Financiële bepalingen
+ Titel VI. Strafbepalingen en bestuursdwang
+ Titel VII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht