Uitvoering
De pensioenvervangende regelingen voor gemoedsbezwaarden die voldoen aan de hiervoor genoemde voorwaarden, zijn aangewezen als pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 mits ook het pensioenreglement voor de niet-gemoedsbezwaarde werknemers voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk IIB en artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964.
Voor een regeling die niet reeds op 1 juni 1999 bestond, geldt dat na aanpassing van de regeling aan de voorwaarden van dit besluit, uiterlijk vóór 31 december 2002, de aangepaste gemoedsbezwaardenregeling met terugwerkende kracht vanaf aanvang af als een aangewezen pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt aangemerkt
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 19c van de Wet op de loonbelasting 1964 kan, als zekerheid vooraf wordt gewenst, een oordeel van de Belastingdienst worden gevraagd. De pensioenvervangende regeling inclusief het pensioenreglement voor de niet-gemoedsbezwaarde werknemers dient dan te worden gezonden naar de voor de werkgever bevoegde eenheid van de Belastingdienst.
Inhoudsopgave
Inleiding
Voorwaarden
Uitvoering
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht