Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2003. U leest nu de tekst die gold op -.

Werkloosheidsbesluit beroepsmilitairen bepaalde tijd

Uitgebreide informatie
Besluit van 19 januari 1995, houdende regelen inzake toekenning van uitkeringen bij ontslag aan beroepsmilitairen aangesteld voor bepaalde tijd
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 31 oktober 1994, directie arbeidsvoorwaardenbeleid, afdeling beleid en management postactieven, nr. PAV6302/94024660;
Gelet op artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931;
De Raad van State gehoord (advies van 23 december 1994 No. W07.94.0661);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 13 januari 1995, nr. PAV6302/95000587, directie arbeidsvoorwaardenbeleid, afdeling beleid en management postactieven;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder betrokkene: de militair die voor bepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel van de krijgsmacht.
1.
Een betrokkene die op de datum van ontslag werkloos is in de zin van de Werkloosheidswet heeft recht op een uitkering overeenkomstig de normen en voorwaarden welke bij of krachtens die wet zijn vastgesteld, voor zover hierna niet anders is bepaald.
2.
Onze Minister van Defensie beslist over de toekenning van uitkering op aanvraag van de betrokkene.
1.
Indien een betrokkene op of na de datum van zijn ontslag uit hoofde van arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft of krijgt op doorbetaling van zijn laatstgenoten bezoldiging, wordt de uitvoering van artikel 2 opgeschort tot het einde van het tijdvak waarover die aanspraak bestaat.
2.
De betrokkene die in het genot is van een uitkering ingevolge artikel 2 en die wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten, ontvangt gedurende de tijd van bedoelde verhindering, doch ten hoogste gedurende een tijdvak van 52 weken een uitkering overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Ziektewet .
3.
De betrokkene, bedoeld in het tweede lid, die na afloop van het in dat lid genoemde tijdvak van 52 weken arbeidsongeschikt is, ontvangt zolang die ongeschiktheid duurt, doch uiterlijk tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, een uitkering overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering . Indien de betrokkene niet te kennen heeft gegeven dat hij in aanmerking wenst te worden gebracht voor een verlaging van de pensioenbijdrage, bedoeld in artikel 10 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, is de hoogte van het vervolgdagloon bedoeld in artikel 21 b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, gelijk aan het dagloon bedoeld in artikel 21 van die wet.
Artikel 4
De loongerelateerde uitkeringen ingevolge artikel 2 en artikel 3, tweede en derde lid, bedragen 70% van het dagloon, bedoeld in de artikelen 44 tot en met 46 van de Werkloosheidswet en de Coördinatiewet Sociale Verzekering , met dien verstande dat het bedrag van de uitkeringen niet daalt beneden het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid onderdeel a , van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of indien betrokkene jonger is dan 23 jaar, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag, bedoeld in artikel 15 van die wet en vervolgens gedeeld door 21,75. Hetzelfde minimum geldt als niveau voor de niet-loongerelateerde uitkeringen bedoeld in artikel 2.
Artikel 5
Indien de betrokkene tijdens het genot van de uitkering, bedoeld in artikel 2 of artikel 3, tweede of derde lid, overlijdt, bestaat aanspraak op een eenmalige uitkering overeenkomstig artikel 35 van de Ziektewet, of artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
1.
Onze Minister van Defensie kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit besluit.
2.
Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in het eerste lid kan mandaat worden verleend aan de directeur-generaal personeel van het Ministerie van Defensie.
Artikel 7
Artikel 8 van de Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht 1982 vervalt. Het blijft van kracht voor de voor 1 februari 1995 ontslagen militair, bedoeld in genoemd artikel.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 1995.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Werkloosheidsbesluit beroepsmilitairen bepaalde tijd.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 19 januari 1995
De Staatssecretaris van Defensie,
Uitgegeven de zesentwintigste januari 1995
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht