Let op. Deze wet is vervallen op 20 juli 2006. U leest nu de tekst die gold op 19 juli 2006.

Vragen en antwoorden inzake de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz)

Uitgebreide informatie
Vragen en antwoorden inzake de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz)
Inleiding
Bij Besluit van 15 november 1999, nr. DB99/3363M, Infobulletin 1999/819, is een overzicht gegeven van de vragen en antwoorden over de verzekeringsplicht en premieheffing voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (hierna: Waz). Sinds het verschijnen van dit besluit hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan die herziening van het besluit wenselijk maken. Er zijn wijzigingen die voortvloeien uit de invoering van de Wet IB 2001 en de invoering van de euro. Zo zijn met de invoering van de Wet IB 2001 de inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en diensten van artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 opgenomen in het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden van artikel 3.90 van de Wet IB 2001. Er is verder op tal van onderwerpen betreffende de Waz jurisprudentie verschenen en er zijn verschillende besluiten gepubliceerd over de premieheffing Waz. Ook zijn er nieuwe vragen over de premieheffing Waz gesteld en beantwoord.
De Waz wordt ingevolge het aan de Tweede kamer ingediende wetsvoorstel per 1 juli 2004 afgeschaft. Zelfstandigen hoeven vanaf 1 januari 2004 geen premie meer te betalen, omdat het premiepercentage 0% bedraagt over het eerste half jaar van 2004. Zij zijn in het eerste half jaar van 2004 nog wel wettelijk verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Zij ontvangen in verband hiermee een aanslag Waz, waaruit blijkt dat zij verzekerd zijn.
In onderstaand overzicht wordt kort ingegaan op de jurisprudentie en de besluiten die zijn verschenen sinds het vorige besluit. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de vragen en antwoorden. Waar nodig zijn de vragen en antwoorden uit het vorige besluit aangepast aan de Wet IB 2001. Sommige vragen zijn uitsluitend redactioneel aangepast. Hiermee zijn geen inhoudelijke wijzigingen beoogd. De volgende vragen en antwoorden van het besluit van 15 november 1999, nr. DB99/3363M zijn niet meer opgenomen, omdat zij praktisch belang hebben verloren:
1.3. Echtgenoot die vanwege meer dan gebruikelijke bijstand een arbeidsbeloning geniet
1.8. Interimmanagers
1.9. Onderzoeksresultaat Uitvoeringsinstelling
2.2. Belgisch kindergeld en premie-inkomen Waz
2.4. Premie-inkomen Waz bij overlijden
2.7. Aftrekbare kosten en regelmatig inkomen (artikel 6 Regeling premieheffing Waz)
3.2. AAW- of Waz-uitkering
4.3. Aanslag Waz aan een 64-jarige
4.6. Samenloop binnenlandse- en buitenlandse belastingplicht in hetzelfde jaar (arrest Terhoeve)
5.1. Veiligstellen aftrek
In het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2003, nr. 38.097, V-N 2003/30.3, is bepaald dat voor wat betreft het onderscheid tussen zelfstandigen die premie Waz zijn verschuldigd en zelfstandigen die geen premie Waz zijn verschuldigd, geen sprake is van ongeoorloofde discriminatie. Verder is geoordeeld dat er geen sprake is van het ontbreken van evenredigheid tussen de premie en het uitkeringsrecht dat leidt tot schending van artikel 1 van het eerste protocol bij het EVRM.
Volgens het arrest van de Hoge Raad van 14 februari 2003, nr. 36.751, V-N 2003/12.14, moeten de werkzaamheden in Nederland van een in België woonachtige directeur-grootaandeelhouder voor de toepassing van de Waz op grond van Verordening (EEG) nr. 1408/71 worden aangemerkt als niet in loondienst verrichte werkzaamheden. Zie verder vraag/antwoord 1.8.
De vraag of bij de bepaling van het premie-inkomen Waz van een zelfstandige ondernemer ook rekening moet worden gehouden met het autokostenforfait heeft de Hoge Raad bevestigend beantwoord in het arrest van 1 maart 2002, nr. 36.867, V-N 2002/16.14. Volgens het arrest van 26 september 2003, nr. 38.312, V-N 2003/49.20, moet het autokostenforfait ook worden bijgeteld bij het premie-inkomen van de directeur-grootaandeelhouder die aannemelijk maakt dat voor hem een lagere beloning gebruikelijk is (zogenoemd fictief loon) dan het premie-inkomen dat ten hoogste in aanmerking wordt genomen. Zie verder ook vraag/antwoord 2.4.
De Waz-verzekering geldt tot men de leeftijd van 65 jaar bereikt. Tot dat tijdstip kan men een Waz-uitkering genieten. Voor de uitkering geldt een wachttijd van 52 weken na het intreden van de arbeidsongeschiktheid. Een verzekerde die de leeftijd van 64 jaar bereikt kan dus alleen nog voor een uitkering in aanmerking komen als de wachttijd al voor dat tijdstip is ingegaan of verstreken. In de uitspraak van Hof Amsterdam van 27 augustus 1999, nr. 98/1235, V-N 1999/49.14, concludeert het Hof dat de kans op voordeel niet bepalend is voor de vraag of sprake is van verplichte Waz-verzekering. Dat geen kans bestaat op een Waz-uitkering staat aan de wettelijke verzekeringsplicht van een 64-jarige niet in de weg.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft bij ministeriële regeling van 18 december 2000, nr. SV/AVF/2000/84719d, (V-N 2000/5.12.10) de Regeling premieheffing Waz met ingang van 1 januari 2001 gewijzigd. Daarmee is bereikt dat stakingswinst niet langer tot de premiegrondslag voor de Waz wordt gerekend. Bij besluit van 8 maart 2001, nr. RTB2001/565M, (Infobulletin 2001/301, blz. 499) heeft de Staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat de inspecteurs van de Belastingdienst verzoeken met betrekking tot de jaren 1998, 1999 en 2000 om stakingswinst buiten het premie-inkomen Waz te laten, inwilligen. Zie ook artikel III Wijzigingsregeling sociale verzekeringen 2002, nr. SV/AVF/2001/87205a, nr. Stcrt. 2001, 249 (V-N 2002/3.11.6). In deze ministeriële regeling is een verdere formele invulling gegeven aan het genoemde besluit. De volgende vormen van winst behoren volgens artikel 3 van de Regeling premieheffing Waz niet tot het premie-inkomen.
a. winst genoten ter vervanging van door een onteigening gederfde of te derven voordelen uit onderneming;
b. winst behaald met of bij het staken van een onderneming of een gedeelte van een onderneming, daaronder mede verstaan staking door overlijden; en
c. winst als gevolg van de overbrenging van vermogensbestanddelen naar het buitenland of als gevolg van eindafrekening, als bedoeld in artikel 57, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals die wet luidde op 31 december 2000.
De Staatssecretaris van Financiën heeft bij besluit van 4 januari 2002, nr. CPP2001/1643, V-N 2002/8.30, goedgekeurd dat voor de berekening van de grondslag van de Waz-premie geen rekening hoeft te worden gehouden met kwijtscheldingswinst voorzover deze is verrekend met verliezen uit jaren van vóór 1998.
Ministers, staatssecretarissen, leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en leden van het Europese Parlement zijn in de periode van 1 januari 1998 tot en met 3 februari 2000 verzekerd voor de Waz. Met ingang van 4 februari 2000 zijn zij niet langer verzekerd voor de Waz door wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden WAZ bij regeling van 28 januari 2000, Stb. 2000, 49.
Tevens is bepaald dat voor de Waz niet verzekerd zijn politieke ambtsdragers die als gevolg van wijzigingen in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (hierna: APPA) die tot stand komen na 4 februari 2000, hun verzekering tegen langdurige arbeidsongeschiktheid rechtstreeks aan de APPA ontlenen. Bij Wet van 14 juni 2001 (Stb. 365) zijn gedeputeerden en wethouders onder de APPA gebracht. Deze wet werkt terug tot 25 maart 2000. Dit betekent dat gedeputeerden en wethouders met ingang van 25 maart 2000 niet meer verzekerd zijn voor de WAZ. In 1998 en 1999 en in de periode van 1 januari tot en met 24 maart 2000 bestaat er voor hen wel WAZ-verzekering.
In het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 23 januari 2003, nr. CPP2002/1664M, V-N 2003/7.22 is uitvoering gegeven aan het arrest van de Hoge Raad van 14 maart 2001, nr. 35.593, V-N 2001/17.5 inzake het tijdsevenredig herleiden van het premie-maximum. Voor de premieheffing Waz geldt dat eerst tijdsevenredige herleiding van het premiemaximum plaatsvindt en vervolgens de volledige franchise hierop in mindering komt. De Regeling premieheffing Waz is op 30 juni 2003, Stcrt. 2003/123, door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming gebracht met het arrest van de Hoge Raad van 14 maart 2001.
Het besluit van 15 november 1999, nr. DB99/3363M, Infobulletin 1999/819, heeft hierbij zijn belang verloren.
Vraag
Uit artikel 4 van de Waz blijkt dat iemand Waz-verzekerd is als hij winst uit onderneming geniet en de onderneming feitelijk voor eigen rekening drijft. Wat moet in dit verband precies onder het feitelijk voor eigen rekening drijven van de onderneming worden verstaan?
Antwoord
Met het feitelijk voor eigen rekening drijven van de onderneming wordt bedoeld dat men o.a. zelf in de onderneming arbeid verricht, waarbij de arbeidsbeloning als winst uit onderneming is aan te merken op grond van artikel 3.2 of artikel 7.2, tweede lid, onderdeel a, Wet IB 2001. Ik merk hierbij op dat de verwijzing in het laatstgenoemde artikel naar artikel 3.3 Wet IB 2001 in weinig gevallen effect kan sorteren omdat de medegerechtigden in het algemeen inkomen verwerven anders dan door het verrichten van arbeid en om die reden niet behoren tot de kring van Waz-verzekerden. Zie over deze kwestie eveneens vraag 1.2.
Vraag
Een commanditaire vennoot verricht geen beheersdaden, maar werkt wel volledig mee in de onderneming van de commanditaire vennootschap. De beloning die hij ontvangt is gerelateerd aan het ingebrachte kapitaal en niet aan de verrichte arbeid. Deze figuur komt in de agrarische wereld nogal eens voor bij het overgaan van het bedrijf op de volgende generatie: de ouder brengt zijn gehele bedrijf in als kapitaal van de commanditaire vennoot, het kind wordt beherend vennoot. Is deze commanditaire vennoot Waz-verzekerd?
Antwoord
Nee. Wezenlijk kenmerk van de Waz is dat deze wet verzekert tegen inkomensverlies als gevolg van het intreden van arbeidsongeschiktheid. Anders gezegd: tegen het verlies van het vermogen om met arbeid een inkomen te verwerven. In de beschreven situatie bestaat er geen verband tussen de verrichte arbeid en de genoten inkomsten. Het door de Hoge Raad voor de toepassing van de Wet IB 1964 gewezen arrest van 13 september 2000, nr. 35 610, BNB 2000/358, brengt hierin geen verandering. De Hoge Raad spreekt in dit arrest immers slechts uit:
dat de door een commanditaire vennoot verrichte werkzaamheden en de deswege toegekende beloning daarvoor in beginsel hun grondslag vinden in de vennootschappelijke rechtsverhouding tot de medevennoten;
dat dan die werkzaamheden zijn verricht in de voor zijn rekening gedreven onderneming en
dat de beloning winst uit onderneming vormt.
Vraag
Valt een echtgenoot, voor wie een ondernemer de meewerkaftrek geniet, onder de Waz?
Antwoord
Ja, een echtgenoot, voor wie een ondernemer de meewerkaftrek geniet, valt onder de Waz. Artikel 6 van de Waz moet immers gelezen worden als: ‘Meewerkende echtgenoot is de persoon jonger dan 65 jaar die anders dan in dienstbetrekking (in de zin van de WAO), anders dan als zelfstandige of anders dan als beroepsbeoefenaar meewerkt in de onderneming van zijn echtgenoot’. Dit blijkt uit de parlementaire behandeling. De meewerkende echtgenoot is overigens ook Waz-verzekerd als de ondernemer niet de meewerkaftrek geniet omdat hij niet voldoet aan het urencriterium van artikel 3.78 van de Wet IB 2001. De meewerkende echtgenoot zoals bedoeld in artikel 6 van de Waz is dus verzekerd, maar gelet op artikel 71 van de Waz niet premieplichtig.
Vraag
Is iemand nog Waz-verzekerd als hij zich vrijwillig verzekert voor de WAO?
Antwoord
Ja, iemand kan Waz-verzekerd zijn en daarnaast vrijwillig verzekerd voor de WAO. Hierbij kan worden gedacht aan een persoon wiens verplichte WAO-verzekering is geëindigd en als zelfstandige een bedrijf of beroep uitoefent of gaat uitoefenen. Deze persoon heeft, als ex-verplicht verzekerde, de mogelijkheid om zich vrijwillig voor de WAO te verzekeren. Mits aan de voorwaarden voor die vrijwillige verzekering wordt voldaan, moet de verzekeringsinstelling zo’n persoon zonder voorafgaande medische keuring tot de vrijwillige verzekering toelaten. Daarnaast is die persoon als zelfstandige verzekerd voor de Waz. De vrijwillige WAO-verzekering verhoogt niet de Waz-franchise. Een uitkering op grond van zowel de Waz als op grond van de vrijwillige WAO-verzekering worden ongekort naast elkaar uitbetaald.
Vraag
Directeur-grootaandeelhouders en geestelijken hebben soms op andere wijze voorzien in een arbeidsongeschiktheidsverzekering en verzoeken of zij van Waz-verzekering kunnen worden uitgezonderd. Wordt aan een dergelijk verzoek tegemoetgekomen?
Antwoord
Nee, aan een dergelijk verzoek wordt niet tegemoetgekomen, omdat de Waz-verzekering een verplichte verzekering is. Dat men op andere wijze in verzekering tegen de risico’s van arbeidsongeschiktheid heeft voorzien, doet niet ter zake, ook niet als een vrijwillige verzekering voor de WAO is afgesloten.
Vraag
Als een ondernemer in de loop van het jaar zijn onderneming staakt, eindigt op dat tijdstip dan ook de premieplicht Waz?
Antwoord
Nee, als een ondernemer in de loop van het jaar zijn onderneming staakt, dan is hij het hele kalenderjaar nog premieplichtig voor de Waz. Wel behoort onder andere de stakingswinst op grond van de Regeling premieheffing Waz niet tot het premie-inkomen (ministeriële regeling van 19 december 2001, nr. SV/AVF/2001/87205a, nr. Stcrt. 2001, 249). De Regeling premieheffing Waz bevat verder speciale regels voor de berekening van de premie Waz bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd en bij beëindiging van Waz-verzekering op grond van een internationale regeling (zie ook het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 23 januari 2003, nr. CPP2002/1664M, V-N 2003/7.22).
Vraag
Wordt een ondernemer, die ingevolge artikel 3.66 van de Wet IB 2001 het systeem van het gebroken boekjaar hanteert in het eerste kalenderjaar van de onderneming als Waz-verzekerde aangemerkt als de winst pas het daaropvolgende kalenderjaar fiscaal in aanmerking wordt genomen?
Antwoord
Ja, de ondernemer is Waz-verzekerd omdat hij in het eerste kalenderjaar feitelijk al winst uit onderneming geniet. Voor de berekening van het premie-inkomen wordt de winst echter beschouwd als winst van het volgende kalenderjaar.
verordening 1408/71 en waz-verzekering van Vragen en antwoorden inzake de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz)">
1.8. Eeg- verordening 1408/71 en waz-verzekering
Vraag
Is de in België wonende Nederlander, die in België arbeid verricht als directeur van zijn Belgische BVBA en in Nederland werkzaam is als directeur van zijn Nederlandse BV, in 1999 het gehele kalenderjaar verzekerd voor de Waz?
Antwoord
Volgens het arrest van de Hoge Raad van 14 februari 2003, nr. 36.751,V-N 2003/12.14, moeten de werkzaamheden van de directeur-grootaandeelhouder in Nederland voor de toepassing van de Waz op grond van Verordening (EEG) nr. 1408/71 worden aangemerkt als niet in loondienst verrichte werkzaamheden. Op grond van artikel 14bis, lid 2, van de Verordening wordt dan de Belgische wetgeving als toepasselijke wetgeving aangewezen.
In Bijlage VI van de Verordening heeft Nederland met ingang van 1 september 1999 laten opnemen dat de werkzaamheden in Nederland van een directeur-grootaandeelhouder met ten minste 50% van het stemrecht in een vennootschap voor de toepassing van de aanwijsregels van de Verordening worden aangemerkt als activiteiten in loondienst. Artikel 14 quater, letter b, van de Verordening bepaalt dan dat voor de activiteiten in Nederland het Nederlandse sociale zekerheidstelsel van toepassing is, inclusief de Waz.
Indien de Waz-aanslag over 1999 op 14 februari 2003 nog niet onherroepelijk vaststond, dan krijgt de betrokkene op verzoek een vermindering van de aanslag Waz. De aanslag Waz betreft dan de periode 1 september 1999 tot en met 31 december 1999 over het inkomen uit de activiteiten als directeur-grootaandeelhouder in Nederland. Voor de wijze van berekening van deze aanslag verwijs ik naar vraag en antwoord 4.7. Indien de Waz-aanslag over 1998 op datum van het arrest nog niet onherroepelijk vaststond, dan kan de aanslag worden vernietigd.
Vraag
Een ondernemer ontvangt als maat in een maatschap op grond van de maatschapsovereenkomst bij de winstverdeling eerst een vergoeding voor het aan de maatschap ter beschikking gestelde pand, dan een vergoeding over het ingebrachte kapitaal, en daarna een bepaald percentage van het restant. Behoren alle vergoedingen tot het premie-inkomen?
Antwoord
Ja, alle vergoedingen behoren tot de winst uit onderneming en daarmee tot het premie-inkomen Waz. Als op grond van de Wet IB 2001 een voordeel niet als winst uit onderneming wordt aangemerkt dan geldt dit ook voor het bepalen van het premie-inkomen Waz.
Vraag
Kan een gering bedrag aan neveninkomsten door het in aanmerking nemen van kosten tot een negatief premie-inkomen leiden?
Antwoord
Nee, het premie-inkomen wordt in dat geval op nihil gesteld en ook zo op de aanslag afgedrukt. Een negatief premie-inkomen Waz kan niet met andere jaren verrekend worden. Bij middeling wordt het in aanmerking te nemen premie-inkomen eveneens op nihil gesteld.
Vraag
Een vrije beroepsbeoefenaar neemt verplicht deel aan een pensioenfonds. Kunnen de verplicht betaalde premies pensioen/VUT in mindering worden gebracht op de inkomsten voor de vaststelling van het premie-inkomen Waz?
Antwoord
Ja, als de premies ten laste van de belastbare winst uit een onderneming kunnen worden gebracht dan geldt dit ook voor het premie-inkomen Waz. Zijn de premies voor de Wet IB 2001 aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen dan hebben zij geen invloed op het premie-inkomen Waz.
Vraag
Een BV heeft aan zijn directeur-grootaandeelhouder een auto ter beschikking gesteld. Behoort de bijtelling voor het privé gebruik auto tot het premie-inkomen Waz? Hoe moet in dat geval omgegaan worden met de vergoeding die de directeur-grootaandeelhouder betaalt voor het gebruik voor privé-doeleinden, als bedoeld in artikel 3.145, achtste lid, van de Wet IB 2001?
Antwoord
Op grond van artikel 72, eerste lid, van de Waz behoort de bijtelling voor privé-gebruik auto tot het premie-inkomen Waz (zie HR 26 september 2003, nr. 38.312, V-N 2003/49.20. Voor de vaststelling van het premie-inkomen Waz wordt uitgegaan van de zuivere inkomsten uit buiten dienstbetrekking (in de zin van de WAO) verrichte tegenwoordige arbeid. Hieronder wordt onder andere verstaan het belastbare loon uit tegenwoordige arbeid, bedoeld in afdeling 3.3 van de Wet IB 2001, waaronder op grond van artikel 3.82, onderdeel a, van de Wet IB 2001 ook het voordeel inzake privé-gebruik auto is begrepen. Voor zover de betaalde vergoeding als bedoeld in artikel 3.145, achtste lid, van de Wet IB 2001 in aanmerking wordt genomen, wordt deze ook voor de vaststelling van het premie-inkomen Waz toegepast.
Vraag
Wordt bij middeling Waz uitgegaan van het feitelijk genoten premie-inkomen Waz of van het maximum premie-inkomen Waz waarover premie wordt geheven als het premie-inkomen hoger is dan het maximum?
Antwoord
De middelingsregeling is opgenomen in artikel 72a van de Waz. Daarin wordt uitgegaan van het premie-inkomen. Het premie-inkomen Waz is gedefinieerd in artikel 72, eerste lid, van de Waz. In artikel 72, tweede lid, van de Waz wordt het premie-inkomen uitsluitend voor de premieheffing tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het maximum. Het maximum is in artikel 2 van de Regeling Premieheffing Waz voor 2003 nader bepaald op € 38.118. Nu artikel 72a van de Waz geen bovengrens stelt moet bij middeling dus van het feitelijk genoten premie-inkomen Waz worden uitgegaan. Wel geldt als ondergrens dat het premie-inkomen voor de middeling ten minste op nihil wordt gesteld. In HR 23 april 2004, nr. 39 510, NTFR 2004/618, is bevestigd dat voor de middelingsregeling moet worden uitgegaan van het feitelijk genoten premie-inkomen.
Vraag
Behoren de dotaties aan en de afnames van de fiscale oudedagsreserve vanaf 2001 tot de premie-grondslag WAZ?
Antwoord
Ja, de mutaties van de oudedagsreserve behoren tot het winstbegrip van paragraaf 3.2.1 van de Wet IB 2001 en daarmee ook tot het premie-inkomen Waz.
Vraag
Kan de inbreng van aan WAO-heffing onderworpen loon door de ene vennoot invloed hebben op de heffingsgrondslag Waz van een andere vennoot?
Antwoord
Nee, de inbreng in de vennootschap van aan WAO-heffing onderworpen loon door de ene vennoot heeft geen invloed op de heffingsgrondslag Waz van de andere vennoot. De verhoging van de franchise ex art. 73, eerste lid, van de Waz is blijkens art. 3, eerste lid, aanhef en onder b, Regeling Premieheffing Waz een persoonsgebonden faciliteit. Om die reden kan dit niet doorwerken naar een andere vennoot (zie HR 14 november 2003, 38.935, NTFR 2003/1921).
Vraag
Waarom wordt het loon van een internationale organisatie voor de berekening van een hogere franchise niet meegenomen?
Antwoord
In artikel 73, eerste lid, van de Waz wordt de hoofdregel geformuleerd dat een hogere franchise slechts kan worden verkregen indien het bedrag van de inkomsten uit dienstbetrekking hoger is dan de franchise. Het begrip dienstbetrekking moet opgevat worden in de zin van de WAO. De hoofdregel is dus dat een hogere franchise slechts kan worden verkregen door inkomsten waarvoor men onder de verplichte WAO-verzekering valt. In artikel 5 van de Regeling premieheffing Waz wordt deze hoofdregel verduidelijkt.
Op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel b, onder 2, van de Regeling premieheffing Waz wordt de franchise niet verhoogd door inkomsten als bedoeld in artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid of artikel 8, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990. Hiermee worden onder andere de inkomsten aangeduid van internationale functionarissen: zij vallen voor hun functie geheel buiten de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving. Functionarissen van internationale organisaties zijn ingevolge artikel 3 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden Waz in het algemeen niet verzekerd voor de Waz. Zij kunnen wel Waz-verzekerd zijn in verband met bijverdiensten naast hun werkzaamheden als internationale functionaris. Het loon van de internationale organisatie behoort dan echter niet tot de grondslag voor de premieheffing Waz.
Vraag
Verhoogt een uitkering uit een vervroegd pensioen de franchise voor de Waz?
Antwoord
Nee, een uitkering uit een vervroegd pensioen verhoogt de franchise voor de Waz niet. De uitkering uit het vervroegde pensioen vormt namelijk geen inkomen uit een dienstbetrekking waarvoor men verplicht WAO verzekerd is (hoofdregel artikel 73, eerste lid, van de Waz). Ook artikel 5 van de Regeling premieheffing Waz leidt in deze situatie niet tot een hogere franchise. De uitkering uit het vervroegde pensioen behoort overigens niet tot de premiegrondslag Waz.
Vraag
Een dga is voor 40% arbeidsongeschikt en zijn Waz-uitkering ad € 8.000 loopt via de BV. Hij verricht nog werkzaamheden voor de BV. Vóór zijn arbeidsongeschiktheid had de dga een salaris van € 60.000. Nu ontvangt hij nog 60% daarvan als salaris en naast de doorbetaalde Waz-uitkering nog een aanvulling daarop van € 16.000, zodat hij bruto nog steeds € 60.000 ontvangt. Wat is de heffingsgrondslag Waz?
Antwoord
De heffingsgrondslag Waz omvat het resterende echte salaris van € 36.000 (60% van € 60.000) als inkomen uit tegenwoordige arbeid terzake waarvan hij als beroepsbeoefenaar Waz-verzekerd en premieplichtig is. De Waz-uitkering en de aanvulling op zijn salaris zijn inkomsten uit vroegere arbeid en behoren niet tot het premie-inkomen Waz, maar leiden evenmin tot een hogere franchise. Deze inkomsten worden immers niet genoemd in artikel 5 van de Regeling premieheffing Waz en terzake bestaat ook geen verplichte WAO-verzekering.
In de praktijk blijkt het voor te komen dat ook WAO-uitkeringen via de BV aan de dga worden uitbetaald. Het kan daarbij gaan om een WAO-uitkering die stamt uit de tijd dat de dga nog als verplicht verzekerd voor de WAO werd aangemerkt. Een dergelijke uitkering verhoogt niet het premie-inkomen Waz maar kan wel aanleiding geven tot een hogere franchise Waz. Dergelijke uitkeringen kunnen worden onderkend doordat ze door de UWV aan de BV worden overgemaakt onder inhouding van premie werknemersverzekeringen. Dit is zichtbaar op de afrekening die de BV van de UWV ontvangt.
Vindt overmaking aan de BV plaats zonder inhouding van premie werknemersverzekeringen door de UWV dan is sprake van een uitkering uit een vrijwillige WAO-verzekering. Vele dga’s hebben een dergelijke vrijwillige verzekering gesloten toen hun verplichte WAO-verzekering beëindigd werd. Het karakter van een dergelijke uitkering is niet wezenlijk anders dan die van een uitkering uit een bij een commerciële verzekeringsmaatschappij afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering. Een dergelijke uitkering verhoogt het premie-inkomen Waz niet en heeft ook geen invloed op de franchise Waz.
Vraag
Een inwoner van Nederland wordt per 1 februari 2002 ontslagen uit zijn dienstbetrekking in België. Voor deze dienstbetrekking wordt hij aangemerkt als grensarbeider in de zin van artikel 15 van het Nederlands-Belgische belastingverdrag van 1970 zodat belastingheffing over het looninkomen aan Nederland toekomt. Behalve het maandsalaris van januari ad € 4.500 ontvangt hij een ontslaguitkering van 13 maandsalarissen, beiden onderworpen aan de heffing van Belgische RSZ-premies. De ontslaguitkering, na aftrek van de RSZ-premies ad € 35.400, wordt gestort bij een notaris. Het bedrag wordt vervolgens doorgestort naar een Nederlandse verzekeringsmaatschappij waar hij voor dat bedrag een stamrecht heeft bedongen dat voldoet aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB 1964. Na zijn ontslag richt hij in Nederland een BV op welke met terugwerkende kracht tot 1 februari 2002 perfect wordt. Van de BV ontvangt hij in 2002 een salaris van € 36.000. Verhogen het Belgische salaris en de ontslaguitkering de franchise Waz?
Antwoord
Het Belgische salaris wordt als franchise in aanmerking genomen, maar dit is te laag om tot een hogere franchise dan de wettelijk vastgestelde € 13.160 te komen. De ontslaguitkering is omgezet in een stamrecht en wordt daarom niet tot het loon gerekend. De ontslaguitkering wordt ook niet meegenomen voor de bepaling van de hoogte van de franchise Waz, omdat geen sprake is van anders dan uit dienstbetrekking (in de zin van WAO) genoten inkomsten uit tegenwoordige arbeid. Hij heeft dus recht op de wettelijk vastgestelde franchise Waz van € 13.160. Omdat hij pas vanaf 1 februari 2002 Waz-verzekerde is wordt het premie-inkomen berekend op basis van artikel 7, van de Regeling premieheffing Waz. Dit betekent een tijdsevenredige herrekening van het premie-inkomen Waz. Dat is het salaris van de BV vermenigvuldigd met de breuk 330/360.
Vraag
Wanneer moet een aanslag Waz worden opgelegd?
Antwoord
Als een Waz-verzekerde een aangifte heeft ontvangen, zal steeds een Waz-aanslag moeten volgen. Als voor de inkomstenbelasting sprake is van een zogenoemde nihil-aanslag, moet toch een Waz-aanslag worden opgelegd. Al zou dat betekenen dat de Waz-aanslag eveneens een nihil-aanslag wordt. Uitsluitend als voor de inkomstenbelasting een beschikking als bedoeld in artikel 12 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) wordt uitgereikt, behoeft er geen Waz-aanslag te worden opgelegd. Aan degene die inkomsten geniet uit een dienstbetrekking waarvoor men niet verplicht verzekerd is ingevolge de WAO (bijv. de dga) dient altijd een Waz-aanslag te worden opgelegd (artikel 75, lid 4, van de Waz). Wanneer in zo’n geval geen aangiftebiljet inkomstenbelasting is uitgereikt, moet dit alsnog gebeuren.
Vraag
Er is een voorlopige aanslag Waz opgelegd en betaald terwijl bij de vaststelling van de definitieve aanslag wordt geconstateerd dat geen sprake is van Waz-verzekering. Hoe moet dan gehandeld worden met de voorlopige Waz-aanslag?
Antwoord
De voorlopige aanslag Waz wordt vernietigd en de betaalde premie Waz wordt gerestitueerd.
Vraag
Hoe te handelen als ten onrechte een aanslag Waz achterwege is gebleven?
Antwoord
Voor de heffing en inning van de Waz-premie gelden dezelfde regels als voor de inkomstenbelasting. Binnen de termijn van 3 jaar kan een normale aanslag opgelegd worden en voor jaar 4 en 5 een navorderingsaanslag, waarbij ook aan de voorwaarden moet zijn voldaan die gelden bij het opleggen van een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Vraag
Is een bezwaar tegen de aanslag Waz ongegrond, indien enkel in geschil wordt gebracht een deel van het premie-inkomen boven het maximum van € 38.118?
Antwoord
Ja, het bezwaar tegen de aanslag Waz is vanwege het ontbreken van een belang ongegrond en dus wordt de aanslag gehandhaafd.
Vraag
Op de voorlopige aanslag Waz is de regeling betalingskorting van toepassing. Indien van die regeling gebruik is gemaakt welk bedrag kan dan voor de inkomstenbelasting als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aftrek worden gebracht?
Antwoord
Het gehele bedrag van de aanslag premie Waz is aftrekbaar omdat men geacht wordt de hele aanslag betaald te hebben als het gehele bedrag minus de betalingskorting tijdig is voldaan. De gehele voorlopige aanslag wordt ook verrekend met de definitieve aanslag. De korting in de betalingssfeer heeft geen invloed op de aftrek.
Vraag
Kunnen erfgenamen na het overlijden van de Waz-verzekerde de betaalde Waz-aanslag naar rato van hun gerechtigdheid in de erfenis als uitgaven voor inkomensvoorzieningen aftrekken?
Antwoord
Ja. Aftrekbare uitgaven die bij overlijden nog niet in aanmerking kwamen bij de erflater behouden in het algemeen hun karakter en komen bij de erfgenaam in aanmerking naar diens deelgerechtigdheid. Hierbij gelden de normale regels en het beleid voor de inkomstenbelasting. Zie ook het besluit van 15 mei 1995, nr. DB95/1011M, Infobulletin 1995/490.
Vraag
Een voorlopige aanslag premie Waz is in 2001 opgelegd en betaald. Het belastbaar inkomen en de toe te passen heffingskortingen zijn echter over het jaar 2001 zodanig dat de betaalde Waz-premie als uitgaven voor inkomensvoorzieningen (art. 3.124 van de Wet IB 2001) niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting. Vervolgens wordt de aanslag premie Waz 2001, die in 2002 wordt opgelegd, op nihil vastgesteld, waardoor eind 2002 teruggave volgt van de gehele voorlopige aanslag premie Waz. Moet de in 2002 terugontvangen premie Waz in deze situatie als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen (art 3.132 van de Wet IB 2001) in aanmerking worden genomen voor de aanslag inkomstenbelasting 2002?
Antwoord
Ja, een teruggave van premie Waz kwalificeert op grond van art. 3.132 van de Wet IB 2001 als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Deze wordt ingevolge art. 3.1 van de Wet IB 2001, respectievelijk op grond van art. 7.2 van de Wet IB 2001 tot het belastbaar inkomen uit werk en woning gerekend. Het is daarbij niet van belang of de in eerste instantie als uitgaven voor inkomensvoorzieningen afgetrokken premie Waz tot enige belastingvermindering heeft geleid.
Vraag
Kan een directeur-grootaandeelhouder voor de te verwachten aanslag premie Waz een voorlopige teruggaaf voor de inkomstenbelasting krijgen?
Antwoord
Ja, op basis van artikel art. 3.124 van de Wet IB 2001 wordt de premie Waz aangemerkt als uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Op grond van art. 9.3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet IB 2001 kunnen uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van een voorlopige teruggaaf.
Vraag
Een aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd naar aanleiding van een tegen die aanslag ingediend bezwaarschrift of een verzoek om ambtshalve vermindering. Tegen de aanslag premie Waz is geen bezwaarschrift of verzoek ingediend. Moet deze aanslag, er van uitgaande dat de IB-elementen ook een zodanig effect hebben op de aanslag premie Waz in dit geval ambtshalve worden verminderd?
Antwoord
Nee, aanslagen worden niet ambtshalve verminderd indien belanghebbende niet een verzoek daartoe heeft ingediend. Belanghebbende zal dus een verzoek tot ambtshalve vermindering van of een bezwaarschrift moeten indienen tegen de aanslag premie Waz. De Belastingdienst zal belanghebbende wel zoveel mogelijk wijzen op de mogelijkheid van het indienen van een bezwaarschrift tegen of een verzoek tot ambtshalve vermindering van de aanslag premie Waz.
Vraag
De BV betaalt de Waz-aanslag van de directeur-grootaandeelhouder. Krijgt de dga desondanks aftrek als uitgaven voor inkomensvoorzieningen?
Antwoord
De Waz-aanslag is een persoonlijke schuld van de dga. Als deze schuld door de BV wordt voldaan, zal de betaling veelal met de dga worden verrekend in rekening-courant en op die manier toch persoonlijk ten laste van de dga komen. Indien verrekening achterwege blijft, zal de betaling door de BV kwalificeren als loon of als winstuitdeling (dividend) aan de dga en als zodanig in het inkomen van de dga worden begrepen. In al deze gevallen geldt dat de betaalde Waz-aanslag voor de dga aftrekbaar is als uitgaven voor inkomensvoorzieningen.
Inhoudsopgave
Inleiding
1. Kring verzekerden Waz
1.1. Feitelijk voor eigen rekening drijven onderneming
Vraag
Antwoord
1.2. Arbeid verricht door een commanditaire vennoot
Vraag
Antwoord
1.3. Echtgenoot voor wie meewerkaftrek wordt genoten
Vraag
Antwoord
1.4. Waz en vrijwillige verzekering WAO
Vraag
Antwoord
1.5. Waz en andere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
Vraag
Antwoord
1.6. Staking onderneming in de loop van het kalenderjaar
Vraag
Antwoord
1.7. Waz en gebroken boekjaar
Vraag
Antwoord
1.8. Eeg- verordening 1408/71 en waz-verzekering
Vraag
Antwoord
2. Premie-inkomen Waz
2.1. Ondernemer in maatschap met theoretisch te onderscheiden winstbaten
Vraag
Antwoord
2.2. Negatief premie-inkomen Waz
Vraag
Antwoord
2.3. Premie-inkomen Waz en verplichte bijdragen beroepspensioenfonds
Vraag
Antwoord
2.4. Betaalde vergoeding inzake privé gebruik ter beschikking gestelde personenauto
Vraag
Antwoord
2.5. Premie-inkomen middeling Waz
Vraag
Antwoord
2.6. Premie-inkomen en fiscale oudedagsreserve
Vraag
Antwoord
2.7. Wao-loon vennoot en heffingsgrondslag waz andere vennoot
Vraag
Antwoord
3. Franchise Waz
3.1. Loon internationale organisatie en franchise
Vraag
Antwoord
3.2. Uitkering uit vervroegd pensioen
Vraag
Antwoord
3.3. Gedeeltelijk arbeidsongeschikte directeur-grootaandeelhouder
Vraag
Antwoord
3.4. Ontslaguitkering uit Belgische dienstbetrekking
Vraag
Antwoord
4. Aanslag Waz
4.1. Wanneer moet een aanslag Waz worden opgelegd
Vraag
Antwoord
4.2. Ten onrechte opgelegde voorlopige aanslag Waz
Vraag
Antwoord
4.3. Aanslag Waz ten onrechte achterwege gelaten
Vraag
Antwoord
4.4. Bezwaarschrift tegen vaststelling premie-inkomen Waz boven maximum
Vraag
Antwoord
5. Premie Waz/uitgaven voor inkomensvoorzieningen
5.1. Betalingskorting bij voorlopige aanslag
Vraag
Antwoord
5.2. Aftrekbaarheid bij erfgenamen
Vraag
Antwoord
5.3. Teruggaaf Waz-premie, waarvan de aftrek niet tot belastingbesparing heeft geleid
Vraag
Antwoord
6. Diversen
6.1. Waz-aanslag en Voorlopige Teruggaaf
Vraag
Antwoord
6.2. Bezwaarschrift IB/PH en geen bezwaarschrift aanslag premie Waz
Vraag
Antwoord
6.3. Vennootschap heeft Waz-aanslag directeur-grootaandeelhouder betaald
Vraag
Antwoord
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht