1.
Het beroep wordt aanhangig gemaakt met een aan het Gerecht gericht beroepschrift, dat in tweevoud wordt ingediend bij de griffie van het Gerecht dat zijn zittingsplaats heeft in het eilandgebied waar de indiener zijn woonplaats heeft.
2.
Het beroepschrift kan worden ingediend door degene die tot het beroep gerechtigd is, of door een door deze aangewezen gemachtigde. De machtiging wordt schriftelijk gegeven en bij het beroepschrift overgelegd.
3.
In afwijking van het tweede lid behoeft een advocaat geen machtiging over te leggen.
4.
Als woonplaats van de indiener die zich door een gemachtigde doet vertegenwoordigen, wordt aangemerkt de woonplaats van die gemachtigde.
5.
Het beroepschrift houdt in:
a. de naam, voornamen en woonplaats van de indiener van het beroepschrift en, indien het door een gemachtigde wordt ingediend, tevens de naam, voornamen en woonplaats van die gemachtigde;
b. een duidelijke omschrijving van de beschikking waartegen het beroep is gericht;
c. de gronden waarop het beroep berust, waaronder het belang dat de indiener bij het beroep heeft;
d. een aanduiding van hetgeen gevorderd wordt;
e. de ondertekening door de indiener of zijn gemachtigde;
f. de keuze van een domicilie op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, indien de indiener geen woonplaats heeft op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
g. de dagtekening.
6.
Bij het beroepschrift worden zo mogelijk de beschikking waarop het beroepschrift betrekking heeft, en de overige op de beschikking betrekking hebbende stukken overgelegd.
1.
Het beroepschrift wordt ingediend binnen zes weken na de dag waarop de beschikking is gegeven, of geldt als geweigerd.
2.
De dag waarop de beschikking is verzonden of uitgereikt, geldt als de dag waarop deze is gegeven.
3.
Wanneer het beroepschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien de indiener aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan hem toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.
4.
Het bestuursorgaan doet bij zijn beschikking mededeling van de mogelijkheid van het indienen van beroep en de termijn, waarbinnen het beroepschrift moet worden ingediend. In de oorspronkelijke beschikking wordt gewezen op de mogelijkheid van het indienen van een bezwaarschrift en de termijn waarbinnen het bezwaarschrift moet worden ingediend.
1.
Voor het indienen van een beroepschrift wordt van de indiener door de griffier een griffierecht geheven van USD 84,–, met uitzondering van beroepschriften als bedoeld in artikel 8, waarvoor een griffiegeld wordt geheven van USD 28,–. Indien twee of meer personen gezamenlijk een beroepschrift indienen terzake van eenzelfde beschikking is slechts éénmaal bedoeld recht verschuldigd. Het griffierecht kan worden gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur.
2.
Een natuurlijke persoon kan vrijstelling van betaling van het recht, bedoeld in het eerste lid, vragen. Hij legt daartoe aan het Gerecht over een bewijs van onvermogen, bedoeld in artikel 878, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.
3.
Aan de natuurlijke persoon die vrijstelling van het recht, bedoeld in het eerste lid, vraagt, maar die niet in staat is tijdig een bewijs van onvermogen over te leggen, kan het Gerecht voorlopige vrijstelling verlenen.
4.
Indien voorlopige vrijstelling wordt geweigerd, dient de indiener het volle griffierecht te storten. Zodra het bewijs van onvermogen alsnog door de indiener is overgelegd en hem op grond daarvan vrijstelling is verleend, wordt het gestorte bedrag zo spoedig mogelijk door de griffier aan hem terugbetaald.
5.
Het beroepschrift wordt niet in behandeling genomen voordat het verschuldigde griffierecht ter griffie is ontvangen. Indien het verschuldigde recht niet is gestort binnen vier weken na de dag van verzending van een mededeling waarin de griffier de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het bedrag heeft gewezen, wordt de indiener door het Gerecht niet-ontvankelijk verklaard.
6.
Aan de indiener van het beroepschrift wordt, bij intrekking ervan om redenen dat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen, het door hem gestorte griffierecht vergoed door dat orgaan. In de overige gevallen heeft het bestuursorgaan bij intrekking van het beroepschrift de bevoegdheid het gestorte recht geheel of gedeeltelijk te vergoeden.
7.
Bij gegrondverklaring van het beroepschrift houdt de uitspraak van het Gerecht tevens in dat aan de indiener van het beroepschrift het door hem gestorte griffierecht wordt vergoed ten laste van het bij de uitspraak aangewezen overheidslichaam.
8.
Het gestorte griffierecht wordt terugbetaald door het Gerecht, indien artikel 54, derde lid, van toepassing is
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het beroep
- Hoofdstuk 3. De behandeling in eerste aanleg
+ Hoofdstuk 4. Bestuurlijke heroverweging
+ Hoofdstuk 5. Het hoger beroep
+ Hoofdstuk 6. Bijzondere procedures
+ Hoofdstuk 7. Geheimhoudingsplicht
+ Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht