Let op. Deze wet is vervallen op 19 juli 2016. U leest nu de tekst die gold op 18 juli 2016.

Warenwetbesluit drukapparatuur

Uitgebreide informatie
1.
Dit besluit is, wat de eisen ten aanzien van de vervaardiging betreft, niet van toepassing op drukapparatuur en samenstellen die voldoen aan de wettelijke voorschriften ten aanzien van de vervaardiging zoals die luidden op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit en voor 29 mei 2002 in de handel zijn gebracht en voor of na deze laatste datum in bedrijf zijn of worden gesteld voorzover zij niet alsnog in overeenstemming zijn gebracht met dit besluit met betrekking tot de eisen ten aanzien van de vervaardiging.
2.
Met betrekking tot drukapparatuur en samenstellen als bedoeld in het eerste lid waarop dit besluit niet wordt toegepast en waarop ingevolge één of meer andere wettelijke regelingen de CE-markering wordt aangebracht, worden op de bij die drukapparatuur en samenstellen gevoegde documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen de in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte referenties van de aan die wettelijke regelingen ten grondslag liggende richtlijnen vermeld.
3.
Artikel 12a is niet van toepassing op druksystemen die voldoen aan de wettelijke voorschriften ten aanzien van vervaardiging zoals die luidden op de dag voor de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit drukapparatuur houdende regels inzake de samenbouw van druksystemen en de ingebruikneming van drukapparatuur, samenstellen en druksystemen en tot wijziging van enige andere besluiten (Stb. 2001, 339) en voor 29 mei 2002 in bedrijf zijn gesteld voorzover zij niet alsnog in overeenstemming zijn gebracht met artikel 12a.
4.
Van de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, welke voor het eerst of opnieuw in gebruik wordt genomen, wordt vóór de ingebruikneming ervan, voorzover van toepassing, de integratie en beveiliging beoordeeld door een aangewezen keuringsinstelling of aangewezen keuringsdienst van gebruikers. Deze beoordeling vindt uitsluitend plaats voor apparatuur die is voorzien van een vervaardigingsbewijs. Van de beoordeling wordt door de instelling of dienst een rapport opgesteld en een exemplaar van dit rapport wordt beschikbaar gesteld aan de gebruiker. De kosten van de beoordeling zijn voor rekening van de gebruiker.
5.
Voor de toepassing van het vierde lid worden een bewijs van onderzoek en beproeving en een verklaring over de vervaardiging en eerste persproef, afgegeven in het kader van de toepassing van de Stoomwet , onderscheidenlijk de Wet Milieubeheer , aangemerkt als geldige vervaardigingbewijzen.
1.
De artikelen 12b en 23a zijn niet van toepassing op drukapparatuur, samenstellen en druksystemen die reeds in gebruik zijn gesteld op de dag van inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit drukapparatuur houdende regels inzake de samenbouw van druksystemen en de ingebruikneming van drukapparatuur, samenstellen en druksystemen en tot wijziging van enige andere besluiten (Stb. 2001, 339) en die voldoen aan de wettelijke voorschriften ten aanzien van de ingebruikneming zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van voornoemd besluit tot het tijdstip waarop deze apparatuur na montage wordt opgesteld en geïnstalleerd op een nieuwe plaats van opstelling.
2.
Voor de toepassing van dit besluit wordt een vergunning voor het in werking brengen van stoomtoestellen of damptoestellen op grond van de Stoomwet onderscheidenlijk een verklaring voor het in werking brengen van toestellen onder druk in het kader van de toepassing van de Wet Milieubeheer aangemerkt als een verklaring van ingebruikneming als bedoeld in artikel 12b, tweede lid, tot het tijdstip waarop de apparatuur na montage wordt opgesteld en geïnstalleerd op een nieuwe plaats van opstelling.
1.
Artikel 12c is niet van toepassing op drukapparatuur die reeds in gebruik is gesteld voor de dag van inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Warenwetbesluit drukapparatuur houdende regels inzake het gebruik van drukapparatuur, samenstellen en druksystemen en enige andere algemene maatregelen van bestuur (Stb. 2004, 387) en die voldoet aan de wettelijke voorschriften ten aanzien van het gebruik zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van voornoemd besluit tot het tijdstip waarop deze apparatuur een eerstvolgende herkeuring ingevolge voornoemde wettelijke voorschriften had moeten ondergaan.
2.
Artikel 12c is niet van toepassing op drukapparatuur die reeds in gebruik is gesteld op de dag van inwerkingtreding van het besluit, bedoeld in het eerste lid, en waarvoor geen herkeuring ingevolge de wettelijke voorschriften, bedoeld in het eerste lid, is vereist.
3.
Bij ministeriele regeling kunnen, in afwijking van het tweede lid, om veiligheidstechnische redenen nadere regels worden gesteld.
4.
Een aanvraag om een herkeuring van drukapparatuur op grond van een wettelijk voorschrift, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit, bedoeld in het eerste lid, waarbij over het resultaat van de herkeuring op dat tijdstip nog niet is beslist, wordt vanaf dat tijdstip beschouwd als een aanvraag om een verklaring van herkeuring als bedoeld in artikel 12c, derde lid.
5.
Voor de toepassing van artikel 12c, zesde lid, wordt rekening gehouden met de onderzoeken ingevolge de wettelijke voorschriften ten aanzien van het gebruik zoals die luidden op de dag voor de inwerkingtreding van het besluit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 39c. Keuringsverklaring
Een voorlopige verklaring van ingebruikneming, een verklaring van ingebruikneming, een verklaring van intredekeuring en een verklaring van herkeuring, afgegeven op grond van de wet, en geldend op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395, worden geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van inwerkingtreding van evengenoemd besluit, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de artikelen 12b, 12c, 12d en 14a.
1.
De aanwijzing als aangewezen keuringsinstelling, aangewezen aangemelde keuringsinstelling, aangewezen aangemelde onafhankelijke instelling, aangewezen keuringsdienst van gebruikers en aangewezen aangemelde keuringsdienst van gebruikers op verzoek, afgegeven op grond van de wet, en geldend op de dag, voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395, worden geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van inwerkingtreding van evengenoemd besluit.
2.
Onverminderd het derde en zesde lid, vervalt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, van rechtswege vierentwintig maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de betrokken instelling of dienst werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in artikel 19a, vijfde lid.
3.
De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, met een vervaldatum, gelegen voor de in het tweede lid bedoelde vervaldatum, vervalt van rechtswege op de oorspronkelijke vervaldatum, tenzij de betrokken instelling of dienst binnen vijf maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de instelling of dienst werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in artikel 19a, vijfde lid, en voorafgaand aan de oorspronkelijke vervaldatum een verzoek tot beoordeling ten behoeve van een hernieuwde aanwijzing heeft ingediend bij de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht. Alsdan blijft de aanwijzing van kracht tot uiterlijk de in het tweede lid bedoelde vervaldatum van rechtswege.
4.
De instelling of dienst waarvan de aanwijzing op grond van het tweede of derde lid vervalt, kan Onze Minister vragen om hernieuwde aanwijzing met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395.
5.
In afwijking van artikel 22a, vierde lid, zijn de aan de beoordeling door de in het derde lid genoemde Stichting Raad voor Accreditatie verbonden kosten voor rekening van Onze Minister, indien de instelling of dienst, bedoeld in het eerste lid, een verzoek tot beoordeling ten behoeve van een hernieuwde aanwijzing heeft ingediend bij voornoemde Stichting Raad voor Accreditatie binnen vijf maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de instelling of dienst werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in artikel 19a, vijfde lid.
6.
Indien Onze Minister op een aanvraag tot hernieuwde aanwijzing beslist op een tijdstip, gelegen voor de in het tweede lid bedoelde vervaldatum van rechtswege, vervalt de oorspronkelijke aanwijzing met ingang van de datum van inwerkingtreding van de hernieuwde aanwijzing.
Inhoudsopgave
+ HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
+ Hoofdstuk II. Ontwerp en vervaardiging
+ Hoofdstuk III. Beoordeling, keuring, bewaren documenten, CE-markering, materiaalgoedkeuring en intrekking
+ Hoofdstuk IV. Aangewezen keuringsinstellingen, aangewezen onafhankelijke instellingen en aangewezen keuringsdienst van gebruikers op verzoek
+ Hoofdstuk V. Verkeer en gebruik
+ Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk VII
- Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht