Let op. Deze wet is vervallen op 1 mei 2009. U leest nu de tekst die gold op 30 april 2009.

Voertuigreglement

Uitgebreide informatie
1.
Bedrijfsauto's, niet zijnde rijdende werktuigen, die in gebruik worden genomen na 31 mei 2002 moeten voor wat betreft afmetingen en wendbaarheid voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/27/EG.
2.
Bedrijfsauto's, niet zijnde rijdende werktuigen, die in gebruik worden genomen na 21 juli 1999 doch voor 1 juni 2002 moeten voor wat betreft afmetingen en wendbaarheid voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/27/EG, met uitzondering van het bepaalde in Bijlage I, onderdeel 7.6.2 van die richtlijn.
3.
Bedrijfsauto's die in gebruik zijn genomen voor 22 juli 1999 mogen:
a. niet langer zijn dan 12,00 m, met uitzondering van bussen met twee assen die niet langer mogen zijn dan 13,50 m, bussen met meer dan twee assen die niet langer mogen zijn dan 15,00 m en gelede bussen die niet langer mogen zijn dan 18,75 m;
b. niet breder zijn dan 2,55 m, met uitzondering van geconditioneerde voertuigen, die niet breder mogen zijn dan 2,60 m; en
c. niet hoger zijn dan 4,00 m.
4.
Bedrijfsauto's, niet zijnde rijdende werktuigen, die in gebruik zijn genomen voor 22 juli 1999, moeten rijdend naar beide zijden een volledige cirkel kunnen beschrijven binnen een ruimte die wordt begrensd door twee concentrische cirkels, waarvan de buitenste een straal van 12,50 m en de binnenste een straal van 5,30 m heeft, zonder dat een van de buitenpunten van het voertuig buiten de omtrek van de cirkels komt.
5.
Rijdende werktuigen mogen niet langer of breder zijn dan voor de bruikbaarheid als werktuig noodzakelijk is, met een maximum lengte van 20,00 m en een maximum breedte van 3,00 m.
6.
In afwijking van het eerste tot en met het derde lid mogen kermis- of circusvoertuigen niet langer zijn dan 14,00 m.
7.
In de afmetingen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, zijn afneembare bovenbouwen en gestandaardiseerde laadstructuren begrepen.
Artikel 3.3.8
Onze Minister kan bij ministeriële regeling voor rijdende werktuigen regels vaststellen met betrekking tot de maximum bestreken baan.
1.
De last onder de as of assen van bedrijfsauto’s die na 31 december 1994 in gebruik worden genomen, mag niet meer bedragen dan:
a. de door de fabrikant van het voertuig opgegeven toegestane maximum last,
b. voor enige as: 10 000 kg voor een niet-aangedreven as en 11 500 kg voor een aangedreven as,
c. voor voertuigen met een asstel met twee niet-aangedreven assen:
1°. indien de onderlinge afstand tussen de assen minder bedraagt dan 1,00 m, 11 000 kg te zamen,
2°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,00 m of meer bedraagt maar minder dan 1,30 m, 16 000 kg te zamen,
3°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,30 m of meer bedraagt maar minder dan 1,80 m, 18 000 kg te zamen,
d. voor voertuigen met een asstel met twee assen waarvan 1 of 2 assen zijn aangedreven:
1°. indien de onderlinge afstand tussen de assen minder bedraagt dan 1,00 m, 11 500 kg te zamen,
2°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,00 m of meer bedraagt maar minder dan 1,30 m, 16 000 kg te zamen,
3°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,30 m of meer bedraagt maar minder dan 1,80 m:
a. 18 000 kg te zamen,
b. 19 000 kg te zamen indien de aangedreven as is voorzien van banden in dubbele montage alsmede van gasvering of van in het kader van de Europese Gemeenschappen als gelijkwaardig aangemerkte vering,
c. 19 000 kg te zamen indien beide aangedreven assen zijn voorzien van banden in dubbele montage, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 9500 kg.
2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de last onder enige as van een rijdend werktuig niet meer bedragen dan:
a. voor de bruikbaarheid als werktuig noodzakelijk is,
b. de door de fabrikant van het voertuig opgegeven toegestane maximum last, en
c. 12 000 kg per as.
3.
Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de toegestane maximum last onder de as of assen van bedrijfsauto’s die niet in het eerste lid zijn genoemd dan wel die voor 1 januari 1995 in gebruik zijn genomen.
1.
De toegestane maximum massa van bedrijfsauto’s alsmede de toegestane maximum massa van samenstellen van bedrijfsauto en aanhangwagen mogen niet meer bedragen dan:
a. 50 000 kg,
b. de door de fabrikant van de bedrijfsauto voor de bedrijfsauto onderscheidenlijk voor het samenstel van voertuigen opgegeven toegestane maximum massa,
c. vijf maal de toegestane maximum last onder de aangedreven as of assen,
d. de ten aanzien van het remsysteem van het trekkend motorrijtuig toegestane maximum massa, en
e. indien de bedrijfsauto na 30 juni 1967 in gebruik is genomen, het vermogen van de motor, vastgesteld volgens richtlijn 80/1269/EEG, gedeeld door de factor 3,68 * 10-3kW/kg.
2.
De toegestane maximum massa van een door de bedrijfsauto voort te bewegen aanhangwagen mag niet meer bedragen dan:
a. de daarvoor door de fabrikant van de bedrijfsauto opgegeven toegestane maximum massa,
b. de daarvoor ten aanzien van de sterkte van de koppeling toegestane maximum massa,
c. de daarvoor ten aanzien van de sterkte en de bevestiging van de delen van het chassisraam waaraan de koppeling is bevestigd, toegestane maximum massa,
d. de daarvoor ten aanzien van het remsysteem van het trekkend motorrijtuig toegestane maximum massa,
e. de helft van de ledige massa van de bedrijfsauto met een maximum van 750 kg indien het een ongeremde aanhangwagen betreft, en
f. 3.500 kg indien het trekkende voertuig een bus betreft.
3.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid mag de toegestane maximum massa van een door een bedrijfsauto voort te bewegen geremde middenasaanhangwagen niet meer bedragen dan:
a. 24 000 kg,
b. de toegestane maximum massa van de bedrijfsauto, tenzij deze een toegestane maximum massa heeft van meer dan 3 500 kg, of de bedrijfsauto als een terreinvoertuig overeenkomstig Bijlage II, deel A, punt 4, van richtlijn 70/156/EEG kan worden aangemerkt,
c. 1,5 maal de toegestane maximum massa van de bedrijfsauto, voorzover de bedrijfsauto als een terreinvoertuig overeenkomstig Bijlage II, deel A, punt 4, van richtlijn 70/156/EEG kan worden aangemerkt, met een maximum van 3 500 kg,
d. 1,5 maal de toegestane maximum massa van de bedrijfsauto, indien de bedrijfsauto een toegestane maximum massa heeft van meer dan 3 500 kg.
4.
In afwijking van het tweede lid mag de toegestane maximum massa van een door een bedrijfsauto met een zelfdragende carrosserie en met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3 500 kg voort te bewegen aanhangwagen niet meer bedragen dan de door de fabrikant van de bedrijfsauto opgegeven toegestane maximum massa.
5.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de toegestane maximum massa van een rijdend werktuig alsmede van een samenstel van een rijdend werktuig en een aanhangwagen meer bedragen dan 50 000 kg doch niet meer dan voor de bruikbaarheid als werktuig noodzakelijk is en niet meer dan 60 000 kg.
6.
Bij bedrijfsauto’s die zodanig zijn ingericht dat buiten de normaal aangedreven as of assen nog een of meer assen kunnen worden aangedreven, worden voor de toepassing van het bepaalde in het eerste tot en met vijfde lid deze incidenteel aangedreven as of assen als aangedreven as of assen aangemerkt mits de snelheid waarmee met ingeschakelde as of assen mag worden gereden, ten minste 60 km/h bedraagt.
1.
De last onder de bestuurde as of assen van bedrijfsauto’s mag niet minder bedragen dan een vijfde deel van de massa van het voertuig.
2.
Bussen die na 12 februari 2004 in gebruik worden genomen, moeten met betrekking tot hun stabiliteit voldoen aan het bepaalde in bijlage I van richtlijn 2001/85/EG.
3.
Gelede bussen die na 12 februari 2004 in gebruik worden genomen, moeten met betrekking tot richtingvastheid voldoen aan bijlage I van richtlijn 2001/85/EG.
4.
Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de stabiliteit en de richtingvastheid als bedoeld in het tweede en derde lid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 1A. Verbodsbepalingen in verband met het in de handel brengen
+ Hoofdstuk 2. Toelating tot de weg
- Hoofdstuk 3. Eisen toelating
+ Hoofdstuk 4. Periodieke keuring van voertuigen
+ Hoofdstuk 5. Permanente eisen
+ Hoofdstuk 6. Wijziging in de constructie
+ Hoofdstuk 7. Ontheffingen
+ Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht