Let op. Deze wet is vervallen op 29 december 2016. U leest nu de tekst die gold op 28 december 2016.

Vennootschapsbelasting, directe en indirecte overheidsbedrijven

Uitgebreide informatie
Vennootschapsbelasting, directe en indirecte overheidsbedrijven
1. Inleiding
In de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) wordt een onderscheid gemaakt tussen directe overheidsbedrijven en indirecte overheidsbedrijven. Dit besluit geeft een nadere invulling aan de belastingplicht van directe overheidsbedrijven, gedreven door een publiekrechtelijke rechtspersoon en indirecte overheidsbedrijven, waarbij de activiteiten uitgeoefend worden door privaatrechtelijke rechtspersonen. Tevens wordt het begrip ‘bedrijf’ van het derde lid van artikel 2 van de Wet Vpb nader ingevuld.
2. Directe overheidsbedrijven
Uit artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de Wet Vpb volgt dat ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen alleen belastingplichtig zijn indien en voorzover zij een onderneming drijven die is opgenomen in artikel 2, derde lid, van de Wet Vpb. Dit houdt in dat niet de publiekrechtelijke rechtspersoon in zijn geheel in de heffing van vennootschapsbelasting wordt betrokken maar slechts die onderdelen van het lichaam die kwalificeren als onderneming. Bij de beoordeling of sprake is van een onderneming in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet Vpb is niet de organisatorische en administratieve eenheid waarin een publiekrechtelijk lichaam haar diverse activiteiten van bedrijfsmatige aard samenbrengt fiscaal relevant, maar de technische aard van de activiteiten. Elke activiteit van de publiekrechtelijke rechtspersoon moet afzonderlijk worden getoetst aan het derde lid van artikel 2 van de Wet Vpb en individuele resultaten, die niet worden gesaldeerd, worden in de heffing van de Vpb betrokken.
3. Indirecte overheidsbedrijven
Artikel 2, zevende lid, van de Wet Vpb regelt de belastingplicht van indirecte overheidsbedrijven. Indirecte overheidsbedrijven worden in beginsel in de heffing van de vennootschapsbelasting betrokken op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet Vpb. Het zevende lid van artikel 2 van de Wet Vpb geeft nadere regels over de reikwijdte van de belastingplicht van indirecte overheidsbedrijven.
Lichamen die aan de omschrijving van artikel 2, zevende lid, eerste volzin, van de Wet Vpb voldoen, zijn slechts belastingplichtig voorzover zij een bedrijf uitoefenen zoals bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet Vpb.
Indien binnen een lichaam dat als indirect overheidsbedrijf kwalificeert meer activiteiten worden ontplooid, dienen deze activiteiten elk afzonderlijk te worden getoetst. De resultaten van de afzonderlijke ondernemingen kunnen worden gesaldeerd voorzover activiteiten kwalificeren als onderneming. Kwalificeert een activiteit van het indirecte overheidsbedrijf niet als onderneming op grond van artikel 2, derde lid, van de Wet Vpb, dan mag het resultaat van deze activiteit niet worden gesaldeerd met de resultaten van de activiteiten die wel als onderneming kwalificeren.
4. Bedrijven
In het derde lid van artikel 2, van de Wet Vpb staan de categorieën bedrijven die leiden tot belastingplicht van publiekrechtelijke rechtspersonen en indirecte overheidsbedrijven. In de slotzin van artikel 2, derde lid, van de Wet Vpb worden de activiteiten van energiebedrijven tot de nijverheidsbedrijven gerekend. Onder de activiteiten van energiebedrijven worden mede begrepen:
werkzaamheden die worden verricht ten behoeve van energieactiviteiten van verbonden lichamen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een energiebedrijf uitoefenen; en
werkzaamheden die door een lichaam, waarvan alle aandelen worden gehouden door lichamen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een energiebedrijf uitoefenen, worden verricht ten behoeve van energieactiviteiten van één of meer van de aandeelhoudende lichamen of een daarmee verbonden lichaam die ook uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een energiebedrijf uitoefent;
één en ander indien de werkzaamheden van het lichaam grotendeels bestaan uit voornoemde activiteiten.
5. Centrale Antenne Inrichting (CAI)
Een CAI die wordt geëxploiteerd door een publiekrechtelijke rechtspersoon of een lichaam dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 2, zevende lid, van de Wet Vpb, wordt niet aangemerkt als een onderneming in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet Vpb. Het ongericht doorgeven van programma's die vrij uit de ether zijn op te vangen of door derden voor verspreiding worden aangeleverd, kwalificeert niet als nijverheidsbedrijf, noch als een ander bedrijf in de limitatieve opsomming van het derde lid van artikel 2 van de Wet Vpb. Dit standpunt verandert niet als de kabelexploitant een overeenkomst sluit met de programmamaker of degene die het signaal produceert en de kabelexploitant hiervoor een vergoeding betaalt. Er is mogelijk sprake van een belast handelsbedrijf indien de kabelexploitant zelf abonneetelevisie produceert of zelf uitzendrechten verwerft en op grond daarvan programma’s verspreidt.
6. Inwerkingtreding en intrekking besluiten
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dagtekening van dit besluit.
De volgende besluiten zijn met ingang van de dagtekening van dit besluit ingetrokken:
het besluit van 15 juni 1980, nr. 277-10368;
het besluit van 7 april 1986, nr. 286-5249;
het besluit van 28 november 2000, nr. CPP2000/1934;
het besluit van 11 juli 2002, nr. DGB2002-2369;
het besluit van 5 augustus 2003, nr. CPP2003/1746.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Directe overheidsbedrijven
3. Indirecte overheidsbedrijven
4. Bedrijven
5. Centrale Antenne Inrichting (CAI)
6. Inwerkingtreding en intrekking besluiten
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht