Verdrag Duitsland, niet-zelfstandige arbeid, begrippen “tijdelijk” en “verblijven”, inkomsten van directeuren
Gezamenlijke verdragsuitleg door Nederland en Duitsland van de begrippen “tijdelijk” en “verblijven” in het tweede lid van art. 10 van het belastingverdrag met Duitsland en met betrekking tot de toepassing van art. 10 op inkomsten van directeuren.
4. Toerekening van de arbeid van een directeur
In het Verdrag is geen specifieke bepaling opgenomen voor de belastingheffing over de inkomsten van een directeur in verband met werkzaamheden voor een lichaam dat in de andere staat is gevestigd, zodat het algemene artikel voor inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid, te weten artikel 10 van het Verdrag, op de in verband met deze werkzaamheden verkregen beloningen van toepassing is. Dit betekent dat het heffingsrecht over de inkomsten van directeuren die in het ene land wonen en directeur zijn bij een lichaam dat in het andere land is gevestigd, in dat andere land in de belastingheffing mogen worden betrokken indien en voorzover de werkzaamheden waarmee die inkomsten worden betaald daadwerkelijk (fysiek; zie onder punt 3 hiervoor) in die andere staat worden uitgeoefend. Indien de werkzaamheden in een derde staat worden uitgeoefend, komt het heffingsrecht in zoverre toe aan de woonstaat van de directeur, tenzij het heffingsrecht op grond van een met een derde staat gesloten belastingverdrag aan die derde staat zou toekomen.
Inhoudsopgave
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht