Let op. Deze wet is vervallen op 19 juli 2016. U leest nu de tekst die gold op 18 juli 2016.

Warenwetbesluit drukapparatuur

Uitgebreide informatie
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Warenwet ;
b. richtlijn: richtlijn nr.97/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 mei 1997 (PbEG L 181) inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende drukapparatuur;
c. [vervallen;]
d. Europese Economische Ruimte: het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;
e. drukapparatuur of drukapparaten: drukvaten, installatieleidingen, veiligheidsappendages en onder druk staande appendages, alsmede, voor zover van toepassing, de elementen die bevestigd zijn aan onder druk staande delen;
f. drukvat: een omhulling, bestaande uit één of meer ruimten, die is ontworpen en vervaardigd voor stoffen onder druk, met inbegrip van de rechtstreeks daarmee verbonden delen tot aan de voorziening voor de aansluiting met andere apparatuur;
g. installatieleidingen: onderdelen van een leidingstelsel die voor de verplaatsing van stoffen dienen, wanneer zij zijn verbonden om in een ander onder druk staand systeem te worden geïntegreerd, met name bestaande uit een pijp of een pijpenstelsel, buizen, fittingen, expansieverbindingen en slangen of eventueel andere onder druk staande delen alsmede warmtewisselaars bestaande uit pijpen voor het koelen of verhitten van lucht;
h. veiligheidsappendages: voorzieningen voor de beveiliging van drukapparatuur tegen overschrijding van de toegestane grenzen, die bestaan uit:
1°. voorzieningen voor de rechtstreekse drukbegrenzing, en
2°. begrenzingsvoorzieningen die corrigerende organen in werking stellen of zorgen voor vergrendeling of voor vergrendeling en blokkering;
i. onder druk staande appendages: voorzieningen met een operationele functie waarvan de omhulling onder druk staat;
j. samenstellen: verschillende drukapparaten die een fabrikant tot een geïntegreerd en functioneel geheel heeft geassembleerd;
k. druksysteem: een stelsel van verschillende drukapparaten of samenstellen die onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker op zijn bedrijfsterrein tot een geïntegreerd en functioneel geheel is geassembleerd;
l. druk: de druk gerelateerd aan de atmosferische druk, zijnde de overdruk, waarbij een vacuüm of onderdruk met een negatieve waarde wordt aangeduid;
m. maximaal toelaatbare druk (PS): de door de fabrikant aangegeven maximale druk waarvoor de apparatuur is ontworpen. Deze druk wordt bepaald op een door de fabrikant aangegeven plaats waar de beveiligings- of veiligheidsinrichtingen zijn aangesloten of de bovenzijde van de apparatuur, of, indien dat niet passend is, een andere door hem aangegeven plaats;
n. maximaal of minimaal toelaatbare temperatuur (TS): de maximaal of minimaal door de fabrikant opgegeven temperatuur waarvoor de apparatuur is ontworpen;
o. volume (V): het inwendige volume van een ruimte met inbegrip van het volume van tubulures tot de eerste aansluiting en met uitsluiting van de inhoud van het volume van permanente inwendige onderdelen;
p. nominale maat (DN): getalsaanduiding voor afmeting, gebruikt voor alle onderdelen van een leidingstelsel, behalve voor onderdelen die met de uitwendige middellijn of met de maat van de schroefdraad wordt aangeduid. De getalsaanduiding betreft een gemakkelijk rond getal voor verwijzingsdoeleinden, dat slechts in oppervlakkig verband staat tot de fabricagematen. De nominale maat wordt aangegeven met DN, gevolgd door een getal;
q. stoffen: gassen, vloeistoffen en dampen in zuivere fase en mengsels daarvan, die een suspensie van vaste stoffen kunnen bevatten;
r. permanente verbindingen: verbindingen die alleen met destructieve methoden losgemaakt kunnen worden;
s. Europese materiaalgoedkeuring: technisch document, waarin bij het ontbreken van een geharmoniseerde norm de kenmerken van bij herhaalde toepassing bestemde materialen voor de fabricage van drukapparatuur worden gedefinieerd;
t. aangewezen keuringsinstelling: een krachtens artikel 7a van de wet aangewezen keuringsinstelling;
u. aangewezen aangemelde keuringsinstelling en aangewezen aangemelde onafhankelijke instelling: een krachtens artikel 7a van de wet in het kader van de richtlijn aangewezen en bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde keuringsinstelling of onafhankelijke instelling, dan wel een door een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in het kader van de richtlijn aangewezen en bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde keuringsinstantie of onafhankelijke instelling;
v. aangewezen keuringsdienst van gebruikers: een krachtens artikel 7a van de wet aangewezen keuringsdienst;
w. aangewezen aangemelde keuringsdienst van gebruikers: een krachtens artikel 7a van de wet in het kader van de richtlijn aangewezen en bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde keuringsdienst dan wel, indien deze aanwijzing heeft plaatsgevonden, een door een andere lidstaat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen in het kader van de richtlijn aangewezen en aangemelde keuringsdienst van gebruikers;
x. inspectieafdeling van de gebruiker: een organisatorische eenheid die door de gebruiker van drukapparatuur is belast met het verrichten van inspecties.
Artikel 2
In afwijking van artikel 1, onder e en j, wordt onder drukapparatuur, onderscheidenlijk samenstellen, niet verstaan:
a. transportleidingen met een pijp of een geheel van pijpen voor het vervoer van of naar een installatie te land of ter zee, vanaf en met inbegrip van de laatste afsluiter binnen de grenzen van de installatie, inclusief alle bijbehorende apparatuur die speciaal voor de transportleiding is ontworpen, met uitzondering van standaarddrukapparatuur zoals in reduceerstations en compressorstations;
b. netten voor de aanvoer, distributie en de afvoer van water en de bijbehorende apparaten alsmede leidingen voor aandrijfwater, zoals sluispoorten, drukleidingen en drukschachten voor waterkrachtinstallaties en bijbehorende specifieke appendages;
c. apparatuur die valt onder het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm ;
d. aërosolen die vallen onder het Warenwetbesluit drukverpakkingen ;
e. apparatuur voor de werking van voertuigen als bedoeld in:
1°. Richtlijn nr. 70/156/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lidstaten betreffende de goedkeuring van motor-voertuigen en aanhangwagens daarvan (PbEG L 42);
2°. Richtlijn nr. 74/150/EEG van de Raad van de Europese Gemeen-schappen van 4 maart 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lidstaten betreffende de goedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen (PbEG L 84);
3°. Richtlijn nr. 2002/24/EG: richtlijn nr. 2002/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 maart 2002 (PbEG L 124) betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen en de intrekking van richtlijn nr. 92/61/EEG van de Raad;
f. apparatuur die ten hoogste valt onder categorie I, bedoeld in artikel 9 van de richtlijn, en die tevens onder één of meerdere van de volgende besluiten valt:
1°. Besluit gastoestellen ;
2°. Warenwetbesluit explosieveilig materieel ;
3°. Warenwetbesluit liften ;
4°. Besluit medische hulpmiddelen ;
5°. Warenwetbesluit elektrotechnische producten ;
6°. Warenwetbesluit machines ;
g. apparatuur als bedoeld in artikel 223, eerste lid, onderdeel b, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
h. speciaal voor nucleair gebruik ontworpen apparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken;
i. putregelingsapparatuur voor de exploratie en winning van aardolie, aardgas of geothermische energie of voor de ondergrondse opslag om de druk van de put te behouden of te regelen;
j. apparatuur die uit kasten en mechanismen bestaat waarvan de afmetingen, de materiaalkeuze en de fabricagevoorschriften voornamelijk berusten op de criteria sterkte, stijfheid en stabiliteit bij statische en dynamische bedrijfsbelastingen of op andere functioneringseigenschappen waarvoor de druk geen wezenlijke ontwerpfactor is;
k. hoogovens, met inbegrip van de ovenkoeling, windverhitters, stofafzuigers en gaswassers voor afvoergassen en koepelovens voor directe reductie, met inbegrip van de ovenkoeling, gasconvertors en pannen voor het smelten, hersmelten, ontgassen en gieten van staal en non-ferrometalen;
l. omhullingen voor elektrische hoogspanningsapparatuur;
m. mantels onder druk rond de onderdelen van transmissiesystemen;
n. schepen, raketten, luchtvaartuigen en mobiele offshore-eenheden en apparatuur die uitdrukkelijk bedoeld is voor installatie op dergelijke machines of de voortbeweging daarvan;
o. drukapparatuur met een flexibele buitenwand;
p. flessen of blikjes voor koolzuurhoudende dranken, bestemd voor eindconsumptie;
q. vaten voor vervoer of distributie van dranken waarin het product van de maximaal toelaatbare druk (PS) en volume (V) ten hoogste 500 bar.L en de maximaal toelaatbare druk (PS) 7 bar bedraagt;
r. apparatuur die valt onder de ADR-overeenkomst, de IMDG-code, het RID- of het ICAO-verdrag;
s. radiatoren en buizen in systemen voor warmwaterverwarming;
t. vaten voor vloeistoffen, waarin de gasdruk boven de vloeistof ten hoogste 0,5 bar bedraagt;
u. inlaat- en uitlaatgeluiddempers.
1.
Dit besluit is van toepassing op het ontwerp, de fabricage, de overeenstemmingsbeoordeling, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur, samenstellen en druksystemen waarvan de maximaal toelaatbare druk (PS) meer dan 0,5 bar bedraagt.
2.
Dit besluit en de daarop berustende bepalingen zijn eveneens van toepassing op drukapparatuur, samenstellen en druksystemen indien deze onroerend zijn.
3.
De artikelen 12b, 12c, 12d en 14a zijn niet van toepassing ten aanzien van:
a. draagbare brandblussers als bedoeld in artikel 1 van het Besluit draagbare blustoestellen 1997;
b. snelkookpannen als bedoeld in bijlage II, tabel 5, bij de richtlijn;
c. de krachtens artikel 21, tweede lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen aangewezen drukapparatuur, samenstellen en druksystemen.
1.
Het is verboden drukapparatuur, samenstellen en druksystemen te verhandelen, in bedrijf te stellen of te gebruiken, die niet voldoen aan de vervaardigingsvoorschriften gesteld bij of krachtens dit besluit.
2.
Het is verboden drukapparatuur, samenstellen en druksystemen te verhandelen of te gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens dit besluit gesteld met betrekking tot de aanduiding en het bezigen van vermeldingen.
3.
Het is verboden drukapparatuur, samenstellen en druksystemen te verhandelen of te gebruiken, indien de bij of krachtens dit besluit voorgeschreven beoordelings- en keuringsprocedures niet in acht zijn genomen.
4.
Het is verboden drukapparatuur, samenstellen en druksystemen te gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens dit besluit gesteld met betrekking tot het voorhanden zijn van documenten.
Inhoudsopgave
- HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
+ Hoofdstuk II. Ontwerp en vervaardiging
+ Hoofdstuk III. Beoordeling, keuring, bewaren documenten, CE-markering, materiaalgoedkeuring en intrekking
+ Hoofdstuk IV. Aangewezen keuringsinstellingen, aangewezen onafhankelijke instellingen en aangewezen keuringsdienst van gebruikers op verzoek
+ Hoofdstuk V. Verkeer en gebruik
+ Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk VII
+ Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht