Let op. Deze wet is vervallen op 1 mei 2009. U leest nu de tekst die gold op 30 april 2009.

Voertuigreglement

Uitgebreide informatie
1.
Aanhangwagens achter een motorfiets moeten zijn voorzien van:
a. twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig, dan wel één richtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig, indien de trekkende motorfiets van richtingaanwijzers is voorzien;
b. één of twee achterlichten;
c. één of twee remlichten, indien de trekkende motorfiets van een remlicht is voorzien;
d. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat;
e. één of twee niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig;
f. ten minste één niet-driehoekige ambergele retroreflector aan elke zijkant van het voertuig.
2.
Aanhangwagens achter een bromfiets moeten zijn voorzien van:
a. één of twee achterlichten;
b. twee niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig;
c. ten minste één niet-driehoekige ambergele retroreflector aan elke zijkant van het voertuig;
d. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat.
1.
De richtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen.
2.
De achterlichten en de remlichten mogen niet anders dan rood stralen.
3.
De verlichting van de kentekenplaat mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
1.
De richtingaanwijzers moeten zijn aangebracht:
a. aan de uiterste zijden van het voertuig en op een onderlinge afstand, gemeten tussen de binnenranden van het lichtdoorlatende gedeelte, van niet minder dan 0,24 m;
b. op een hoogte van niet minder dan 0,35 m boven het wegdek.
De lichten moeten zodanig zijn aangebracht dat zij waarneembaar zijn voor een waarnemer die zich in het mediaanvlak van het voertuig bevindt op een afstand van 10 m achter het voertuig.
2.
De achterlichten moeten aan de achterzijde van het voertuig zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,25 m boven het wegdek.
3.
Het remlicht of de remlichten moeten aan de achterzijde van het voertuig zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,25 m boven het wegdek. Indien één licht is aangebracht, moet dit in het midden of links van het midden van het voertuig zijn geplaatst.
4.
De niet-driehoekige rode retroreflectoren moeten zijn aangebracht aan de uiterste zijden van het voertuig op een hoogte van niet minder dan 0,25 m boven het wegdek.
5.
De in artikel 5.15.51 bedoelde ambergele retroreflectoren moeten zijn aangebracht aan elke zijkant op een hoogte van niet minder dan 0,30 m en niet meer dan 0,90 m boven het wegdek. Ten minste één retroreflector moet zich bevinden in het middelste derde gedeelte van de aanhangwagen met inbegrip van de dissel.
1.
De in artikel 5.15.51 bedoelde lichten moeten goed werken.
2.
De verlichtingsarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd.
3.
De glazen van de verlichtingsarmaturen mogen niet zodanig zijn bevestigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed.
4.
Lichten met dezelfde functie moeten van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke of nagenoeg gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.
5.
De in artikel 5.15.51 bedoelde lichten en retroreflectoren mogen niet zijn afgeschermd.
6.
De in artikel 5.15.51 bedoelde retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen, die de retroreflectie beïnvloeden.
1.
Aanhangwagens achter een motorfiets mogen zijn voorzien van:
a. één mistlicht aan de achterzijde van het voertuig;
b. één of twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig;
c. werklichten.
2.
Aanhangwagens achter een bromfiets mogen zijn voorzien van:
a. twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig, dan wel één richtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig;
b. één of twee remlichten;
c. één of twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig.
3.
Aanhangwagens achter motorfietsen en bromfietsen mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra niet-driehoekige rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig.
1.
De richtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen.
2.
De remlichten en het mistlicht aan de achterzijde mogen niet anders dan rood stralen.
1.
De richtingaanwijzers moeten zijn aangebracht:
a. aan de uiterste zijden van het voertuig en op een onderlinge afstand, gemeten tussen de binnenranden van het lichtdoorlatende gedeelte, van niet minder dan 0,24 m;
b. op een hoogte van niet minder dan 0,35 m boven het wegdek.
De lichten moeten zodanig zijn aangebracht dat zij waarneembaar zijn voor een waarnemer die zich in het mediaanvlak van het voertuig bevindt op een afstand van 10 m achter het voertuig.
2.
Het mistlicht aan de achterzijde van het voertuig moet zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m boven het wegdek, links van het midden van het voertuig op een afstand van niet minder dan 0,10 m van het remlicht.
3.
Het remlicht of de remlichten moeten aan de achterzijde van het voertuig zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,25 m boven het wegdek. Indien één licht is aangebracht, moet dit in het midden of links van het midden van het voertuig zijn geplaatst.
Artikel 5.15.64
Aanhangwagens mogen, met uitzondering van de richtingaanwijzers, niet zijn voorzien van knipperende verlichting.
Artikel 5.15.65
Aanhangwagens mogen niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.15.51 en 5.15.57 is voorgeschreven of toegestaan.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 1A. Verbodsbepalingen in verband met het in de handel brengen
+ Hoofdstuk 2. Toelating tot de weg
+ Hoofdstuk 3. Eisen toelating
+ Hoofdstuk 4. Periodieke keuring van voertuigen
- Hoofdstuk 5. Permanente eisen
+ Hoofdstuk 6. Wijziging in de constructie
+ Hoofdstuk 7. Ontheffingen
+ Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht