Erfgoedwet
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Beheer van collecties
+ Hoofdstuk 3. Aanwijzing als beschermd erfgoed
+ Hoofdstuk 4. Bescherming van erfgoed
+ Hoofdstuk 5. Archeologische monumentenzorg
+ Hoofdstuk 6. Internationale teruggave
+ Hoofdstuk 7. Financiële bepalingen
+ Hoofdstuk 8. Handhaving en toezicht
- Hoofdstuk 9. Overgangsrecht
+ Hoofdstuk 10. Intrekken en wijzigen andere wetten
+ Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Geschiedenis-overzicht

Erfgoedwet



1.
Tot het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 16 juni 2014 ingediende voorstel van wet houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) (Kamerstukken 33 962 ) tot wet is verheven en in werking is getreden: 
1.
Tot het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 16 juni 2014 ingediende voorstel van wet houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) (Kamerstukken 33 962 ) tot wet is verheven en in werking is getreden: 
a. blijven de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3 , IV , V, paragrafen 1 en 9 , en VI van de Monumentenwet 1988 , zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, van toepassing; 
a. blijven de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3 , IV , V, paragrafen 1 en 9 , en VI van de Monumentenwet 1988 , zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, van toepassing; 
b. is artikel 5 van de Monumentenwet 1988 , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, van overeenkomstige toepassing voor een monument of archeologisch monument met ingang van de datum waarop het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument wordt toegezonden als bedoeld in artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht . 
b. is artikel 5 van de Monumentenwet 1988 , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, van overeenkomstige toepassing voor een monument of archeologisch monument met ingang van de datum waarop het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument wordt toegezonden als bedoeld in artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht . 
2.
Bij de toepassing van het eerste lid blijven de volgende bepalingen, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, van toepassing: 
2.
Bij de toepassing van het eerste lid blijven de volgende bepalingen, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, van toepassing: 
a. bijlage 1 behorende bij de Algemene wet bestuursrecht ; 
a. bijlage 1 behorende bij de Algemene wet bestuursrecht ; 
b. artikel 1a, onderdeel 2, van de Wet op de economische delicten . 
b. artikel 1a, onderdeel 2, van de Wet op de economische delicten . 
1.
Monumenten die zijn ingeschreven als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid , en 7, derde lid, van de Monumentenwet 1988 , zoals die luidden voor de inwerkingtreding van deze wet, worden geacht te zijn ingeschreven op grond van artikel 3.3, derde lid , van deze wet. 
1.
Monumenten die zijn ingeschreven als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid , en 7, derde lid, van de Monumentenwet 1988 , zoals die luidden voor de inwerkingtreding van deze wet, worden geacht te zijn ingeschreven op grond van artikel 3.3, derde lid , van deze wet. 
2.
Roerende zaken en verzamelingen die als beschermde voorwerpen onderscheidenlijk beschermde verzamelingen zijn aangewezen op grond van de Wet tot behoud van cultuurbezit worden geacht te zijn aangewezen als beschermde cultuurgoederen onderscheidenlijk beschermde verzamelingen op grond van deze wet. 
2.
Roerende zaken en verzamelingen die als beschermde voorwerpen onderscheidenlijk beschermde verzamelingen zijn aangewezen op grond van de Wet tot behoud van cultuurbezit worden geacht te zijn aangewezen als beschermde cultuurgoederen onderscheidenlijk beschermde verzamelingen op grond van deze wet. 
1.
De Monumentenwet 1988 , zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op: 
1.
De Monumentenwet 1988 , zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op: 
a. de aanwijzing van een monument en de wijziging in het register, indien een adviesaanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, is gedaan voor de datum van inwerkingtreding van deze wet; 
a. de aanwijzing van een monument en de wijziging in het register, indien een adviesaanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, is gedaan voor de datum van inwerkingtreding van deze wet; 
b. een verzoek als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, waar nog niet op is beslist. 
b. een verzoek als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, waar nog niet op is beslist. 
2.
Op subsidies verstrekt op grond van artikel 34 van de Monumentenwet 1988 blijven de regels van toepassing die op de dag voor inwerkingtreding van deze wet op die subsidies van kracht waren. 
2.
Op subsidies verstrekt op grond van artikel 34 van de Monumentenwet 1988 blijven de regels van toepassing die op de dag voor inwerkingtreding van deze wet op die subsidies van kracht waren. 
1.
De Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op: 
1.
De Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op: 
a. de aanwijzing van een beschermd voorwerp of beschermde verzameling, bedoeld in artikel 2 , 3 of 3a van de Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, indien de procedure is aangevangen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet; 
a. de aanwijzing van een beschermd voorwerp of beschermde verzameling, bedoeld in artikel 2 , 3 of 3a van de Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, indien de procedure is aangevangen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet; 
b. de wijziging van een aanwijzing, bedoeld in artikel 3d, tweede lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, indien de procedure is aangevangen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet; 
b. de wijziging van een aanwijzing, bedoeld in artikel 3d, tweede lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, indien de procedure is aangevangen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet; 
c. een verzoek als bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, waar nog niet op is beslist; 
c. een verzoek als bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, waar nog niet op is beslist; 
d. een voornemen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, indien dit is gemeld voor de datum van inwerkingtreding van deze wet; 
d. een voornemen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, indien dit is gemeld voor de datum van inwerkingtreding van deze wet; 
e. een aanvraag als bedoeld in artikel 14 van de Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, die is ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze wet alsmede een geschil over een besluit op een dergelijke aanvraag. 
e. een aanvraag als bedoeld in artikel 14 van de Wet tot behoud van cultuurbezit , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, die is ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze wet alsmede een geschil over een besluit op een dergelijke aanvraag. 
2.
Een vergunning die is verleend op grond van artikel 14a of artikel 14b van de Wet tot behoud van cultuurbezit wordt geacht een vergunning als bedoeld in artikel 4.22 onderscheidenlijk artikel 4.23 van deze wet te zijn. 
2.
Een vergunning die is verleend op grond van artikel 14a of artikel 14b van de Wet tot behoud van cultuurbezit wordt geacht een vergunning als bedoeld in artikel 4.22 onderscheidenlijk artikel 4.23 van deze wet te zijn. 
Artikel 9.5. Besluiten tot inbewaringneming [Treedt in werking per 01-07-2016]
Besluiten tot inbewaringneming van cultuurgoederen op grond van de Wet tot teruggave cultuurgoederen afkomstig uit bezet gebied of de Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen worden geacht te zijn genomen op grond van deze wet. 
Artikel 9.5. Besluiten tot inbewaringneming
Besluiten tot inbewaringneming van cultuurgoederen op grond van de Wet tot teruggave cultuurgoederen afkomstig uit bezet gebied of de Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen worden geacht te zijn genomen op grond van deze wet. 
1.
Op een opgraving die is aangevangen voor inwerkingtreding van deze wet blijft hoofdstuk V van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van deze wet van toepassing. 
1.
Op een opgraving die is aangevangen voor inwerkingtreding van deze wet blijft hoofdstuk V van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van deze wet van toepassing. 
2.
Tot een jaar na inwerkingtreding van deze wet kan een opgraving zonder certificaat plaatsvinden, voor zover degene die de opgraving verricht voor de desbetreffende handelingen beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 45 van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van deze wet. De bij of krachtens de Monumentenwet 1988 gestelde regels met betrekking tot de vergunning blijven in dat geval van toepassing en artikel 5.6 is van overeenkomstige toepassing. 
2.
Tot een jaar na inwerkingtreding van deze wet kan een opgraving zonder certificaat plaatsvinden, voor zover degene die de opgraving verricht voor de desbetreffende handelingen beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 45 van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van deze wet. De bij of krachtens de Monumentenwet 1988 gestelde regels met betrekking tot de vergunning blijven in dat geval van toepassing en artikel 5.6 is van overeenkomstige toepassing. 
3.
Artikel 5.2, tweede lid , is tot twee jaar na inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing. Indien een instelling is aangewezen op grond van artikel 5.2 en deze na die twee jaar niet beschikt over accreditatie, schorst Onze Minister de aanwijzing of trekt hij deze in. 
3.
Artikel 5.2, tweede lid , is tot twee jaar na inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing. Indien een instelling is aangewezen op grond van artikel 5.2 en deze na die twee jaar niet beschikt over accreditatie, schorst Onze Minister de aanwijzing of trekt hij deze in.