Wet van 17 december 2014 tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet in verband met aanpassing van het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen (Wet aanpassing financieel toetsingskader)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Pensioenwet.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.]
Artikel III
[Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet.]
1.
Een langetermijnherstelplan als bedoeld in artikel 138 van de Pensioenwet dan wel artikel 133 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling of een kortetermijnherstelplan als bedoeld in artikel 140 van de Pensioenwet dan wel artikel 135 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals deze artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, dan wel artikel II, onderdeel N, vervalt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, dan wel artikel II, onderdeel N. Een op het kortetermijnherstelplan gebaseerde vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten waarvan de effectuering zal plaatsvinden na het tijdstip van inwerkingtreding wordt alsnog uitgevoerd conform het kortetermijnherstelplan.
2.
Een pensioenfonds of beroepspensioenfonds stelt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, dan wel artikel II, onderdeel N, vast of voldaan wordt aan de bij of krachtens artikel 132 van de Pensioenwet dan wel artikel 127 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gestelde eisen aan de hand van de beleidsdekkingsgraad per het einde van het kalenderkwartaal voorafgaand aan dit tijdstip.
3.
Een pensioenfonds of beroepspensioenfonds dat op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, dan wel artikel II, onderdeel N, niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 132 van de Pensioenwet dan wel artikel 127 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gestelde eisen, dient, in afwijking van artikel 138, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 133, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, binnen zes maanden een herstelplan in. In afwijking van artikel 138, zesde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 133, zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, gaat dit herstelplan in na uiterlijk negen maanden.
4.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel O, dan wel artikel II, onderdeel M, bestaand pensioenfonds of beroepspensioenfonds voldoet uiterlijk zes maanden na dit tijdstip aan artikel 137, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 132, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
5.
De uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement van een op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, dan wel artikel II, onderdeel B, bestaand pensioenfonds of beroepspensioenfonds voldoet uiterlijk zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, dan wel artikel II, onderdeel B, aan deze wet.
6.
De actuariƫle en bedrijfstechnische nota van een op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, dan wel artikel II, onderdeel U, bestaand pensioenfonds of beroepspensioenfonds voldoet uiterlijk zes maanden na dit tijdstip aan artikel 145 van de Pensioenwet dan wel artikel 140 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Artikel IV
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel V
Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanpassing financieel toetsingskader.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
Wassenaar, 17 december 2014
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven de vierentwintigste december 2014
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IIIa
Artikel IV
Artikel V
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht