Besluit van 3 april 2013, houdende regels inzake de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (Warenwetbesluit informatie levensmiddelen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 februari 2013, VGP/3153658, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;
Gelet op:
artikel 6, eerste en derde lid, van Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling (PbEG 1999, L 66);
Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG 2002, L 31);
Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (PbEU 2006, L 404, en 2007, L 12);
Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van de geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1576/89 van de Raad (PbEU 2008, L 39);
Verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie van 20 januari 2009 betreffende de samenstelling en de etikettering van levensmiddelen die geschikt zijn voor personen met een glutenintolerantie (PbEU 2009, L 16);
Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PbEU 2011, L 304);
Richtlijn 2011/91/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de vermeldingen of merktekens die het mogelijk maken de partij waartoe een levensmiddel behoort te identificeren (PbEU 2011, L 334);
de artikelen 8, eerste lid, 13, 14 en 32b, eerste lid, van de Warenwet;
artikel II van de Wijzigingswet (1988) Warenwet; en
artikel 2b, eerste lid, onder a en b, van de Prijzenwet;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 6 maart 2013, No. W13.13.0031/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 maart 2013, VGP/3159537, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
claim inzake ziekterisicobeperking: een claim inzake ziekterisicobeperking als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van verordening (EG) 1924/2006;
datum van minimale houdbaarheid: de datum van minimale houdbaarheid van een levensmiddel, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder r, van verordening (EU) 1169/2011;
grote cateraars: grote cateraars, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d, van verordening (EU) 1169/2011;
partij: een verzameling verkoopeenheden van een levensmiddel die onder vrijwel identieke omstandigheden is geproduceerd, vervaardigd of verpakt;
uiterste consumptiedatum: de uiterste consumptiedatum, bedoeld in artikel 24 van verordening (EU) 1169/2011;
verordening (EG) 178/2002: Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG 2002, L 31);
verordening (EG) 1924/2006: Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (PbEU 2006, L 404, en 2007, L 12);
verordening (EG) 110/2008: Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van de geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1576/89 van de Raad (PbEU 2008, L 39);
verordening (EG) 41/2009: Verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie van 20 januari 2009 betreffende de samenstelling en de etikettering van levensmiddelen die geschikt zijn voor personen met een glutenintolerantie (PbEU 2009, L 16);
verordening (EU) 1169/2011: Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr.  608/2004 van de Commissie (PbEU 2011, L 304);
verpakt levensmiddel: de verkoopeenheid die niet bestemd is als zodanig aan de eindverbruiker of aan grote cateraars te worden afgeleverd, en bestaat uit een levensmiddel en haar verpakking of recipiënt;
voedselkeuzelogo: een logo dat het voor consumenten eenvoudiger maakt levensmiddelen te kiezen die ten opzichte van vergelijkbare levensmiddelen in een productcategorie gezonder zijn wat betreft energie of de gehaltes aan verzadigd vet, transvet, toegevoegd suiker, voedingsvezel of zout;
voorverpakking: het verpakkingsmateriaal waarin een voorverpakt levensmiddel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e, van verordening (EU) 1169/2011, is verpakt.
1.
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, 4, 6, 7, 8 en 9.
2.
Het is verboden te handelen in strijd met de bij of krachtens de artikelen 10, 11, eerste en vijfde lid, en 14 gestelde voorschriften.
3.
Het is verboden ten aanzien van levensmiddelen te handelen in strijd met artikel 16 van verordening (EG) 178/2002.
4.
Het is verboden te handelen in strijd met de bij of krachtens de artikelen 3, 4, derde en vijfde lid, 5, 6, eerste en tweede lid, 7, 8, eerste lid, 9, 10, eerste, tweede en derde lid, 12 en 14, van verordening (EG) 1924/2006 gestelde voorschriften.
5.
Het is verboden te handelen in strijd met de bij of krachtens de artikelen 3, 5, eerste lid, 9, eerste, tweede, vierde, zesde, zevende, en achtste lid, 10, eerste en tweede lid, 11, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 12, 13, 14, eerste en tweede lid, 15, vierde lid, 16, 27, en 28, tweede lid, van verordening (EG) 110/2008, gestelde voorschriften.
6.
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 4 van verordening (EG) 41/2009.
7.
Het is verboden te handelen in strijd met de bij of krachtens de artikelen 6, 7, 8, tweede tot en met achtste lid, 9, 10, eerste lid, 12, 13, eerste tot en met vijfde lid, 14, eerste en tweede lid, 15, eerste lid, 16, eerste en tweede lid, 17, 18, eerste tot en met vierde lid, 21, eerste lid, 22, 23, eerste en tweede lid, 24, 25, 26, eerste, tweede, derde en achtste lid, 27, 28, tweede lid, 30, eerste tot en met derde lid, 32, 33, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 34, 35, eerste en zesde lid, 36, 37, 44, eerste lid, onder a, en 54, tweede lid, van verordening (EU) 1169/2011, gestelde voorschriften.
Artikel 3
Voor de verplichte voedselinformatie en de vermeldingen op de etikettering, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van verordening (EU) 1169/2011, wordt gebruik gemaakt van in ieder geval de Nederlandse taal.
1.
Een levensmiddel wordt slechts in de handel gebracht indien het vergezeld gaat van een vermelding die het mogelijk maakt de partij waartoe dat levensmiddel behoort te identificeren. Deze vermelding wordt voorafgegaan door de letter «L», behalve in het geval waarin zij duidelijk van de overige vermeldingen op het etiket te onderscheiden is.
2.
In afwijking van het eerste lid mag de vermelding betreffende een partij van voorverpakt consumptie-ijs worden aangebracht op de verzamelverpakking van individuele porties van die waar.
3.
De in het eerste lid bedoelde vermeldingen worden aangebracht:
a. op de voorverpakking of op een daaraan gehecht etiket; of
b. op de verpakking of de recipiënt, of bij gebreke daarvan op de desbetreffende handelsdocumenten.
4.
De in het eerste en tweede lid bedoelde vermeldingen worden vastgesteld en aangebracht door:
a. de producent;
b. de fabrikant;
c. de verpakker; of
d. de eerste in de Europese Unie gevestigde verkoper;
van het betrokken levensmiddel.
Artikel 5
Artikel 4 is niet van toepassing:
a. indien de datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum in de etikettering voorkomt, op voorwaarde dat de vermelding van deze datum duidelijk en in de juiste volgorde ten minste de dag en de maand omvat;
b. op landbouwproducten die vanuit de bedrijfszone:
aan opslag-, behandelings- of verpakkingsbedrijven worden verhandeld of afgeleverd;
naar producentenorganisaties worden overgebracht; of
voor onmiddellijke opneming in een operationeel bereidings- of verwerkingsysteem worden opgehaald;
c. wanneer de levensmiddelen die op de plaats van verkoop aan de eindverbruiker niet zijn voorverpakt, aldaar op verzoek van de koper worden verpakt of voor onmiddellijke verkoop worden voorverpakt;
d. op verpakkingen of recipiënten van levensmiddelen waarvan de grootste zijde een oppervlakte heeft van minder dan 10 cm 2 .
1.
Doorstraalde levensmiddelen, bestemd voor eindgebruikers of instellingen, zijn voorzien van een van de volgende vermeldingen:
a. «doorstraald»;
b. «door straling behandeld»; of
c. «met ioniserende straling behandeld».
2.
De in het eerste lid bedoelde vermelding wordt aangebracht:
a. bij verpakte of voorverpakte producten: op het etiket;
b. bij onverpakte producten: samen met de benaming van de waar op een affiche of een bord boven of naast de houder waarin het levensmiddel zich bevindt.
3.
Indien een doorstraald product als ingrediënt van een levensmiddel wordt gebruikt, wordt de in het eerste lid bedoelde vermelding van de doorstraling:
a. toegevoegd aan de benaming van dat ingrediënt in de lijst van ingrediënten van dat levensmiddel; of
b. bij onverpakte producten: samen met de benaming van de waar vermeld op een affiche of een bord boven of naast de houder waarin het levensmiddel zich bevindt.
4.
In alle gevallen wordt de doorstraling vermeld in de documenten die de doorstraalde levensmiddelen vergezellen of daarop betrekking hebben.
1.
Bij verpakte levensmiddelen zijn de volgende vermeldingen verplicht:
a. de benaming, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van verordening (EU) 1169/2011; en
b. de vermelding, bedoeld in artikel 4, eerste lid, inzake de vermelding die het mogelijk maakt de partij te identificeren waartoe een levensmiddel behoort.
2.
De in het eerste lid bedoelde vermeldingen zijn aangebracht:
a. op de verpakking of de recipiënt; of, indien dat niet mogelijk is
b. op het handelsdocument dat het desbetreffende levensmiddel vergezelt.
1.
Bij onverpakte levensmiddelen is vermelding van de benaming, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van verordening (EU) 1169/2011, verplicht.
2.
De in het eerste lid bedoelde vermelding:
a. is duidelijk zichtbaar voor het publiek aangebracht:
op het voorwerp waarin of waarop het betrokken levensmiddel zich bevindt; of
op een boven het onder 1° bedoelde voorwerp geplaatst(e) bord of kaart; of
b. wordt in de onmiddellijke omgeving van het levensmiddel op een andere duidelijke wijze ter kennis van het publiek gebracht.
Artikel 9
In afwijking van de artikelen 9, eerste lid, en 10, eerste lid, van verordening (EU) 1169/2011, behoeven op glazen flessen die bestemd zijn om opnieuw te worden gebruikt en waarin melk of melkproducten zijn verpakt, slechts te worden vermeld:
a. de datum van minimale houdbaarheid onderscheidenlijk de uiterste consumptiedatum; en
b. de naam of handelsnaam en het adres van de exploitant van het desbetreffende levensmiddelenbedrijf, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder h, van verordening (EU) 1169/2011.
Artikel 10
Bij regeling van Onze Minister kunnen worden vastgesteld:
a. maatregelen als bedoeld in artikel 35, derde lid, van verordening (EU) 1169/2011, inzake het vergemakkelijken van het toezicht op het gebruik van extra uitdrukkings- en presentatievormen van de voedingswaardevermelding;
b. bijkomende verplichte vermeldingen voor specifieke typen of categorieën levensmiddelen als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van verordening (EU) 1169/2011, die gerechtvaardigd zijn om ten minste een van de volgende redenen:
bescherming van de volksgezondheid;
bescherming van de consument;
preventie van fraude;
bescherming van aanduidingen van herkomst en oorsprong, en de preventie van oneerlijke concurrentie;
c. maatregelen als bedoeld in artikel 42 van verordening (EU) 1169/2011;
d. maatregelen als bedoeld in artikel 43 van verordening (EU) 1169/2011, met betrekking tot de vrijwillige vermelding van referentie-innames voor specifieke bevolkingsgroepen;
e. maatregelen als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van verordening (EU) 1169/2011, betreffende de middelen waarmee de in artikel 44, eerste lid, van verordening (EU) 1169/2011, bedoelde vermeldingen of elementen van vermeldingen beschikbaar moeten worden gesteld en, waar nodig, de daarvoor gebruikte uitdrukkings- of presentatievorm;
f. maatregelen als bedoeld in bijlage VI, deel B, punt 3, van verordening (EU) 1169/2011, inzake het alleen in Nederland in de handel brengen van gehakt vlees dat niet voldoet aan de in bijlage VI, deel B, punt 1, van verordening (EU) 1169/2011, vastgestelde criteria.
1.
Onverminderd verordening (EG) 1924/2006 mag bij de verhandeling van een levensmiddel een door representatieve organisaties van producenten en verhandelaren ontwikkeld voedselkeuzelogo worden gebezigd, onder de volgende voorwaarden:
a. het logo wordt niet gebezigd bij:
alcoholhoudende dranken;
zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding als bedoeld in de Warenwetregeling zuigelingenvoeding 2007 ;
bewerkte eet- of drinkwaren op basis van granen en babyvoeding als bedoeld in de Warenwetregeling Babyvoeding ;
dieetvoeding voor medisch gebruik als bedoeld in de Warenwetregeling Dieetvoeding voor medisch gebruik ; en
voedingssupplementen als bedoeld in het Warenwetbesluit voedingssupplementen ;
b. het logo is begrijpelijk voor de consument;
c. de regels voor het gebruik van het logo zijn:
in lijn met de door de Gezondheidsraad vastgestelde richtlijnen Goede Voeding;
tot stand gekomen met inachtneming van de laatste wetenschappelijke inzichten ter zake;
getoetst door een onafhankelijke wetenschappelijke commissie; en
in ieder geval gesteld in de Nederlandse taal en voor een ieder te raadplegen op internet; en
d. het voedselkeuzelogo en de regels voor het gebruik ervan zijn goedgekeurd door Onze Minister.
2.
Een verzoek tot goedkeuring van een voedselkeuzelogo en van de regels voor het gebruik ervan, wordt ingediend bij Onze Minister. De goedkeuring wordt verleend indien voldaan is aan de in dit artikel ter zake gestelde voorwaarden.
3.
Onze Minister kan een in het tweede lid bedoelde goedkeuring intrekken indien het voedselkeuzelogo of de regels voor het gebruik ervan niet meer voldoen aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden.
4.
Onze Minister maakt een in het tweede en derde lid bedoeld besluit bekend in de Staatscourant.
5.
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld inzake het eerste en tweede lid. In deze nadere regels kan worden bepaald dat de goedkeuring voor bepaalde tijd wordt verleend.
Artikel 12
Artikel 11 is niet van toepassing op het verhandelen van een levensmiddel ten aanzien waarvan een voedselkeuzelogo is gebezigd dat niet door toedoen van Nederland overeenkomstig verordening (EG) 1924/2006 is toegelaten, en dat rechtmatig is bereid of in de handel is gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 13
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is de bevoegde autoriteit, bedoeld in:
b. artikel 22, eerste lid, van verordening (EG) 110/2008.
Artikel 14
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden vastgesteld:
a. inzake artikel 2, vierde lid, voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of krachtens verordening (EG) 1924/2006 gestelde voorschriften;
b. inzake artikel 2, vijfde lid, voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of krachtens verordening (EG) 110/2008 gestelde voorschriften;
c. inzake artikel 2, zevende lid, voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of krachtens verordening (EU) 1169/2011 gestelde voorschriften.
Artikel 15
[Wijzigt het Besluit prijsaanduiding producten.]
Artikel 16
[Wijzigt het Glasartikelenbesluit (Warenwet).]
Artikel 17
[Wijzigt het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen.]
Artikel 18
[Wijzigt het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten.]
Artikel 19
[Wijzigt het Warenwetbesluit Cacao en chocolade.]
Artikel 20
[Wijzigt het Warenwetbesluit Doorstraalde waren.]
Artikel 21
[Wijzigt het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten.]
Artikel 22
[Wijzigt het Warenwetbesluit honing.]
Artikel 23
[Wijzigt het Warenwetbesluit Meel en brood.]
Artikel 24
[Wijzigt het Warenwetbesluit Producten voor bijzondere voeding.]
Artikel 25
[Wijzigt het Warenwetbesluit suikers.]
Artikel 26
[Wijzigt het Warenwetbesluit Verduurzaamde vruchtenproducten 2002.]
Artikel 27
[Wijzigt het Warenwetbesluit Verpakte waters.]
Artikel 28
[Wijzigt het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten.]
Artikel 29
[Wijzigt het Warenwetbesluit voedingssupplementen.]
Artikel 30
[Wijzigt het Warenwetbesluit Zuivel.]
Artikel 31
De volgende besluiten worden ingetrokken:
a. het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen ;
b. het Warenwetbesluit Voedingswaarde-informatie levensmiddelen .
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 13 december 2014.
2.
In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 2, zevende lid, en 18:
a. in werking met ingang van 1 januari 2014, voor zover die artikelen betrekking hebben op bijlage VI, deel B, van verordening (EU) 1169/2011;
b. in werking met ingang van 13 december 2016, voor zover die artikelen betrekkingen hebben op artikel 9, eerste lid, onder l, van verordening (EU) 1169/2011.
Artikel 33
Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit informatie levensmiddelen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 3 april 2013
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven de vijfentwintigste april 2013
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
Artikel 28
Artikel 29
Artikel 30
Artikel 31
Artikel 32
Artikel 33
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht