1.
De in een tijdvak verschuldigd geworden belasting moet op aangifte worden voldaan.
2.
Bij toepassing van artikel 40, tweede lid, dient in afwijking in zoverre van artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de belasting uiterlijk op de dag na het in artikel 40, tweede lid, bedoelde tijdstip op aangifte te worden voldaan.
3.
In afwijking van het tweede lid kan de inspecteur, bij toepassing van artikel 33, tweede lid, op verzoek toestemming verlenen om de verschuldigd geworden belasting in een door hem te bepalen tijdvak uiterlijk binnen één maand na het einde van dat tijdvak op aangifte te voldoen. Het door de inspecteur te bepalen tijdvak bedraagt maximaal één kwartaal.
4.
Indien de berekening van de verschuldigde belasting leidt tot een negatief bedrag verleent de inspecteur op verzoek van de belastingplichtige teruggaaf van dit bedrag. Het verzoek om teruggaaf geschiedt bij de aangifte over het tijdvak waarover de belasting berekend is.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
+ Hoofdstuk II
+ Hoofdstuk III. Belasting op leidingwater
+ Hoofdstuk IV. Afvalstoffenbelasting
+ Hoofdstuk V. Kolenbelasting
+ Hoofdstuk VI. Energiebelasting
+ Hoofdstuk VII
+ Hoofdstuk VIII
- Hoofdstuk IX. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk X. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht