1.
Een bestuursorgaan dat gerede twijfel heeft over de juistheid van een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek gegeven over een verkenning, gebruiksrecht of constructie of het ontbreken van een dergelijk gegeven in de registratie ondergrond doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan Onze Minister.
2.
Een bestuursorgaan dat gerede twijfel heeft over de schematische weergave van de ondergrond op een bepaalde plaats binnen een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek model of over een authentiek gegeven over dat model, doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan Onze Minister. Voor zover de melding betrekking heeft op een authentiek model, kan het bestuursorgaan aan Onze Minister het verzoek doen om het authentiek model tussentijds te actualiseren, indien de noodzaak daartoe dringend aanwezig is.
3.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven over:
a. de gevallen waarin een melding als bedoeld in het eerste lid of tweede lid, eerste volzin, achterwege kan blijven, en
b. een beperking van de kring van bestuursorganen die verplicht zijn toepassing te geven aan het eerste of tweede lid.
Artikel 31 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Artikel 30, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de maker van de authentieke modellen.
1.
Eenieder die gerede twijfel heeft over de juistheid van een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek gegeven over een verkenning, gebruiksrecht of constructie of het ontbreken van een dergelijk gegeven in de registratie ondergrond, kan Onze Minister onder opgaaf van redenen verzoeken dat gegeven te wijzigen respectievelijk op te nemen in de registratie ondergrond.
2.
Eenieder die gerede twijfel heeft over de schematische weergave van de ondergrond op een bepaalde plaats binnen een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek model of over een authentiek gegeven over dat model, kan daarvan onder opgaaf van redenen melding doen aan Onze Minister.
1.
Na ontvangst van een melding als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderzoekt Onze Minister onmiddellijk het authentieke gegeven waarop de melding betrekking heeft.
2.
Onze Minister beslist op de melding binnen drie werkdagen na ontvangst van de melding, tenzij Onze Minister daarvoor nader onderzoek door de bronhouder van het desbetreffende authentieke gegeven noodzakelijk acht. In dat geval zendt Onze Minister een afschrift van de melding naar de bronhouder en plaatst hij bij het desbetreffende authentieke gegeven in de registratie ondergrond de aantekening «in onderzoek».
3.
Voor zover dat ingevolge het tweede lid noodzakelijk is, onderzoekt de bronhouder het authentieke gegeven. De bronhouder verstrekt de resultaten van het nader onderzoek zo spoedig mogelijk, maar niet later dan veertien weken na ontvangst van de melding, aan Onze Minister. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek door de bronhouder beslist Onze Minister zo spoedig mogelijk op de melding, maar niet later dan zestien weken na ontvangst van de melding.
4.
Onze Minister verwijdert, voor zover van toepassing, de aantekening «in onderzoek» bij het desbetreffende authentieke gegeven tegelijk met de verwerking van de wijziging dan wel opneming van dat gegeven in de registratie ondergrond, of, indien Onze Minister beslist niet tot wijziging of opneming van het desbetreffende authentieke gegeven over te gaan, tegelijk met die beslissing.
5.
Onze Minister maakt zijn beslissing omtrent de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven in de registratie ondergrond onmiddellijk bekend aan het bestuursorgaan dat de melding heeft gedaan.
Artikel 34 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Op een verzoek als bedoeld in artikel 32, eerste lid, is artikel 33 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat Onze Minister de beslissing op het verzoek, in afwijking van artikel 33, vijfde lid, bekend maakt aan de indiener van het verzoek. Indien de verzoeker belanghebbende is, is de beslissing op een zodanig verzoek een besluit.
Artikel 35 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Op de behandeling van een melding als bedoeld in de artikelen 30, tweede lid, 31, of 32, tweede lid, voor zover deze betrekking heeft op een authentiek gegeven over een authentiek model, is artikel 33 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat Onze Minister, in afwijking van artikel 33, tweede lid, tweede volzin, de melding registreert in het register inzake meldingen modellen en daarin het desbetreffende authentieke gegeven vermeldt alsmede de aantekening «in onderzoek» bij dat gegeven.
1.
Na ontvangst van een melding met betrekking tot een authentiek model als bedoeld in de artikelen 30, tweede lid, 31, of 32, tweede lid, registreert Onze Minister die melding binnen een werkdag in het register inzake meldingen modellen en plaatst hij in dat register bij het desbetreffende deel van het authentieke model de aantekening «in onderzoek». Onze Minister zendt binnen die termijn een afschrift van de melding naar de maker van de authentieke modellen, tenzij de melding van de maker van de authentieke modellen zelf afkomstig is.
2.
De maker van de authentieke modellen betrekt de melding, bedoeld in de artikelen 30, tweede lid, 31, of 32, tweede lid, bij de reguliere actualisering van het model, bedoeld in artikel 7, derde lid, tenzij bij een melding een verzoek is gedaan om het model tussentijds te actualiseren en artikel 37, derde lid, van toepassing is.
3.
Onze Minister verwijdert de aantekening «in onderzoek» uit het register inzake meldingen modellen tegelijk met de opneming van het geactualiseerde authentieke model in de registratie ondergrond. Indien de melding afkomstig is van een bestuursorgaan, bericht Onze Minister dat bestuursorgaan over de wijze waarop de maker van de authentieke modellen de melding bij de actualisering heeft betrokken.
1.
Indien bij de melding, bedoeld in artikel 30, tweede lid, of 31 een verzoek tot tussentijdse actualisering van het authentieke model is gedaan, verricht de maker van de authentieke modellen onmiddellijk nader onderzoek naar de melding.
2.
De maker van de authentieke modellen verstrekt de resultaten van het nader onderzoek, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk veertien weken na ontvangst van het verzoek tot tussentijdse actualisering aan Onze Minister. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek beslist Onze Minister zo spoedig mogelijk op het verzoek tot tussentijdse actualisering, maar niet later dan zestien weken na ontvangst van het verzoek.
3.
Indien Onze Minister beslist om aan het verzoek tot tussentijdse actualisering gevolg te geven, stelt hij de maker van de authentieke modellen daartoe een termijn.
4.
Onze Minister maakt zijn beslissing op het verzoek tot tussentijdse actualisering, bedoeld in het tweede lid, onmiddellijk bekend aan het bestuursorgaan dat of de maker van de authentieke modellen die de melding, bedoeld in artikel 30, tweede lid, of 31 heeft gedaan. De beslissing op een zodanig verzoek is een besluit.
1.
Indien tegen een besluit als bedoeld in artikel 34 bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, plaatst Onze Minister in de registratie ondergrond bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek».
2.
Zodra op het bezwaar of het beroep onherroepelijk is beslist, wijzigt Onze Minister indien nodig het authentieke gegeven of neemt dat gegeven op en verwijdert hij de aantekening «in onderzoek».
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het register brondocumenten ondergrond
+ Hoofdstuk 3. De registratie ondergrond
+ Hoofdstuk 4. Inzage, verstrekking en gebruik van gegevens
- Hoofdstuk 5. Wijziging van de in de registratie ondergrond opgenomen gegevens
+ Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht