Wet van 29 april 2010 tot aanpassing van de Wet investeren in jongeren en enkele andere wetten ter verduidelijking en verbetering van enige punten
Wet van 29 april 2010 tot aanpassing van de Wet investeren in jongeren en enkele andere wetten ter verduidelijking en verbetering van enige punten
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet investeren in jongeren en enkele andere wetten enkele wijzigingen van wetstechnische aard aan te brengen dan wel deze op een aantal punten te verduidelijken en te verbeteren;
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet investeren in jongeren en enkele andere wetten enkele wijzigingen van wetstechnische aard aan te brengen dan wel deze op een aantal punten te verduidelijken en te verbeteren;
Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
1.
Onze Minister kan de normen en het percentage, genoemd in de onderdelen H en J van artikel I van deze wet eenmalig aanpassen na de datum van inwerkingtreding van deze wet.
1.
Onze Minister kan de normen en het percentage, genoemd in de onderdelen H en J van artikel I van deze wet eenmalig aanpassen na de datum van inwerkingtreding van deze wet.
2.
Dit artikel vervalt zes maanden na zijn inwerkingtreding.
2.
Dit artikel vervalt zes maanden na zijn inwerkingtreding.
1.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
1.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.
Artikel I, onderdelen D, onder 2 , voor wat betreft de verwijzing naar artikel 33, tweede en derde lid, en O, onder 1 , werken terug tot en met 1 oktober 2009.
2.
Artikel I, onderdelen D, onder 2 , voor wat betreft de verwijzing naar artikel 33, tweede en derde lid, en O, onder 1 , werken terug tot en met 1 oktober 2009.
3.
De artikelen VIIIa, onderdelen B, D, E en F , en VIIIb werken terug tot en met 1 januari 2010.
3.
De artikelen VIIIa, onderdelen B, D, E en F , en VIIIb werken terug tot en met 1 januari 2010.
’s-Gravenhage, 29 april 2010
’s-Gravenhage, 29 april 2010
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven de tweeëntwintigste juni 2010
Uitgegeven de tweeëntwintigste juni 2010
De Minister van Justitie,
De Minister van Justitie,