Beleidsregel eenmalige cultuursubsidies 2016
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Doelstelling
Artikel 2. Aanvrager
Artikel 3. Subsidieaanvraag
Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
Artikel 5. Beoordeling
Artikel 6. Subsidieplafond
Artikel 7. Algemene weigeringsgronden
Artikel 8. Inwerkingtreding
Artikel 9. Citeertitel

Geschiedenis-overzicht

Beleidsregel eenmalige cultuursubsidies 2016



 
Opschrift [Vervallen per 01-01-2017] Aanhef [Vervallen per 01-01-2017]  
Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 januari 2016, nr. 874565, houdende eenmalige projectsubsidies voor specifieke culturele activiteiten in 2016 (Beleidsregel eenmalige cultuursubsidies 2016)  
 
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,  
 
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5.2, eerste lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;  
 
Besluit:  
 
Artikel 1. Doelstelling
Deze beleidsregel heeft tot doel specifieke taken van instellingen te stimuleren, die subsidie ontvangen op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .  
Artikel 2. Aanvrager
De minister verstrekt op basis van een aanvraag eenmalig projectsubsidie aan een instelling als bedoeld in artikel 3.11, tweede lid ; artikel 3.17, tweede lid ; artikel 3.19 of artikel 3.33 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .  
Artikel 3. Subsidieaanvraag
De minister neemt na 1 maart 2016 geen aanvragen in behandeling voor een projectsubsidie als bedoeld in artikel 2 . De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.  
1.
De minister stelt eenmalig projectsubsidies beschikbaar voor specifieke activiteiten in 2016 voor een aanvulling op de vierjaarlijkse instellingssubsidie die door instellingen wordt ontvangen in de subsidieperiode 2013–2016.  
 
2.
Een instelling als bedoeld in artikel 3.11, tweede lid , of 3.17, tweede lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid , zoals deze luidden op 3 november 2015, komt voor de eenmalige projectsubsidie in aanmerking voor het uitvoeren van aanvullende internationale activiteiten  
 
3.
Een instelling als bedoeld in artikel 3.19 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid , zoals deze luidde op 3 november 2015, komt voor eenmalige projectsubsidie in aanmerking voor het uitvoeren van aanvullende educatieve activiteiten.  
 
4.
Een instelling als bedoeld in artikel 3.33 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid , zoals deze luidde op 3 november 2015, komt voor eenmalige projectsubsidie in aanmerking voor het uitvoeren van aanvullende activiteiten op gebied van talentontwikkeling.  
 
1.
De minister beoordeelt de ingediende aanvragen met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.  
 
2.
De minister kan advies vragen over de ingediende aanvragen.  
 
3.
De minister informeert de aanvrager binnen 13 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit.  
 
Artikel 6. Subsidieplafond
Er worden voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4 , ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar gesteld:  
a. voor een instelling als bedoeld in artikel 4, tweede lid : € 250.000;  
 
b. voor een instelling als bedoeld in artikel 4, derde lid : € 250.000;  
 
c. voor instellingen als bedoeld in artikel 4, vierde lid , gezamenlijk: € 500.000.  
 
Artikel 7. Algemene weigeringsgronden
De minister kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht , subsidie weigeren:  
a. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;  
 
b. als de aanvraag betrekking heeft op een reeds geheel of gedeeltelijk voltooide activiteit.  
 
1.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.  
 
2.
Deze beleidsregel vervalt met ingang van 1 januari 2017.  
 
Artikel 9. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel eenmalige cultuursubsidies 2016.