Artikel 10
[vervallen]
1.
De behandeling van het beroep en de uitspraak geschieden door het Gerecht.
2.
Wanneer artikel 8 van toepassing is, geschieden de behandeling en de uitspraak door een meervoudige kamer van het Gerecht, bestaande uit een lid van het Hof als voorzitter en twee bijzondere rechters.
3.
De bevoegdheden die in de artikelen 17, tweede, derde en vierde lid, 21, 23, 26 tot en met 32, 37 tot en met 40, 44, tweede, derde, zesde en zevende lid, 48 en 54 zijn toegekend aan het Gerecht, worden in geval van behandeling door een meervoudige kamer uitgeoefend door de voorzitter.
1.
De bijzondere rechters bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden bij koninklijk besluit benoemd en ontslagen. De benoeming geschiedt voor een tijdvak van zes jaren. Op hun verzoek wordt aan hen bij koninklijk besluit voor de afloop van voornoemd tijdvak ontslag verleend.
2.
Benoembaar tot bijzondere rechter is iedere Nederlander.
3.
Niet benoembaar zijn:
a. [vervallen]
b. de actief dienende of op non-activiteit gestelde ambtenaren alsmede hun levenspartners, met uitzondering van de voor het leven benoemde ambtenaren.
4.
Indien ten aanzien van een bijzondere rechter zich na zijn benoeming een van de gevallen voordoet die grond zijn voor niet-benoembaarheid, wordt hij bij koninklijk besluit uit zijn ambt ontslagen.
5.
Op met redenen omkleed voorstel van het Hof kan de bijzondere rechter worden ontslagen:
1°. wanneer zij de leeftijd van vijfenzestig jaren hebben bereikt;
2°. indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn om hun functies te vervullen;
3°. bij het verlies van het Nederlanderschap;
4°. wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd, die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
5°. wanneer zij bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard, surseance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld;
6°. wegens handelen of nalaten, dat ernstig nadeel toebrengt aan de goede gang van zaken bij de rechtspraak of aan het in haar te stellen vertrouwen;
7°. wanneer zij, na eerder wegens gelijke overtreding te zijn gewaarschuwd, de bepalingen overtreden waarbij hun:
a. het uitoefenen van enig beroep wordt verboden;
b. een vast en voortdurend verblijf wordt aangewezen;
c. verboden wordt zich in enig onderhoud of gesprek in te laten met partijen of haar advocaten, procureurs of gemachtigden, of enige bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen;
d. de verplichting wordt opgelegd een geheim te bewaren.
6.
In geval van tussentijds ontslag of overlijden wordt een nieuwe bijzondere rechter benoemd.
7.
Bij algemene maatregel van bestuur, worden regels gegeven omtrent de aan de bijzondere rechters toekomende vergoedingen.
1.
De bijzondere rechters leggen de volgende eed of belofte af:
«Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wettelijke regelingen, eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.»
2.
Alvorens tot die eed of belofte te worden toegelaten, leggen zij de volgende eed (verklaring en belofte) van zuivering af: «Ik zweer (verklaar), dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van mijn aanstelling, aan iemand wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven. Ik zweer (beloof), dat ik nimmer enige giften of geschenken hoe ook genaamd, zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij in een rechtszaak is of zal worden betrokken, waarin mijn ambtsverrichtingen te pas zouden kunnen komen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)».
3.
De eedsaflegging (verklaring en belofte) van de bijzondere rechters geschiedt ten overstaan van de president van het Hof of een door deze aangewezen ambtenaar.
Artikel 14
Bij de beraadslaging over rechtszaken maken eerst de bijzondere rechters, van de jongstbenoemde tot de oudste, en als laatste de voorzitter hun gevoelen kenbaar. In diezelfde volgorde heeft, zo nodig, de stemming plaats. Er wordt beslist bij meerderheid van stemmen. Een rechter, die niet bij de beraadslaging aanwezig kan zijn, kan zijn gevoelen niet schriftelijk kenbaar maken of door een van zijn mederechters doen voordragen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het beroep
- Hoofdstuk 3. De behandeling in eerste aanleg
+ Hoofdstuk 4. Bestuurlijke heroverweging
+ Hoofdstuk 5. Het hoger beroep
+ Hoofdstuk 6. Bijzondere procedures
+ Hoofdstuk 7. Geheimhoudingsplicht
+ Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht