Let op. Deze wet is vervallen op 1 december 2012. U leest nu de tekst die gold op 30 november 2012.

Verplaatsingskostenbesluit militairen

Uitgebreide informatie
Besluit van 8 juli 1991, houdende vaststelling van regelen betreffende de toekenning van tegemoetkomingen ter zake van verhuizing en woon-werkverkeer beroepsmilitairen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 1 februari 1991, Afdeling arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. D 91/099/2198;
Gelet op artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 ( Stb. 519) en artikel 125 van de Ambtenarenwet 1929 ( Stb. 530);
De Raad van State gehoord (advies van 22 mei 1991, nr. W07.91.0062);
Gezien het nader rapport van de voornoemde Minister van 3 juli 1991, nr. D 91/099/2917;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. afstand:
indien er sprake is van een tabeltegemoetkoming : de kortste gebruikelijke reisroute;
2. indien er geen sprake is van een tabeltegemoetkoming:
a. bij gebruik van openbaar vervoer:
de kortste gebruikelijke reisroute;
b. bij gebruik van ander vervoer dan openbaar vervoer:
het aantal kilometers gemeten langs de kortste gebruikelijke openbare weg;
tussen de woning of de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling; bij meer dan één plaats van tewerkstelling die zich niet binnen één complex of terrein bevinden geldt de grootste afstand;
b. ambts- of dienstwoning:
de door het bevoegde gezag aan de militair in verband met de uitoefening van zijn functie toegewezen woning;
c. achtergebleven kind:
het buiten het land van plaatsing verblijf houdende ongehuwde kind van de militair, dat minderjarig is of waarvoor aanspraak bestaat op kinderbijslag dan wel op studiefinanciering in de zin van de Wet studiefinanciering 2000 ; het kind wordt geacht minderjarig te zijn tot en met 31 december van het kalenderjaar waarin het de leeftijd van 18 jaar bereikt;
d. berekeningsbasis:
de tot een jaarbedrag te herleiden inkomstenbestanddelen, die deel uitmaken van de berekeningsgrondslag voor pensioenen ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde regelingen, die de militair op het berekeningstijdstip geniet bij verhuizing naar of in een gebied buiten Nederland, te verhogen met de toelage buitenland;
e. berekeningstijdstip:
de datum waarop de verhuizing aanvangt, met dien verstande dat daarvoor geldt:
1. bij verhuizing vooruitlopend op een verplaatsing: de datum van de verplaatsing;
2. bij overlijden of ontslag van de militair: de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten;
f. bevoegd gezag:
de bij ministeriële regeling aan te wijzen functionarissen;
g. detachering: verandering van de standplaats die naar het oordeel van het bevoegde gezag een tijdelijk karakter heeft;
h. een eigen huishouding voeren:
het zelfstandig bewonen van woonruimte, anders dan bij de eigen, stief- of pleegouders van de militair of van zijn echtgenote, voorzien van eigen meubilair en stoffering;
i. Europa:
Europa inclusief Turkije;
j. gezinsleden: de echtgenote van de militair en de eigen, stief- of pleegkinderen van de militair zelf of van zijn echtgenote, voor zover zij met hem samenwonen en in geval van vestiging buiten Nederland ter zake goedkeuring is verkregen van de minister;
k. echtgenote: degene met de militair naar Nederlands recht is gehuwd, alsmede degene die met inachtneming van artikel 1, derde tot en met vijfde lid, van het Algemeen militair ambenarenreglement mede onder dit begrip wordt verstaan;
l. militair (tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald):
de militair in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel c, ten eerste, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, daaronder begrepen hij die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om in de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;
Onder militair wordt mede begrepen de ambtenaar, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (Bard) die als gevolg van een functiewisseling in het kader van de mobiliteitsbevordering van standplaats verandert. Waar in dit besluit wordt verwezen naar artikel 143 van het Algemeen militair ambtenarenreglement, wordt voor deze ambtenaren gelezen: artikel 75 Bard.
m. minister:
Onze Minister van Defensie; n. plaats van legering:
de voor de militair gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar hem door het bevoegde gezag nachtverblijf van rijkswege wordt geboden;
o. plaats van tewerkstelling:
de gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar de militair gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, dan wel een door het bevoegde gezag aangewezen plaats;
p. standplaats:
de gemeente of het bij name genoemde deel van die gemeente, waar de plaats van tewerkstelling van de militair is gelegen, dan wel indien de plaats van tewerkstelling een vaartuig is, de door het bevoegde gezag aangewezen plaats;
q. toelage buitenland: de toelage ter zake van het verblijf van de militair buiten Nederland, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder c van het Inkomstenbesluit militairen;
r. verhuizen:
veranderen van woning;
s. verplaatsing:
verandering van standplaats die naar het oordeel van het bevoegde gezag een permanent karakter heeft;
t. voor het eerst in dienst treden:
in dienst treden bij het Rijk of een van zijn diensten, bedrijven of instellingen, anders dan in geval van overgang binnen een maand:
1. van de ene naar de andere tak van rijksdienst;
2. van een andere overheidsdienst of een door het Rijk bekostigde onderwijsinstelling naar de rijksdienst;
u. woning:
woonruimte anders dan van rijkswege waaronder mede te verstaan de ambts- of dienstwoning;
v. woongebied:
zodanig gebied dat de kortste gebruikelijke openbare weg van de woning naar de plaats van tewerkstelling niet meer bedraagt dan 25 kilometer alsmede een door het bevoegde gezag bepaalde limitatieve opsomming van goedgekeurde plaatsen van vestiging, behorende bij een standplaats waarvan het woongebied in onvoldoende mate mogelijkheid biedt tot vestiging;
2.
Aan dit besluit kunnen geen aanspraken worden ontleend door militairen op wie voorzieningen ter zake van verblijf in het buitenland van toepassing zijn die overeenkomen met aanspraken op grond van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.
1.
De militair die ingevolge een op grond van artikel 143 van het Algemeen militair ambtenarenreglement opgelegde verplichting verhuist naar een nader door het bevoegd gezag aangegeven plaats of gebied, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten, mits de verhuizing plaatsvindt uiterlijk twee jaren na de datum waarop de verplichting is opgelegd.
2.
De militair, bedoeld in het eerste lid, die is verhuisd en van de in het eerste lid bedoelde verplichting wordt ontheven, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten, mits de verhuizing plaatsvindt binnen twee jaren na de ontheffing.
3.
De militair die bij verplaatsing verhuist naar het woongebied van zijn nieuwe standplaats omdat hij naar zijn oordeel niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten mits de verhuizing plaatsvindt binnen twee jaren na de datum van de verplaatsing, dan wel binnen zes maanden voor de datum van zijn verplaatsing en indien door de verhuizing de reisafstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling met ten minste 50% wordt bekort.
4.
Het bevoegd gezag kan de militair die bij indiensttreding een eigen huishouding voert, eenmalig aanspraak verlenen op een tegemoetkoming in de verhuiskosten mits de verhuizing plaatsvindt binnen twee jaren na de datum van de indiensttreding.
1.
De militair die voor het eerst in dienst treedt heeft, in afwijking van artikel 2, slechts aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten, indien hij schriftelijk heeft ingestemd met een terugbetalingsverplichting bij ontslag op aanvraag of op grond van aan hem te wijten feiten of omstandigheden, binnen twee jaren na de verhuizing.
2.
Overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet beschouwd als een ontslag op aanvraag als bedoeld in het eerste lid, tenzij de bedoelde militair als gevolg van die overgang opnieuw moet verhuizen met aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten.
Artikel 5
De militair die met toekenning van een tegemoetkoming in de verhuiskosten is verhuisd naar een buiten Nederland gelegen land of naar een ambts- of dienstwoning en wordt ontslagen heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing naar of in Nederland indien het een ontslag betreft:
a. met recht op een uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen ;
b. met recht op dadelijk ingaand pensioen;
c. anders dan op eigen aanvraag en niet het gevolg zijnde van aan hem te wijten feiten of omstandigheden.
Artikel 6
Aan de gezinsleden van de militair wordt een tegemoetkoming in de kosten van verhuizing naar of in Nederland toegekend, indien de militair komt te overlijden, nadat hij met de gezinsleden onder toekenning van een tegemoetkoming in de verhuiskosten is verhuisd naar een buiten Nederland gelegen land of naar een ambts- of dienstwoning.
Artikel 7
Indien verhuizing in het belang van de militair of zijn gezinsleden naar het oordeel van de militair geneeskundige dienst medisch noodzakelijk is, kan het bevoegde gezag hem aanspraak verlenen op een tegemoetkoming in de verhuiskosten.
Artikel 8
De aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten ingevolge de artikelen 5, 6 en 7 vervalt indien de verhuizing niet plaatsvindt binnen één jaar na de datum van het ontslag, het overlijden of de datum waarop het bevoegde gezag wegens medische noodzaak aanspraak heeft verleend op een tegemoetkoming in de verhuiskosten.
1.
De militair die aanspraak heeft op een tegemoetkoming in de verhuiskosten en die naar of binnen een buiten Nederland gelegen gebied verhuist, dan wel vanuit een buiten Nederland gelegen gebied naar Nederland verhuist, heeft aanspraak op tijdelijke onderbrenging van hemzelf en zijn eventuele gezinsleden indien:
a. hij nog niet over een woning kan beschikken;.
b. hij ten gevolge van de verscheping van de inboedel daarover niet kan beschikken.
2.
De militair als bedoeld in het eerste lid, die zonder gezinsleden verhuist, heeft de mogelijkheid om in plaats van tijdelijke onderbrenging voor huisvesting van rijkswege te kiezen.
3.
Indien de militair die met gezinsleden is verhuisd, buiten Nederland blijft geplaatst, terwijl zijn gezinsleden naar Nederland terugkeren, kan op aanvraag van de militair onder toepassing van de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, aanspraak worden verleend op tijdelijke onderbrenging van zijn gezinsleden. Als gevolg hiervan vervalt de aanspraak op tijdelijke onderbrenging voor de militair en kan hij enkel aanspraak maken op huisvesting van rijkswege.
4.
Indien niet over de woning, bedoeld in het eerste lid, onder a, kan worden beschikt, zijn de eventuele kosten van opslag van de inboedel voor rekening van het Rijk.
5.
Teneinde de duur van de aanspraak te beperken is de militair gehouden al het mogelijke te doen om een woning te verkrijgen.
6.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de duur, de aard, de kosten en de eigen bijdrage van de tijdelijke onderbrenging als mede omtrent de opslag van de inboedel.
1.
Ten aanzien van verhuizingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de tegemoetkoming in de verhuiskosten gelijk aan een tegemoetkoming in:
a. de reis- en verblijfkosten binnen Nederland die voor de militair en zijn echtgenote zijn verbonden aan één reis ter bezichtiging van woonruimte;
b. de reis- en verblijfkosten bij een verplaatsing naar een land buiten Nederland, die voor de militair en zijn echtgenote zijn verbonden aan een reis ter bezichtiging van onder meer woonruimte en scholen;
c. de reis- en verblijfkosten die voor de militair en zijn gezinsleden zijn verbonden aan de reis naar de nieuwe woning;
d. de transportkosten;
e. de dubbele woonlasten;
f. de kosten van de tussenpersoon, voor zover deze in rekening wordt gebracht ter verwerving van een huurwoning;
g. overige kosten, mits een eigen huishouding wordt gevoerd op de datum van de verplaatsing of de indiensttreding en de eigen huishouding wordt voorgezet na de verhuizing.
2.
Bij ministeriële regeling worden nadere voorwaarden vastgesteld omtrent de maximale duur van de reis, bedoeld in het eerste lid, onder b.
Artikel 11
Ten aanzien van verhuizingen anders dan als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de tegemoetkoming in de verhuiskosten gelijk aan een tegemoetkoming in:
a. de reis- en verblijfkosten die voor de militair en zijn gezin zijn verbonden aan de reis naar de nieuwe woning, mits het een verhuizing betreft van, naar of in een buiten Nederland gelegen land;
b. transportkosten;
c. overige kosten, mits een eigen huishouding wordt gevoerd op de datum van de verplaatsing of de indiensttreding en de eigen huishouding wordt voortgezet na de verhuizing.
Artikel 13
Indien het bevoegde gezag bij verplaatsing uit, naar en buiten Nederland heeft bepaald dat de militair geen gezinsleden op rijkskosten kan meenemen, is de tegemoetkoming in de verhuiskosten, in afwijking van de artikelen 10 en 11, gelijk aan de kosten van:
a. het transport van de bagage, welke bij een verplaatsing over zee is beperkt tot ten hoogste de kosten van het vervoer per schip van een hoeveelheid van 1 m 3 ;
b. de verschuldigde invoerrechten alsmede de verzekering van die bagage tegen schade tengevolge van of in verband met het transport;
c. de reizen die in het land van vertrek worden gemaakt ter voldoening aan een oproep tot het vervullen van formaliteiten, vereist in verband met de reis.
Artikel 14
De tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten, bedoeld in de artikelen 10 en 11, wordt bepaald aan de hand van het gestelde bij of krachtens het Besluit dienstreizen defensie .
1.
Onder de transportkosten, bedoeld in de artikelen 10 en 11, worden bij een verhuizing binnen Nederland verstaan de kosten van:
a. het transport van de inboedel en de bagage van de militair en de medeverhuizende gezinsleden;
b. het in- en uitpakken van de inboedel alsmede het (de)monteren van het meubilair;
c. de verzekering van de inboedel en de bagage tegen schade ten gevolge van of in verband met de verhuizing.
2.
Onder de transportkosten, bedoeld in artikel 10 en 11, worden bij een verhuizing van, naar of in het buitenland verstaan de kosten van:
a. het transport van de inboedel van de militair en de medeverhuizende gezinsleden; de tegemoetkoming is echter bij verhuizingen van en naar een land gelegen buiten Europa met uitzondering van Kreta, beperkt tot de kosten van het vervoer van een 40-voets container;
b. het in- en uitpakken van de inboedel alsmede het (de)monteren van meubilair en de afvoer van emballage;
c. de opslag en het transport van de in Nederland achtergelaten inboedel voor zover het een verhuizing betreft naar een land gelegen buiten Europa met uitzondering van Kreta;
d. het transport van de bagage van de militair en de gezinsleden; de tegemoetkoming wordt in geval van transport per vliegtuig - onverminderd de vrijdom van vracht - beperkt tot 20 kg per persoon;
e. de verschuldigde invoerrechten bij invoer van de bagage en de inboedel;
f. de verzekering van de bagage en de inboedel tegen schade ten gevolge van of in verband met de verhuizing alsmede de verzekering van de inboedel in geval van opslag;
g. het transport van één personenauto of motorrijwiel indien het betreft een verplaatsing naar een land buiten Europa en terug. Voorwaarde hierbij is dat het te vervoeren voertuig in rijdende staat verkeert en tezamen met de inboedel binnen de maximale afmetingen van een standaard 40-voets container dan wel indien het voertuig separaat vervoerd wordt binnen de maximale afmetingen van een standaard 20-voets container geladen kan worden;
h. de aanschaf ter plaatse van een personenauto of motorrijwiel, indien bij een verplaatsing naar een land buiten Europa geen kosten als bedoeld onder g in rekening worden gebracht.
3.
De tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid, onder h, wordt vastgesteld bij ministeriële regeling.
4.
Het bevoegde gezag kan één of meer transportondernemers aanwijzen ter verzorging van het transport, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Artikel 16. De tegemoetkoming in de dubbele woonlasten
De tegemoetkoming in de dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 10, wordt vastgesteld met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels.
Artikel 17. De tegemoetkoming in de kosten van de tussenpersoon
De tegemoetkoming in de kosten van de tussenpersoon, bedoeld in artikel 10, wordt toegekend indien inschakeling van een tussenpersoon naar het oordeel van het bevoegde gezag voor het Rijk tot aanmerkelijk voordeel leidt.
Artikel 18
De tegemoetkoming in de overige kosten, bedoeld in de artikelen 10 en 11, is gelijk aan 12% van de berekeningsbasis met een minimum van € 2 268,90 en een maximum van € 5 445.
1.
De militair heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen over de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, indien:
a. de te reizen afstand meer dan 10 kilometer bedraagt, en
b. hij een eigen huishouding voert, en
c. hij dagelijks reist.
2.
Aan de militair die dagelijks met het openbaar vervoer reist, kan door Defensie een openbaar vervoerbewijs verstrekt worden. Deze militair maakt alsdan geen aanspraak op de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming en kan hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.
Artikel 20. Aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten indien niet dagelijks wordt gereisd
De militair heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het niet dagelijks reizen over de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, indien hij een eigen huishouding voert en niet dagelijks reist, van:
a. vier maal per periode van vier weken, indien de plaats van tewerkstelling in Nederland, België of Duitsland en de woning in Nederland, België of Duitsland is gelegen;
b. vier maal per periode van vier weken, indien de plaats van tewerkstelling en de woning beide in Nederland zijn gelegen en hij verplicht huisvesting van rijkswege ontvangt;
c. eenmaal per periode van twee weken, indien de plaats van tewerkstelling en de woning beide in Europa zijn gelegen, terwijl a of b niet van toepassing is;
d. eenmaal per plaatsingsperiode van negen maanden, indien de plaats van tewerkstelling buiten Europa is gelegen.
Artikel 21. Aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten voor militairen die geen eigen huishouding voeren
De militair die geen eigen huishouding voert, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen over de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, van:
a. eenmaal per periode van twee weken, indien de plaats van tewerkstelling en de woning beide in Nederland zijn gelegen en aan de militair huisvesting van rijkswege is verleend, òf
b. vier maal per periode van vier weken, indien de plaats van tewerkstelling en de woning beide in Nederland zijn gelegen en aan de militair geen huisvesting van rijkswege is verleend, òf
c. eenmaal per periode van vier weken, indien de plaats van tewerkstelling en de woning beide zijn gelegen in Europa, terwijl het gestelde onder a of b niet van toepassing is, òf
d. eenmaal per plaatsingsperiode van negen maanden, indien de plaats van tewerkstelling is gelegen buiten Europa.
1.
De militair, die met toekenning van een tegemoetkoming in de verhuiskosten is verhuisd naar een buiten Europa gelegen land, heeft, indien de duur van de plaatsing is gesteld voor een periode langer dan twee jaren, gedurende de plaatsingstermijn eenmaal per periode van twee jaren aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen tussen de woning in het buitenland en een plaats naar keuze in Nederland voor zichzelf en voor de eveneens in het land van plaatsing gevestigde gezinsleden.
2.
De militair die met toekenning van een tegemoetkoming in de verhuiskosten is verhuisd naar een land gelegen buiten Europa te zamen met een of meer gezinsleden heeft - indien de duur van de plaatsing is gesteld op ten minste twee jaren - ter zake van gezinshereniging met een achtergebleven kind, voor dat kind, hemzelf of één van zijn gezinsleden, eenmaal per plaatsingsperiode van 12 maanden aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen tussen de woonplaats van het kind en de woonplaats van de militair buiten Europa.
Artikel 23
De militair die aanspraak heeft op een tegemoetkoming, bedoeld in artikel 20, onderdeel a, heeft eveneens aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen voor de tussen de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling af te leggen afstand, indien de te reizen afstand meer dan 10 kilometer bedraagt.
1.
Het bevoegde gezag kan bepalen dat de militair die de mogelijkheid heeft om te reizen met van rijkswege ingezet vervoer, in afwijking van de artikelen 19 tot en met 23, geen aanspraak heeft op de in die artikelen bedoelde tegemoetkoming.
2.
De militair die op grond van het eerste lid geen aanspraak heeft op een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen voor de tussen de woning of de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling af te leggen afstand is, indien gebruik wordt gemaakt van het van rijkswege ingezette vervoer, een door het bevoegde gezag te bepalen bijdrage verschuldigd.
1.
De tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 19 tot en met 23, worden vastgesteld volgens nader door de minister te stellen regels.
2.
Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in het eerste lid kan mandaat worden verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie.
1.
Indien ook de echtgenote van de militair ingevolge dit besluit aanspraak kan maken op de tegemoetkomingen bedoeld in de artikelen 9 tot en met 18 worden deze tegemoetkomingen slechts toegekend aan diegene die ingevolge het gestelde in artikel 18 aanspraak heeft op de hoogste tegemoetkoming.
2.
Indien de militair uit anderen hoofde reeds in enigerlei vorm aanspraak heeft op vergoedingen voor de in de artikelen 9 tot en met 18 van dit besluit genoemde kosten, worden deze aanspraken in mindering gebracht op de tegemoetkomingen in deze kosten ingevolge dit besluit.
3.
Indien de militair aanspraak heeft op tegemoetkomingen ingevolge dit besluit en zijn echtgenote ontvangt anders dan op grond van dit besluit vergoedingen voor de in de artikelen 9 tot en met 18 van dit besluit genoemde kosten, dan worden deze vergoedingen in mindering gebracht op de tegemoetkomingen van de militair.
Artikel 27
De aanvraag voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten dient binnen een door het bevoegde gezag te bepalen termijn te zijn ingediend.
Artikel 28
Het bevoegde gezag kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen beslissen in individuele gevallen, waarin deze regelen naar zijn oordeel niet of niet in redelijkheid voorzien.
Artikel 29
Het Verplaatsingskostenbesluit 1962 houdt op de datum dat dit besluit in werking treedt op te gelden voor de militair.
1.
De militair met een plaats van tewerkstelling in Nederland, Belgie of Duitsland en de woning in Nederland, Belgie of Duitsland, die – louter in verband met de periode doorgebracht in de plaats van tewerkstelling – inmiddels één maal per twee weken aanspraak heeft op een vergoeding in de kosten van het niet dagelijks reizen, heeft met ingang van 1 oktober 2007 aanspraak op de vergoeding als bedoeld in artikel 20, onderdeel a.
2.
Voor de militair die vóór 1 oktober 2006 is verplaatst naar Turkije, Kreta of IJsland zijn het eerste en tweede lid van artikel 22 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 31
Dit besluit treedt in werking op een nader bij koninklijk besluit te bepalen datum.
Artikel 32
Dit besluit wordt aangehaald als "Verplaatsingskostenbesluit militairen".
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 8 juli 1991
De Minister van Defensie,
Uitgegeven de vijftiende augustus 1991
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Begripsbepalingen
+ Aanspraken op een tegemoetkoming in de verhuiskosten bij verplaatsing en indiensttreding
+ Aanspraken op een tegemoetkoming in de verhuiskosten bij ontslag, overlijden en medische noodzaak
+ Aanspraken op een tegemoetkoming bij tijdelijke onderbrenging
+ De tegemoetkoming in de verhuiskosten
+ De tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten
+ De tegemoetkoming in de transportkosten
+ De tegemoetkoming in de dubbele woonlasten
+ De tegemoetkoming in de overige kosten
+ Aanspraken op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling
+ Aanspraken op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen tussen de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling
+ Bepalingen bij de inzet van vervoer van rijkswege
+ De tegemoetkoming in de kosten van het reizen tussen de woning of de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling
+ Overige bepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht