1.
Indien Onze Minister overeenkomstig artikel 8 heeft vastgesteld dat een wrak een gevaar vormt, draagt de geregistreerde eigenaar er zorg voor dat:
a. het wrak wordt opgeruimd en
b. aan Onze Minister een bewijs wordt overgelegd van verzekering of andere financiële zekerheid als vereist op grond van artikel 12 van het Verdrag, tenzij een andere belanghebbende een zodanig bewijs heeft overgelegd.
2.
De geregistreerde eigenaar kan ter voldoening aan het eerste lid, onderdeel a, een overeenkomst sluiten met een hulpverlener of andere persoon teneinde het wrak te doen opruimen.
3.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een wrak van een Nederlands schip dat zich bevindt in een deel van het Verdragsgebied dat onder buitenlandse jurisdictie staat, ingeval de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 6 van het Verdrag heeft vastgesteld dat een wrak een gevaar vormt.
Artikel 10
Indien Onze Minister overeenkomstig artikel 6 van het Verdrag heeft vastgesteld dat een wrak een gevaar vormt:
a. stelt hij in een beschikking een redelijke termijn binnen welke de geregistreerde eigenaar het wrak moet opruimen, rekening houdend met de aard van het vastgestelde gevaar;
b. vermeldt hij bij de bekendmaking van de beschikking met de door hem gestelde termijn dat hij het wrak overeenkomstig artikel 13 en artikel 8:656 van het Burgerlijk Wetboek voor rekening van de geregistreerde eigenaar kan doen opruimen indien de geregistreerde eigenaar verzuimt het wrak binnen die termijn op te ruimen en
c. stelt hij de geregistreerde eigenaar schriftelijk ervan in kennis dat hij voornemens is onmiddellijk op te treden indien het gevaar bijzonder groot wordt.
Artikel 11
Alvorens het opruimen aanvangt, kan Onze Minister in een tot de geregistreerde eigenaar gerichte beschikking voorschriften vastleggen voor dit opruimen, uitsluitend voor zover dat nodig is om te waarborgen dat het opruimen geschiedt in overeenstemming met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.
Artikel 12
Wanneer het opruimen door de geregistreerde eigenaar is aangevangen, kan Onze Minister besluiten tot optreden bij het opruimen voor zover dat nodig is om te waarborgen dat dit doeltreffend geschiedt, in overeenstemming met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.
1.
Indien de geregistreerde eigenaar verzuimt het wrak binnen de ingevolge artikel 10, onder a, vastgestelde termijn op te ruimen, of indien geen contact kan worden gelegd met de geregistreerde eigenaar, kan Onze Minister het wrak langs de naar zijn oordeel meest praktische en snelle weg doen opruimen, in overeenstemming met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.
2.
Voorts kan Onze Minister in omstandigheden waarin onmiddellijk optreden vereist is en hij de staat waar het schip geregistreerd is en de geregistreerde eigenaar daarvan in kennis heeft gesteld, het wrak langs de naar zijn oordeel meest praktische en snelle weg doen opruimen, in overeenstemming met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk 2. Wrakken
+ Hoofdstuk 3. Schepen in Noordzeegebieden
+ Hoofdstuk 4. Organisatorische bepalingen, toelatingsplicht
+ Hoofdstuk 5. Vergoeding van kosten
+ Hoofdstuk 6. Verplichte verzekering of andere financiële zekerheid
+ Hoofdstuk 7. Verdere bepalingen
+ Hoofdstuk 8. Wijzigings- en intrekkingsbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht