1.
Het is verboden in een water als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder d, op het visrecht waarvan een ander de rechthebbende is, vis uit te zetten, zonder in het bezit te zijn van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder vis mede begrepen vissen, schaal- en schelpdieren en kuit, broed en zaad van vissen en schaal- en schelpdieren, die niet krachtens artikel 1, tweede lid, zijn aangewezen.
3.
Een schriftelijke toestemming als bedoeld in het eerste lid, is duidelijk leesbaar en in niet uit te wissen schrift gesteld en vermeldt ten minste: de naam, de voorletters en de woonplaats van de rechthebbende op het visrecht en van de houder, de geboortedatum van de houder, de omschrijving van het water, de vissoort en de periode, waarvoor zij geldt en de dagtekening.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. De registratie van vissersvaartuigen
+ Hoofdstuk IIA. Naleving internationale verplichtingen
+ Hoofdstuk III. De zeevisserij
+ Hoofdstuk IV. De kustvisserij
- Hoofdstuk V. De binnenvisserij
+ Hoofdstuk VI. Toezichts-, dwang- en strafbepalingen
+ Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht