1.
De bijzondere rechters leggen de volgende eed of belofte af:
«Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wettelijke regelingen, eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.»
2.
Alvorens tot die eed of belofte te worden toegelaten, leggen zij de volgende eed (verklaring en belofte) van zuivering af: «Ik zweer (verklaar), dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van mijn aanstelling, aan iemand wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven. Ik zweer (beloof), dat ik nimmer enige giften of geschenken hoe ook genaamd, zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij in een rechtszaak is of zal worden betrokken, waarin mijn ambtsverrichtingen te pas zouden kunnen komen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)».
3.
De eedsaflegging (verklaring en belofte) van de bijzondere rechters geschiedt ten overstaan van de president van het Hof of een door deze aangewezen ambtenaar.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het beroep
- Hoofdstuk 3. De behandeling in eerste aanleg
+ Hoofdstuk 4. Bestuurlijke heroverweging
+ Hoofdstuk 5. Het hoger beroep
+ Hoofdstuk 6. Bijzondere procedures
+ Hoofdstuk 7. Geheimhoudingsplicht
+ Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht