1.
Het Gerecht kan, indien nog geen gebruik is gemaakt van artikel 55, in elke fase voorafgaand aan de openbare behandeling van het beroepschrift het beroepschrift toezenden aan het bestuursorgaan dat de bestreden beschikking heeft gegeven, met het gemotiveerde verzoek om binnen een door het Gerecht te stellen termijn te verklaren of het bereid is de beschikking in heroverweging te nemen.
2.
Luidt het antwoord op het verzoek, bedoeld in het eerste lid, ontkennend of blijft dit binnen de gestelde termijn achterwege, dan wordt het beroepschrift door het Gerecht in behandeling genomen.
3.
Luidt het antwoord op het verzoek, bedoeld in het eerste lid, bevestigend, dan wordt het beroepschrift niet door het Gerecht in behandeling genomen. De artikelen 59, eerste lid, en 61 tot en met 74 zijn alsdan van toepassing.
4.
Indien het Gerecht een beroepschrift niet in behandeling neemt om de reden, genoemd in het derde lid, dan geeft het daarvan onverwijld kennis aan de indiener van het beroepschrift.
Artikel 55
De personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, zijn bevoegd een bezwaarschrift in te dienen bij het bestuursorgaan dat de beschikking heeft genomen, en het beroep bedoeld in artikel 7, eerste lid, pas in te stellen nadat het bestuursorgaan op het bezwaarschrift heeft beslist.
1.
Het bezwaarschrift wordt ingediend binnen zes weken na de dag waarop de beschikking is gegeven of geldt als geweigerd.
2.
De dag waarop de beschikking is verzonden of uitgereikt, geldt als de dag waarop deze is gegeven.
3.
Wanneer het bezwaarschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, blijft niet-ontvankelijkheid op grond daarvan achterwege, indien de bezwaarde aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van hem niet toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat hij het bezwaarschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd.
4.
Het bestuursorgaan doet bij zijn beschikking mededeling van de mogelijkheid van het indienen van bezwaar bij het bestuursorgaan en de beroepstermijn.
1.
Het bezwaarschrift wordt ingediend door de bezwaarde of een door deze aangewezen gemachtigde.
2.
De machtiging wordt bij het bezwaarschrift overgelegd. Een advocaat behoeft geen machtiging over te leggen.
3.
Als woonplaats van de bezwaarde die zich door een gemachtigde doet vertegenwoordigen, wordt aangemerkt de woonplaats van die gemachtigde.
4.
Het bezwaarschrift houdt in:
a. de naam, voornamen en de woonplaats van de bezwaarde en, indien het door een gemachtigde wordt ingediend, tevens de naam, voornamen en woonplaats van de gemachtigde;
b. een duidelijke omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaarschrift zich richt;
c. de gronden waarop het bezwaar berust, waaronder het belang dat de bezwaarde bij de beschikking heeft;
d. een aanduiding van hetgeen wordt gevorderd;
e. de ondertekening door de bezwaarde of zijn gemachtigde;
f. de keuze van een woonplaats op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, indien de bezwaarde geen woonplaats heeft op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
5.
Bij het bezwaarschrift worden zo mogelijk een kopie van de beschikking en de overige op de beschikking betrekking hebbende stukken overgelegd.
1.
Voor het indienen van een bezwaarschrift zijn geen rechten verschuldigd.
2.
De kosten die een partij in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het betrokken overheidslichaam uitsluitend vergoed op verzoek van die partij voor zover de beschikking door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is genomen. In geval van een vergoeding van de kosten ten behoeve van een partij aan wie een toevoeging is verleend krachtens de Wet kosteloze rechtskundige bijstand BES, wordt het bedrag van de kosten betaald aan de raadsman.
3.
Het verzoek wordt gedaan voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist. Het bestuursorgaan beslist op het verzoek bij de beslissing op het bezwaar.
4.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de kosten, waarop de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben, en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
1.
Het bestuursorgaan geeft bezwaarden kosteloos een bewijs van ontvangst van het bezwaarschrift af en doet daarbij schriftelijk mededeling van de verdere behandeling.
2.
Is het bezwaarschrift ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan, dan zendt dat bestuursorgaan het bezwaarschrift naar het bevoegde bestuursorgaan. De dag waarop het bij het onbevoegde bestuursorgaan is ingediend, geldt als de dag waarop het is ontvangen.
1.
Indien een bezwaarschrift niet voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 57, vierde lid, stelt het bestuursorgaan de bezwaarde in de gelegenheid de gebreken te herstellen. Daarbij wordt vermeld de termijn, die minimaal veertien dagen bedraagt, waarbinnen het herstel van de gebreken dient te geschieden.
2.
Indien de gebreken niet binnen de gestelde termijn zijn hersteld, kan het bestuursorgaan de bezwaarde niet-ontvankelijk verklaren.
1.
Indien de bezwaarde niet de persoon is tot wie de beschikking is gericht, zendt het bestuursorgaan onverwijld een afschrift van het bezwaarschrift aan degene tot wie de beschikking is gericht. Deze wordt als mede-belanghebbende, desgewenst, aangemerkt als partij bij de behandeling van het bezwaarschrift.
2.
Indien er naar het vermoeden van het bestuursorgaan derde-belanghebbenden zijn, kan het bestuursorgaan dezen in kennis stellen van het indienen van het bezwaarschrift door middel van een publicatie in de Staatscourant.
3.
De belanghebbenden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn bevoegd om binnen een termijn van vier weken na de datum van verzending van het afschrift, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk de publicatie, bedoeld in het tweede lid, schrifturen en bewijsstukken, die zij voor de behandeling van het bezwaarschrift dienstig achten, bij het bestuursorgaan in te dienen.
4.
Bij overschrijding van de termijn, bedoeld in het derde lid, worden de schrifturen en bewijsstukken niet in behandeling genomen. Artikel 56, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 62
Het bestuursorgaan stelt het bezwaarschrift en in voorkomend geval de schrifturen en bewijsstukken, bedoeld in artikel 61, derde lid, voor commentaar in handen van de afdeling of dienst van het betrokken overheidslichaam die de bestreden beschikking voorbereid heeft. Het bestuursorgaan stelt daarbij een termijn van maximaal dertig dagen.
1.
Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift, de eventuele schrifturen en bewijsstukken, bedoeld in artikel 61, derde lid, en het commentaar, bedoeld in artikel 62, binnen veertien dagen na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 62, gedurende veertien dagen voor de bezwaarde en andere partijen ter inzage op een door het bestuursorgaan te bepalen toegankelijke plaats. Hiervan doet het bestuursorgaan te voren aan de bezwaarde en andere partijen schriftelijk mededeling. Artikel 32 is van overeenkomstige toepassing.
2.
De bezwaarde en andere partijen kunnen van de ter inzage liggende stukken eenmaal kosteloos kopieën verkrijgen van het bestuursorgaan.
1.
Het bestuursorgaan nodigt de bezwaarde en andere partijen binnen veertien dagen na afloop van de inzagetermijn, bedoeld in artikel 63, eerste lid, uit voor een hoorzitting waar zij zich in persoon of bij gemachtigde kunnen doen horen. Zij worden in elkaars aanwezigheid gehoord.
2.
Gemachtigden, niet zijnde advocaten, zijn om te kunnen worden gehoord voorzien van een schriftelijke machtiging, tenzij zij verschijnen in gezelschap van degene die zij vertegenwoordigen.
3.
Tijdens de hoorzitting is voor het verstrekken van inlichtingen tenminste één vertegenwoordiger van de afdeling of dienst van het betrokken overheidslichaam die de bestreden beschikking heeft voorbereid, aanwezig.
4.
Tijdens de hoorzitting kunnen de bezwaarde, de andere partijen, hun gemachtigden en de vertegenwoordiger, bedoeld in het derde lid, het woord voeren en vragen beantwoorden.
5.
Tijdens de hoorzitting worden geen nieuwe stukken overgelegd, indien de andere partijen of hun gemachtigden daartegen bezwaar maken.
6.
Het bestuursorgaan kan om gewichtige redenen besluiten dat de hoorzitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren wordt gehouden.
1.
Het bestuursorgaan is bevoegd voorafgaand aan of tijdens de hoorzitting, hetzij ambtshalve hetzij op verzoek van de bezwaarde, de andere partijen of hun gemachtigden, getuigen, deskundigen en tolken voor de hoorzitting uit te nodigen. Indien noodzakelijk, wordt binnen een termijn van veertien dagen een nieuwe hoorzitting belegd.
2.
Getuigen, deskundigen en tolken, ambtshalve door het bestuursorgaan uitgenodigd, kunnen op verzoek een vergoeding ten laste van het betrokken overheidslichaam ontvangen. Het Besluit tarieven in burgerlijke zaken BES is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 66
Het verslag van de hoorzitting wordt ter kennisneming gezonden aan de bezwaarde, de andere partijen of hun gemachtigden, alsmede, indien van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 65, eerste lid, gebruik is gemaakt, de getuigen, deskundigen en tolken.
Artikel 67
Van het houden van een hoorzitting kan worden afgezien, indien:
a. het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;
b. het bezwaarschrift kennelijk ongegrond is;
c. de bezwaarde en de andere partijen schriftelijk hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om te worden gehoord; of
d. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en de andere partijen daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.
1.
Het bestuursorgaan grondt de beschikking in heroverweging op het bezwaarschrift, in voorkomend geval op de stukken, bedoeld in artikel 61, derde lid, het commentaar, bedoeld in artikel 62, en hetgeen blijkens het verslag tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht.
2.
De beschikking bevat de gronden waarop zij berust, en neemt de plaats in van de bestreden beschikking.
1.
Het bestuursorgaan beslist uiterlijk vier maanden na de datum van indiening van het bezwaarschrift. Deze termijn kan, onder kennisgeving aan de bezwaarde en de andere partijen, eenmaal met ten hoogste dertig dagen worden verlengd.
2.
Het bestuursorgaan zendt de beschikking onverwijld aan de bezwaarde en de andere partijen.
3.
Artikel 16, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Het bestuursorgaan is bevoegd de behandeling van bezwaarschriften, waaronder begrepen het houden van de hoorzitting, bedoeld in artikel 64, op te dragen aan een adviescommissie. Die adviescommissie adviseert het bestuursorgaan omtrent de in heroverweging te nemen beschikking.
2.
Het bestuursorgaan kan, indien het zich verenigt met het advies van de adviescommissie, het advies met de gronden waarop het berust, tot zijn standpunt maken en opnemen in de beschikking.
3.
Indien het bestuursorgaan afwijkt van het advies van de adviescommissie, geeft het in zijn beschikking de redenen daarvoor aan.
4.
Indien het derde lid van toepassing is, zendt het bestuursorgaan het advies van de adviescommissie met de beschikking aan de bezwaarde en de andere partijen.
1.
Het bestuursorgaan wijst een oneven aantal en tenminste drie personen aan als lid van de adviescommissie. Het bestuursorgaan wijst uit hun midden een voorzitter aan.
2.
De leden van de adviescommissie mogen niet inhoudelijk betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de bestreden beschikking.
3.
De adviescommissie wordt terzijde gestaan door een door het bestuursorgaan aan te wijzen secretaris, afkomstig uit de afdeling of dienst van het betrokken overheidslichaam, die belast is met juridische aangelegenheden.
Artikel 72
Het bestuursorgaan stelt de adviescommissie voor het uitoefenen van haar taak de benodigde faciliteiten beschikbaar.
Artikel 73
De voorzitter van de adviescommissie oefent de bevoegdheden uit, bedoeld in de artikelen 59, 60, eerste lid, 61, 62, 63, 64, eerste en zesde lid, en 65, en regelt de orde van de hoorzitting, bedoeld in artikel 64. Hij wordt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden terzijde gestaan door de secretaris.
1.
De adviescommissie beraadslaagt aansluitend aan de hoorzitting in raadkamer over het aan het bestuursorgaan uit te brengen advies. Het advies wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris en met stukken, bedoeld in artikel 68, eerste lid, ter beslissing aangeboden aan het bestuursorgaan.
2.
Het bestuursorgaan is niet bevoegd nader advies te vragen inzake het advies van de adviescommissie.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het beroep
+ Hoofdstuk 3. De behandeling in eerste aanleg
- Hoofdstuk 4. Bestuurlijke heroverweging
+ Hoofdstuk 5. Het hoger beroep
+ Hoofdstuk 6. Bijzondere procedures
+ Hoofdstuk 7. Geheimhoudingsplicht
+ Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht