Let op. Deze wet is vervallen op 1 mei 2009. U leest nu de tekst die gold op 30 april 2009.

Artikel 3.2.35 Voertuigreglement

Uitgebreide informatie
1.
Personenauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten voor wat betreft de bescherming van de inzittenden bij een ongeval voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 74/60/EEG en 74/297/EEG.
2.
Bij personenauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1995, mogen delen van het voertuig waaraan inzittenden zich wanneer zij door een plotselinge vertraging of stilstand van het voertuig naar voren worden geworpen, zouden kunnen stoten, niet zijn uitgevoerd met gevaarlijke scherpe delen of kanten, die het gevaar voor dan wel de ernst van verwondingen zouden kunnen vergroten.
3.
Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 31 december 1994, voldoen terzake van de inrichting, sterkte en bevestiging van zitplaatsen en hoofdsteunen aan de volgende eisen:
a. indien zij in gebruik zijn genomen voor 20 oktober 2006, voldoen zij voor wat betreft de naar voren gerichte zitplaatsen en hoofdsteunen daarvan aan de richtlijnen 74/408/EEG en 78/932/EEG;
b. indien zij in gebruik zijn genomen na 19 oktober 2006, voldoen zij voor wat betreft de zijdelings gerichte zitplaatsen aan richtlijn 74/408/EEG en voor wat betreft de naar voren gerichte zitplaatsen en hoofdsteunen daarvan aan de richtlijnen 74/408/EEG en 78/932/EEG.
4.
Bij personenauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1995 moeten:
a. de zitplaatsen deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd;
b. verschuifbare zitplaatsen in elke mogelijke stand kunnen worden vergrendeld indien deze personenauto’s na 30 september 1971 in gebruik zijn genomen;
c. verstelbare rugleuningen van zitplaatsen in elke mogelijke stand kunnen worden vergrendeld indien deze personenauto’s na 30 september 1971 in gebruik zijn genomen;
d. de voorste zitplaatsen, indien zij scharnierend zijn, dan wel de rugleuningen van de voorste zitplaatsen, indien zij scharnierend zijn, in de normale stand automatisch zijn vergrendeld indien deze personenauto’s na 30 september 1971 in gebruik zijn genomen;
5.
Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 30 september 1998 moeten voor wat betreft de bescherming van de inzittenden bij zijdelingse botsingen voldoen aan het bepaalde in richtlijn 96/27/EG.
6.
Personenauto’s met een toegestane maximum massa van niet meer dan 2500 kg, die in gebruik zijn genomen na 30 september 1998, moeten voor wat betreft de bescherming van de inzittenden bij frontale botsingen voldoen aan het bepaalde in richtlijn 96/79/EG. Op verzoek van de fabrikant wordt deze eis ook toegepast ten aanzien van personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 30 september 1998 en waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 2500 kg of ten aanzien van personenauto’s die na 30 september 1998 in fasen worden gebouwd.
7.
Het bepaalde in het vijfde en het zesde lid is niet van toepassing op in fasen gebouwde personenauto’s die worden vervaardigd in aantallen die niet groter zijn dan is vastgesteld voor kleine series als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 70/156/EEG;
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 1A. Verbodsbepalingen in verband met het in de handel brengen
+ Hoofdstuk 2. Toelating tot de weg
- Hoofdstuk 3. Eisen toelating
+ Hoofdstuk 4. Periodieke keuring van voertuigen
+ Hoofdstuk 5. Permanente eisen
+ Hoofdstuk 6. Wijziging in de constructie
+ Hoofdstuk 7. Ontheffingen
+ Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht