5.4. Voorwaarden voor het salderen van meer- en minderbevindingen in een IVV
Op grond van artikel 3, eerste lid, van de wet worden minderbevin-dingen in een IVV aangemerkt als uitslag. Als de daadwerkelijk in de IVV aanwezige voorraad verbruiksbelasting-goederen kleiner is dan de voorraad die volgens de administratie aanwezig zou moeten zijn, is sprake van een minderbevinding. Als de daadwerkelijk in de IVV aanwezige voorraad verbruiksbelasting-goederen groter is dan de administratie aangeeft, is sprake van een meerbevinding.
De Hoge Raad der Nederlanden (arrest nr. 34.000 van 23 december 1998, BNB 1999/126) is voor de accijns van oordeel dat een redelijke toepassing van de Wet op de accijns meebrengt dat saldering van verschillen binnen groepen van accijnsgoederen geoorloofd is. Daarbij mogen alle accijnsgoederen in de vergelijking worden betrokken, mits zij zijn onderworpen aan hetzelfde accijnstarief. De meer- en minderbevindingen mogen geen gevolg zijn van andere verschillen zoals productieverliezen, productieoverschotten of vervoersverschillen.
De Hoge Raad overwoog daarbij dat van belanghebbende, die een onbetwist deugdelijke administratie voert, niet kan worden verlangd dat hij de oorzaken van de verschillen aangeeft. Het gaat immers om verschillen die uitsluitend volgen uit die administratie en niet verklaarbaar zijn.
Dit betekent, aldus de Hoge Raad, dat de minderbevonden accijnsgoederen pas worden aangemerkt als te zijn uitgeslagen, nadat de meerbevonden accijnsgoederen met hetzelfde accijnstarief daarop in mindering zijn gebracht. De minderbevinding en de meerbevinding moeten betrekking hebben op verschillen tussen de voorraad volgens de administratie en de daadwerkelijke opgeslagen voorraad.Goedkeuring
In een IVV kunnen producten bij vergissing worden omgewisseld. Bij die omwisseling ontstaat een minderbevinding bij het ene artikel en een meerbevinding bij het andere artikel. In dat geval is het redelijk om onder bepaalde voorwaarden toe te staan dat een minderbevinding met een meerbevinding wordt gesaldeerd. Mede gelet op de jurisprudentie keur ik onder de volgende voorwaarden goed dat meer- en minderbevindingen worden gesaldeerd.
a. Er moet sprake zijn van een deugdelijke administratie. Dat wil zeggen dat de administratie moet voldoen aan het bepaalde in artikel 11 van het besluit. Indien naar het oordeel van de inspecteur de administratie niet aan deze voorwaarden voldoet, is er geen sprake van een deugdelijke administratie. De inspecteur moet dit uiteraard wel voldoende motiveren.
b. De saldering kan slechts plaatsvinden als er sprake is van alcoholvrije dranken met hetzelfde tarief. In artikel 10 van de wet zijn de tarieven vermeld.
c. Periode waarop saldering betrekking heeft.
De Hoge Raad heeft geen uitspraak gedaan over de periode waarover de saldering mag worden toegepast. In de praktijk worden meer- en minderbevindingen vastgesteld bij inventarisatie van de IVV-voorraad.
De administratie van een IVV moet op elk moment een juiste weergave geven van de daadwerkelijke voorraad. In verband daarmee wordt de voorraad regelmatig geïnventariseerd. Vervolgens wordt na die inventarisatie de administratie in overeenstemming gebracht met de werkelijke voorraad waarbij alle afzonderlijke meer- en minderbevindingen in de administratie moeten worden opgenomen.
Saldering van de meer- en minderbevindingen moet daarom direct na de inventarisaties plaatsvinden, ongeacht het aantal inventarisaties.
Dit betekent dat ook bedrijven die hun voorraad in gedeelten inventariseren (partiële inventarisaties) direct na die gedeeltelijke inventarisatie de meer- en minderbevindingen moeten salderen.
Het opnemen van meer- en minderbevindingen op een aparte lijst na elke partiële inventarisatie en daarna eenmaal per jaar alle meer- en minderbevindingen salderen, is hiermee niet in overeenstemming.
Indien na inventarisatie, saldering en aanpassing van de administratie een minderbevinding resteert, wordt dit aangemerkt als uitslag in de zin van artikel 3, eerste lid, van de wet. Deze minderbevinding moet worden opgenomen in de periodieke aangifte van de maand waarin de minderbevinding is geconstateerd.
Inhoudsopgave
Gebruikte begrippen en afkortingen
1. Inleidende bepalingen
1.1. Tijdelijk buiten de inrichting brengen van alcoholvrije dranken
1.2. Rechtstreekse aflevering van alcoholvrije dranken
1.2.1. Inleiding
1.2.2. Goedkeuring
1.2.3. Voorwaarden
1.3. Onderbreken vervoer onder schorsing. Overlading en tijdelijke opslag buiten een inrichting voor alcoholvrije dranken
2. Definities van de goederen en tarieven
3. Uitslag en Invoer
3.1. Inrichting zonder fysieke opslag (fictieve inrichting)
3.2. Achterwege laten van een verzoek tot het doen van weekaangifte
4. Vrijstellingen en teruggaaf
4.1. Handelaar in alcoholvrije dranken die zijn vrijgesteld van verbruiksbelasting
4.2
5. Bijzondere bepalingen
5.1
5.2
5.3
5.4. Voorwaarden voor het salderen van meer- en minderbevindingen in een IVV
6. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
6.1
6.2
7. Ingetrokken regeling(en)
8. Inwerkingtreding en vervaldatum
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht