Voorlichting over leerlinggebonden financiering (lgf)
Informatie naar aanleiding van veelgestelde vragen over lgf
Op 1 augustus a.s. wordt de leerlinggebonden financiering (lgf) ingevoerd (zie Stb. 2002, 631, Stb. 2003, 54 en de ministeriële regeling m.b.t. de wijziging van een aantal data in de WEC die op 19 maart 2003 in het Gele Katern is gepubliceerd). De voorbereiding van scholen op de inwerkingtreding van deze wet leidt regelmatig tot vragen aan onder meer ICO en de wegbereiders lgf. Onderstaand vindt u antwoorden per onderwerp waar veel vragen over worden gesteld. Het betreft hier allereerst een blok met vragen van REC’s en (v)so-scholen. Daarna volgt informatie naar aanleiding van vragen van reguliere scholen.
artikel 71b WEC) van Voorlichting over leerlinggebonden financiering (lgf)">
Scholengemeenschap ( artikel 71b WEC)
Een scholengemeenschap bestaat uit scholen van verschillende onderwijssoorten binnen een REC. Indien een REC clusteroverstijgend is kunnen ook scholen die tot verschillende clusters behoren een scholengemeenschapvormen. Scholen van dezelfde onderwijssoort kunnen geen scholengemeenschap vormen.
Voor de scholengemeenschap wordt één schoolplan opgesteld.
Ook voor een scholengemeenschap gelden de regels ten aanzien van medezeggenschap.
artikel 71c WEC) van Voorlichting over leerlinggebonden financiering (lgf)">
Residentiële plaatsen ( artikel 71c WEC)
Scholen die het onderwijs verzorgen voor leerlingen in een residentiële instelling voor gehandicaptenzorg, jeugdhulpverlening of jeugdgezondheidszorg dan wel een justitiële jeugdinstelling kunnen plaatsbekostiging aanvragen. Voorwaarde is dat behandeling of opvang en onderwijs vanuit één plan noodzakelijk is vanwege de aard of de duur van de behandeling of opvang. Het gaat er dus om dat er een afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen de instelling en de school, met andere woorden de leerling is vanwege de plaatsing cq. behandeling aangewezen op het onderwijs van die school. Dit kan ook het geval zijn bij semi-residentiële instellingen (dagbehandeling) De relatie komt tot uiting in de afspraken die tussen de school en de residentiële instelling zijn gemaakt. Een afschrift van deze afspraken moet worden gevoegd bij een verzoek om de toekenning van residentiële plaatsen.
Residentiële plaatsen kunnen alleen worden aangevraagd voor de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd. Het aanvragen van residentiële plaatsen in combinatie met verbrede toelating is niet mogelijk. Immers bij verbrede toelating gaat het om het toelaten van leerlingen die door een Commissie van Indicatiestelling (CvI) voor een andere onderwijssoort binnen het REC zijn geïndiceerd dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd.
Een verzoek om de toekenning van residentiële plaatsen gaat vergezeld van:-
een opgave van het aantal plaatsen ten behoeve waarvan vergoeding en formatie wordt gewenst;-
het aantal leerlingen uit de residentiële instelling dat in de voorafgaande periode van vijf schooljaren per schooljaar op de school is ingeschreven;-
de duur van de inschrijving (hoe lang verblijft een leerling gemiddeld in de residentiële instelling);-
het totale aantal plaatsen in de residentiële instelling;-
de naam en de adres van de residentiële instelling;-
de aard van de opvang die door de residentiële instelling wordt geboden;-
afschrift van de samenwerkingsafspraken die tussen de school en de residentiële instelling zijn gemaakt.
Om dubbele bekostiging te voorkomen worden voor het startjaar 2003 - 2004 toegekende plaatsen ”verrekend” met de ingeschreven leerlingen (aantal leerlingen op 1 oktober 2002/ 16 januari 2003). Het aantal plaatsen dat wordt toegekend wordt daartoe in mindering gebracht op het aantal ingeschreven leerlingen op de teldatum 1 oktober 2002 dan wel 16 januari 2003. Voorbeeld: een school met 100 leerlingen die 20 plaatsen aanvraagt ontvangt in het schooljaar 2003 - 2004 voor 80 leerlingen en 20 plaatsen bekostiging. De omvang van de bekostiging van een plaats is gelijk aan die van een leerling.
Bij de toekenning van een aantal plaatsen wordt tevens de duur van de toekenning bepaald.
Ten behoeve van de vaststelling of er op de plaatsen leerlingen jonger dan 8 jaar (op basis van geboortejaar) en/ of cumi-leerlingen zitten, dienen op 1 oktober 2003 dienen ook de leerlingen op de residentiële plaatsen te worden geteld.
artikel 76a WEC) van Voorlichting over leerlinggebonden financiering (lgf)">
Nevenvestigingen ( artikel 76a WEC)
Een nevenvestiging mag alleen worden opgenomen in het spreidingsplan van het REC indien de scholen binnen het REC, de aanpalende REC’s èn de gemeente waar de nevenvestiging wordt gevestigd hebben ingestemd met de inrichting van die nevenvestiging.
ZMLK-afdelingen die worden omgezet in een nevenvestiging van een bestaande school hoeven de procedure ( artikel 76a en art. XI) voor het inrichten van een nevenvestiging niet te doorlopen. Zij kunnen volstaan met een verzoek om omzetting conform artikel VIII.
artikel 76a) van Voorlichting over leerlinggebonden financiering (lgf)">
Verbrede toelating ( artikel 76a)
Verbrede toelating geldt voor leerlingen die door een CvI zijn geïndiceerd voor een andere onderwijssoort binnen het REC dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd.
Verbrede toelating is alleen aan de orde in cluster 2 en 3. Voor cluster 4 geldt immers een clusterindicatie.
Het verbreed toelaten van vso-leerlingen op een so-school van dezelfde onderwijssoort is niet mogelijk.
Indien een cluster 3 school verbrede toelating wenst voor meervoudig gehandicapt (mg) dan dient de school alle mg-geïndiceerde leerlingen op te kunnen vangen (zowel voor laag functionerende als tyltyl geïndiceerde leerlingen).
Het verzorgen van ambulante begeleiding van leerlingen die zijn geïndiceerd voor de onderwijssoort waarvoor de school leerlingen verbreed toelaat is niet toegestaan. Bij verbrede toelating gaat het immers alleen om het toelaten van leerlingen.
Voor de bekostiging geldt dat de leerling wat betreft:-
de OP en OOP formatie meetelt op basis van de minutenwals zoals die voor de geïndiceerde onderwijssoort is vastgesteld;-
de materiële instandhouding voor de leerlingafhankelijke component meetelt op basis van de indicatie van de leerling en voor de groepsafhankelijke component meetelt als leerling van de kernschool;-
voor de vaststelling van de omvang van het schoolbudget wordt uitgegaan van de indicatie van de leerling;-
voor de middelen voor de huisvesting in het Gemeentefonds wordt uitgegaan van de onderwijssoort waarvoor de leerling is geïndiceerd.
Voor scholen of afdelingen waar onderwijs en begeleiding wordt gegeven aan kinderen met een andere combinatie van handicaps dan de combinaties die vanaf 1 augustus a.s. als mg worden onderscheiden, wordt expertise bekostiging vastgesteld.
De mg-combinaties die vanaf 1 augustus 2003 worden onderscheiden zijn: doof/ zmlk, sh/ zmlk en lg/ zmlk.
Voor de vaststelling van de expertisebekostiging wordt uitgegaan van de bekostiging voor het schooljaar 2002 -2003, welke is gebaseerd op de telling van 1 oktober 2001 dan wel 16 januari 2002 indien het aantal leerlingen op die datum groter was. De expertisebekostiging wordt toegekend op schoolniveau.
De scholen die het betreft ontvangen een brief met daarin de concrete situatie van de school. Ook worden de scholen uitgenodigd voor een gesprek om de consequenties van artikel VII voor de school/ afdeling door te spreken.
Formatiegarantieregeling ( artikel X van de wet van 28 november 2002 tot wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van een leerlinggebonden financiering en de vorming van regionale expertisecentra (regeling leerlinggebonden financiering)
In dit artikel wordt de formatiegarantie op REC-niveau geregeld. Dit betekent dat indien de som van de formatie van de scholen die in het REC deelnemen lager is dan de som van de formatie voor het schooljaar 2002 -2003, dit verschil aanvullend wordt toegekend.
Het REC coördineert de inzet van de formatiegarantie. Dit betekent dat het REC, indien er sprake is van formatiegarantie, aan Cfi moet melden aan welke school/ scholen de formatiegarantie moet worden toegekend.
Indien de plussen en minnen van de scholen binnen een REC tegen elkaar wegvallen wordt er geen formatiegarantie toegekend. Voor de scholen binnen het REC betekent dit dat zij op reguliere wijze inspelen op fluctuaties in het leerlingenaantal. Bij scholen die dalen neemt de totale formatie van de school af (zij moeten dien ten gevolge de normale procedure bij een afnemend leerlingenaantal volgen) en de formatie van groeiende scholen gaat omhoog.
De formatiegarantieregeling is elders in dit nummer gepubliceerd en treedt op 1 augustus a.s. in werking. Op basis van deze regeling maakt één REC in het schooljaar 2003 - 2004 aanspraak op formatiegarantie. Met dit REC is inmiddels contact opgenomen om afspraken te maken over de inzet van deze formatie.
Alle REC’s ontvangen in augustus 2003 de ”nulmeting”: een overzicht met de formatie per school binnen het REC voor het schooljaar 2002 - 2003. Uiterlijk in maart 2004 ontvangen de REC’s een overzicht met de formatie voor 2004 - 2005 op basis waarvan vastgesteld kan worden of het REC aanspraak maakt op formatiegarantie voor het schooljaar 2004 - 2005.
Voorbeelden:-
als binnen een REC twee scholen 100 fre’s groeien, één school daalt 200 fre’s en de rest blijft gelijk, dan is er geen sprake van formatiegarantie. Immers de som van de formatie (2x + 200 en 1x -100 = 0)-
als binnen een REC 1 school 100 fre’s groeit en 2 scholen 100 fre’s dalen is er sprake van formatiegarantie met een omvang van 100 fre’s (1x +100 en 2x100 = -100).
artikel 8a WEC) van Voorlichting over leerlinggebonden financiering (lgf)">
Ambulante begeleiding (AB) en preventieve ambulante begeleiding (PAB) ( artikel 8a WEC)
De scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs verzorgen nu reeds ambulante begeleiding ten behoeve van leerlingen met een handicap in het regulier onderwijs. Het kan hierbij gaan om zogenoemde rechtstreekse instromers of leerlingen die onderwijs hebben gevolgd in een school voor (v)so en terug gaan naar het regulier onderwijs. Een derde vorm van begeleiding is de zogenoemde preventieve ambulante begeleiding. Het betreft hier begeleiding van leerlingen in het regulier onderwijs die naar het oordeel van het bevoegd gezag van de school voor (v)so zonder die begeleiding zouden zijn aangewezen op het speciaal onderwijs (PAB).
Onder de huidige regelingen wordt voor de bekostiging geen onderscheid gemaakt in de verschillende vormen van begeleiding. De volgende procedure moet leiden tot een onderverdeling in de verschillende vormen van ambulante begeleiding:
in het schooljaar 2003 - 2004 dienen leerlingen die ambulante begeleiding ontvangen op basis van de huidige regelingen, en die voor het schooljaar 2004 - 2005 in aanmerking willen komen voor een leerlinggebonden budget (waar de AB deel van uit maakt) te worden geïndiceerd;-
op de teldatum 1 oktober 2003 geeft de school aan hoeveel leerlingen op basis van de huidige regelgeving ambulante begeleiding ontvangen (zittende leerlingen) en hoeveel leerlingen ambulante begeleiding ontvangen op basis van een CvI-indicatie (deze leerlingen zijn dus tussen 1 augustus 2003 en 1 oktober 2003 geïndiceerd en in die periode ingeschreven bij een reguliere school);-
op basis van de telling op 1 oktober 2004 kan vervolgens worden vastgesteld hoeveel van de zittende leerlingen wel en niet aan de criteria voldoen. De formatie die gerelateerd is aan niet-geïndiceerde, zittende leerlingen maakt vanaf het schooljaar 2005 -2006 deel uit van de formatie PAB.
De PAB formatie wordt vastgesteld per onderwijssoort. Naar verwachting zijn er echter grote verschillen tussen scholen in de mate waarin aan PAB wordt gedaan. Als gevolg hiervan kunnen er op schoolniveau verschillen optreden tussen de huidige formatie van de school en de genormeerde, landelijk vastgestelde formatie voor PAB. De overgang naar de genormeerde formatie wordt daarom in 2 stappen gerealiseerd:-
in het schooljaar 2005 - 2006 wordt bij dalers 75% van het verschil toegekend, bij groeiers 25%;-
in het schooljaar 2006 - 2007 wordt bij dalers 25% van het verschil toegekend en bij groeiers 75%.-
in het schooljaar 2007 - 2008 geldt de genormeerde, landelijk vastgestelde formatie.
Om een werkbare overgang van het huidige naar het nieuwe AB-stelsel mogelijk te maken, wordt de omvang van de ambulante begeleiding voor het schooljaar 2003 -2004 gecontinueerd in 2004 - 2005. Indien voor een school geldt dat er op basis van de telling van 1 oktober 2003 sprake is van een groei ten opzichte van de formatie voor het schooljaar 2003 - 2004, dan zal op REC-niveau worden bekeken of dit leidt tot extra formatie. Dit betekent dat formatieve plussen en minnen op scholen binnen het REC tegen elkaar worden weggestreept.
Lgf heeft betrekking op het funderend onderwijs. Inschrijving bij een mbo-instelling met een leerlinggebonden budget en ambulante begeleiding vanuit het speciaal onderwijs is dan ook niet mogelijk. Leerlingen van wie de indicatie afloopt en die worden teruggeplaatst vanuit het speciaal onderwijs naar het regulier onderwijs kunnen wel nog één jaar terugplaatsingsbegeleiding krijgen in het mbo.
Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs ontvangen voor leerlingen die niet langer worden geïndiceerd en die worden teruggeplaatst naar het regulier onderwijs gedurende een jaar formatie voor terugplaatsings ambulante begeleiding (TAB). De formatie die per leerling wordt ontvangen staat gelijk aan de formatie voor een ambulant begeleide leerling. Voorgaande betekent dat er pas sprake is van TAB in de zin van de WEC wanneer er geïndiceerde leerlingen zijn die op het (v)so zitten en als gevolg van het aflopen van de indicatie worden (terug) geplaatst in het reguliere onderwijs waarvan de indicatie niet wordt verlengd.
Zittende leerlingen (die nu zijn ingeschreven op een school voor (v)so) die zonder leerlinggebonden budget worden teruggeplaatst naar het regulier onderwijs) ontvangen nog één jaar TAB. De scholen hebben middelen hiervoor in het budget voor ambulante begeleiding dat zij in de schooljaren 2003 - 2004 en 2004 - 2005 ontvangen (zie paragraaf over ambulante begeleiding).
Met de invoering van de WEC , verandert ook de leerlingtelling. De teldata 1oktober en 16 januari blijven gehandhaafd.
Indien de school bestaat uit een hoofdvestiging met één of meer nevenvestigingen in een andere gemeente, dan wordt de telling opgegeven per vestiging.
In de nieuwe situatie geven de scholen de volgende gegevens op:-
de leerlingen die zijn ingeschreven bij een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs moeten bij de aankomende 1 oktobertelling worden onderverdeeld in drie categorieën, namelijk:
1. Opgave van het aantal leerlingen dat sinds 1 augustus 2003 is geïndiceerd (exclusief het aantal dat op residentiele plaatsen onderwijs volgt, maar inclusief verbreed toegelaten leerlingen);
2. Opgave van aantal ”zittende” leerlingen (leerlingen die op 31 juli 2003 reeds onderwijs volgden op de school, exclusief het aantal dat onderwijs volgt op residentiele plaatsen)
3. Opgave van het aantal leerlingen dat op residentiele plaatsen.
De leerlingen uit de drie bovenstaande categorieën dienen te worden uitgesplitst naar geboortejaar en geslacht.
In de nieuwe situatie geven de scholen voor wat betreft ambulant begeleide leerlingen de volgende gegevens op. - de opgave van het aantal ambulant begeleide leerlingen gebeurt in vier categorieën, te weten:
1. Het aantal leerlingen dat sinds 1 oktober 2002 is uitgeschreven en teruggeplaatst naar het reguliere onderwijs (i.v.m. terugplaatsingsbegeleiding);
2. Het aantal ambulante begeleide leerlingen dat op 1 oktober 2002 reeds ambulant begeleid werd, maar nog niet sinds de invoering van lgf is geïndiceerd;
3. Het aantal ambulante begeleide leerlingen ingestroomd na 1 oktober 2002, maar voor 1 augustus 2003;
4. Het aantal leerlingen dat sinds 1 augustus 2003 is geïndiceerd en begeleid wordt.
De leerlingen uit de bovenstaande categorieën dienen uitgesplitst te worden naar de onderwijssoort waar zij op 1 oktober 2003 staan ingeschreven (BO, SBO of VO).
In de toelichting op de 1 oktobertelling die Cfi jaarlijks in het Gele katern publiceert, wordt uitvoerig ingegaan op de wijzigingen die door lgf in de telling zijn ontstaan.
Kinderen jonger dan 4 jaar kunnen alleen worden toegelaten indien zij een indicatie hebben en de inspectie instemt met de toelating. De inspectie stemt in met toelating indien plaatsing in het belang van het kind wenselijk is.
De toelating van leerlingen geïndiceerd voor de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, kan niet worden geweigerd op grond dat de leerling niet is aangewezen op het onderwijs van de school. Dit betekent dat een leerling met een zmlk-indicatie niet door een zmlk-school geweigerd kan worden op grond dat de leerling niet past op de school.
Zittende leerlingen in het speciaal onderwijs.
Leerlingen die op 1 augustus 2003 staan ingeschreven bij een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs mogen op de school blijven tot de indicatietermijn voor de betreffende onderwijssoort afloopt. De leerling moet dan worden geïndiceerd. Indien een ”zittende” leerling tussentijds verhuist of van school wil veranderen dient de leerling, als het gaat om plaatsing in het (v)so dan wel dat de leerling met een leerlinggebonden budget naar het regulier onderwijs wil, geïndiceerd te worden.
De bekostiging van de indicatiestelling wordt voor het schooljaar 2003 - 2004 en voor het schooljaar 2004 - 2005 gebaseerd op de leerlingtelling van 1 oktober 2002. Dit gebeurt als volgt:-
50% van het totale aantal leerlingen dat op 1 oktober 2002 stond ingeschreven bij de scholen binnen het REC (ingeschreven leerlingen plus ambulant begeleide leerlingen);-
plus 15% voor dossiers waar de CvI wel werk aan heeft maar die niet leiden tot een positieve beslissing;-
vermenigvuldigd met €  155,-.
Naast de bekostiging voor de indicatiestelling ontvangt het REC een vast voet van €  27.200,- en een bedrag per school van €  9100,-.
Scholen kunnen, voor taken die op REC-niveau zijn belegd fre’s overdragen aan de REC’s voor de uitvoering van deze taken.
In het schooljaar 2003 - 2004 wordt geen aparte formatie t.b.v. crisis- en observatie vastgesteld. Net als bij de verschillende vormen van ambulante begeleiding geldt dat scholen deze taken nu ook al uitvoeren. Leerlingen die op basis van een crisis dan wel ter observatie zijn ingeschreven bij de school zijn derhalve op 1 okotber 2002 (en evt. 16 januari 2003) meegeteld voor de bekostiging voor het schooljaar 2003 - 2004.
Voor cluster 1 (t.b.v. onderwijs aan leerlingen een visuele handicap) geldt dat de huidige regelgeving blijft bestaan. Dit betekent onder andere dat in cluster 1 geen REC’s zijn gevormd.
Onderzoek ten behoeve van de indicatiestelling
De scholen binnen het REC ontvangen nu middelen voor activiteiten die betrekking hebben op de toelating en begeleiding van leerlingen waaronder onderzoek van de toe te laten leerlingen. Deze middelen blijven in de bekostiging onder de nieuwe wetgeving behouden en kunnen dus ook na 1 augustus 2003 ingezet worden voor onderzoek van de leerlingen. Binnen het REC zullen afspraken gemaakt worden over de wijze waarop deze middelen voor dit doel worden ingezet.
Het REC heeft als taak het onderzoek benodigd voor de indicatiestelling te coördineren. Mocht onderzoek noodzakelijk zijn voor de indicatiebeslissing en ouders hebben dit onderzoek niet al aangeleverd bij aanmelding bij de CvI, dan beschikken de scholen in het REC over de middelen om dit onderzoek te leveren. Ook is er de mogelijkheid om een deel van de REC-bekostiging in te zetten voor onderzoek ten behoeve van de indicatiestelling.
Scholen voor regulier onderwijs kunnen tot 1 augustus a.s. een aanvraag indienen voor aanvullende formatie voor het schooljaar 2003 - 2004.
Als deze leerlingen in het schooljaar 2004 - 2005 in aanmerking willen komen voor een leerlinggebonden financiering dienen zij in het schooljaar 2003 - 2004 geïndiceerd te worden.
Voor leerlingen met een handicap die na 1 augustus 2003 worden aangemeld en die een positieve beschikking van een CvI hebben, kunnen reguliere scholen de leerlinggebonden financiering aanvragen. Dit leerlinggebonden budget kan bijvoorbeeld worden ingezet voor extra begeleiding in de vorm van klassenassistentie, remedial teaching of een ergotherapeut.
Melding en registratie van de leerling geschied met behulp van het nummer dat door de Commissie voor de indicatiestelling (CvI) is afgegeven bij de indicatiestelling. De naam van de leerling is dan ook niet bekend bij Cfi.
De school meldt de inschrijving van een geïndiceerde leerling via een nieuw meldingsformulier bij Cfi. Voor zowel (S)BAO als VO kan hetzelfde formulier worden gebruikt. Dit formulier wordt binnenkort in het Gele Katern gepubliceerd.
Bij de aanmelding dienen de volgende gegevens te worden opgegeven:-
datum van inschrijving-
onderwijssoort en groep/ leerjaar-
of voor de leerling reeds aanvullende formatie voor het schooljaar 2003 - 2004 is toegekend-
CvI-nummer en datum van indicatiestelling-
in geval van herindicatie het voorgaande CvI-nummer-
de aard van de handicap (onderwijssoort waarvoor de leerling is geïndiceerd-
de (v)so-school die de ambulante begeleiding verzorgt-
bij wijziging van school, de gegevens van de vorige school.
Per meldingsformulier kan slechts één leerling worden geregistreerd.
Alleen volledig ingevulde formulieren worden in behandeling genomen.
Bij uitschrijving van een geïndiceerde leerling geldt het volgende:-
in geval van inschrijving bij een andere reguliere school hoeft de (oude) school niets te doen. De bekostiging loopt het lopende schooljaar door en stopt daarna automatisch. Zowel de oude als de nieuwe school krijgen echter een overzicht teruggestuurd waarop de gegevens staan vermeld zoals de leerling op dat moment bij Cfi bekend is;-
indien de leerling naar het speciaal onderwijs gaat of niet langer onderwijs volgt meldt de school dit aan Cfi met het terugmeldingsformulier dat de school ontvangen heeft toen de leerling werd aangemeld. Het terugmeldingsformulier dient binnen 6 weken en in ieder geval voor het aflopen van het schooljaar aan Cfi verstuurd te worden.-
de school ontvangt na verwerking van het meldingsformulier een terugmelding met daarop de gegevens zoals deze op dat moment bekend zijn bij Cfi.
In geval van verhuizing gedurende een schooljaar ontvangt de nieuwe school met ingang van 1 augustus volgend op de inschrijving het leerlinggebonden budget voor de leerling. De school waar de leerling wordt uitgeschreven en de nieuwe school kunnen wel afspraken maken over de overdracht van fre’s zodat de nieuwe school direct over middelen beschikt voor de opvang van de geïndiceerde leerling.
Het meldingsformulier voor leerlingen met een rugzakje zal met een uitgebreide toelichting worden gepubliceerd in het Gele katern. Indien wijzigingen optreden in het meldingsformulier of de procedures rond de inzending e.d., dat wordt dat eveneens in het Gele katern kenbaar gemaakt. (Deze procedure is van tijdelijke aard. Zodra de mogelijkheid bestaat, worden de gegevens die nodig zijn voor het rugzakje, via het onderwijsnummer vastgelegd)
Onderwijskundig rapport Ten behoeve van de indicatiestelling door een CvI per 1 augustus 2003 zullen ouders bij het aanmeldingsformulier in ieder geval een onderwijskundig rapport moeten voegen. De (speciale) basisschool of school voor voortgezet onderwijs die de betreffende leerling op het moment van aanmelding bezoekt dient dit onderwijskundig rapport op te stellen. De wegbereiders, het platform ’Weer Samen Naar School’ (WSNS), de VMBO-projectorganisatie en de TCAI hebben het afgelopen jaar het model onderwijskundig rapport zodanig verbeterd dat het nu direct geschikt is voor de indicatiestelling speciaal onderwijs. Dit model is op de websites van alle genoemde organisaties verkrijgbaar:
www.wegbereiders.nl,
www.tcai.nl,
www.platformwsns.nl,
www.vmbo.nl/schoolleiders.
Meer informatie over lgf
Op de volgende web-sites vindt u meer informatie over lgf:
www.leerlinggebondenfinanciering.nl
www.wegbereiders.nl
www.oudersenrugzak.nl
Inhoudsopgave
Informatie naar aanleiding van veelgestelde vragen over lgf
Scholengemeenschap ( artikel 71b WEC)
Residentiële plaatsen ( artikel 71c WEC)
Nevenvestigingen ( artikel 76a WEC)
Verbrede toelating ( artikel 76a)
Expertisebekostiging voor bestaande scholen voor meervoudig gehandicapten ( artikel VII van de wet van 28 november 2002 tot wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van een leerlinggebonden financiering en de vorming van regionale expertisecentra (regeling leerlinggebonden financiering)
Ambulante begeleiding (AB) en preventieve ambulante begeleiding (PAB) ( artikel 8a WEC)
Terugplaatsingsbegeleiding
De leerlingtelling
Toelating
Rec-bekostiging
Crisis- en observatieplaatsing
Cluster 1. Visueel gehandicapten
Onderzoek ten behoeve van de indicatiestelling
Inschrijving van leerlingen met een handicap na 1 augustus 2003
Uitschrijving van leerlingen met een handicap na 1 augustus 2003
Meer informatie over lgf
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht