1.
Het Gerecht kan onmiddellijk uitspraak doen indien het kennelijk onbevoegd is, het beroep kennelijk niet ontvankelijk is, dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel verdere behandeling van het beroepschrift hem niet nodig voorkomt, omdat:
a. het verzoek kennelijk ongegrond is;
b. de bestreden beschikking kennelijk niet in stand kan blijven;
c. de bestreden beschikking door het bevoegde bestuursorgaan is ingetrokken of gewijzigd, en daarmee kennelijk aan de bezwaren van de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen.
2.
Op de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 49 tot en met 53 van overeenkomstige toepassing. Partijen wordt gewezen op artikel 80, eerste lid.
3.
Indien het betreft een beroep, bedoeld in artikel 8, wordt de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid uitgeoefend door de voorzitter van de meervoudige kamer van het Gerecht.
4.
Het eerste, tweede en derde lid alsmede artikel 80 zijn van overeenkomstige toepassing in het kader van hoger beroep, bedoeld in artikel 75. Alsdan wordt de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid uitgeoefend door de voorzitter van het Hof.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het beroep
+ Hoofdstuk 3. De behandeling in eerste aanleg
+ Hoofdstuk 4. Bestuurlijke heroverweging
+ Hoofdstuk 5. Het hoger beroep
- Hoofdstuk 6. Bijzondere procedures
+ Hoofdstuk 7. Geheimhoudingsplicht
+ Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht