Inleiding
Bij de invoering van de Wet fiscale behandeling van pensioenen, per 1 juni 1999, is de aanwijzingsbevoegdheid van de Minister van Financiën zodanig beperkt dat pensioenvervangende regelingen voor gemoedsbezwaarden niet langer kunnen worden aangewezen als pensioenregeling. Hierdoor is de aanspraak belast en is de vervangende pensioenpremie niet langer aftrekbaar. Als gevolg van overgangsrecht wordt de situatie van vóór 1 juni 1999 voor toen bestaande gevallen vooralsnog gecontinueerd tot 1 juni 2004. Artikel 19d, van de Wet op de loonbelasting 1964 is per 1 januari 2001 uitgebreid met de mogelijkheid pensioenvervangende regelingen voor gemoedsbezwaarden, als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet financiering volksverzekeringen, te kunnen aanwijzen. In mijn brief van 3 november 2000, aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (kenmerk AFP 2000-00852M) heb ik aangegeven dat aan aanwijzing voorwaarden zullen worden verbonden, waarbij, rekening houdend met het ontbreken van een verzekeringskarakter, zoveel mogelijk wordt gestreefd naar een gelijke behandeling van pensioenregelingen en pensioenvervangende regelingen voor gemoedsbezwaarden.
Inhoudsopgave
Inleiding
Voorwaarden
Uitvoering
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht