Wet van 16 januari 2003 tot wijziging van de Provinciewet en enige andere wetten tot dualisering van de inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het provinciebestuur (Wet dualisering provinciebestuur)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het provinciebestuur te dualiseren;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Provinciewet.]
Artikel II
[Wijzigt de Ambtenarenwet.]
1.
In afwijking van artikel F 1, eerste lid, van de Kieswet vindt in 2003 de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van provinciale staten plaats op maandag 27 januari.
2.
In afwijking van artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet treden de leden van provinciale staten in 2003 af met ingang van donderdag 20 maart.
Artikel IV
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel V
[Wijzigt de Gemeentewet.]
Artikel VI
Vervallen
1.
De in artikel I, onderdelen BBBB en CCCC, bedoelde verordeningen worden vastgesteld vóór de vaststelling van de begroting over het jaar 2004, doch uiterlijk op 15 november 2003.
2.
De in artikel I, onderdelen L en DDDD, bedoelde verordeningen, de in artikel I, onderdelen F, R en EE, bedoelde gedragscodes en de in artikel I, onderdelen GGG en III, bedoelde regels worden vastgesteld binnen een jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze wet.
3.
Provinciale staten kunnen besluiten de termijn, bedoeld in het tweede lid, voor de vaststelling van de in artikel I, onderdeel DDDD, bedoelde verordening en de in artikel I, onderdelen F, R en EE, bedoelde gedragscodes met ten hoogste een jaar te verlengen.
Artikel VIII
De in artikel I, onderdeel JJ, bedoelde rekenkamer wordt ingesteld, onderscheidenlijk regels betreffende uitoefening van de rekenkamerfunctie worden vastgesteld, vóór 1 januari 2005.
1.
De in artikel I, onderdeel SS, bedoelde griffier wordt benoemd binnen een jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze wet.
2.
Tot de datum waarop de griffier wordt benoemd, staat de secretaris provinciale staten en de door hen ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde en blijft de door provinciale staten vastgestelde instructie op de secretaris van toepassing.
1.
De in artikel I, onderdeel CCCC, bedoelde accountantsverklaring en het in dit onderdeel bedoelde verslag van bevindingen voldoen met ingang van het jaar 2004 aan de in of krachtens dit onderdeel gestelde eisen.
2.
Tot en met de jaarrekening over het jaar 2003 blijven de artikelen 202 tot en met 206 van de Provinciewet, zoals die luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet, van toepassing op de vaststelling van de jaarrekening.
1.
De ambtenaar die op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet werkzaam is op basis van een aanstelling door provinciale staten, wordt met ingang van deze datum geacht te zijn aangesteld door gedeputeerde staten.
2.
De door provinciale staten op grond van de artikelen 125, 125c en 134 van de Ambtenarenwet vastgestelde voorschriften die op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet gelden worden met ingang van deze datum geacht te zijn vastgesteld door gedeputeerde staten.
3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de ambtenaar die door provinciale staten voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet is benoemd om hen met ingang van deze datum als griffier te ondersteunen dan wel om met ingang van deze datum op de griffie werkzaam te zijn.
Artikel XII
Commissies die zijn ingesteld op grond van artikel 80 van de Provinciewet zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkintreding van artikel I van deze wet en waaraan voor deze datum bevoegdheden zijn overgedragen, kunnen deze bevoegdheden tot uiterlijk twee jaar na deze datum blijven uitoefenen of, bij eerdere opheffing van de commissie, tot de datum van opheffing, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk V van de Provinciewet zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding.
Artikel XIII
Commissies als bedoeld in artikel 82 van de Provinciewet, zoals dat luidt met ingang van de inwerkingtreding van artikel I van deze wet, voldoen uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze wet aan de in artikel 82 van de Provinciewet gestelde eisen.
Artikel XIV
Artikel 89 van de Provinciewet zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet blijft van toepassing op vaste commissies van advies aan gedeputeerde staten of aan de commissaris van de Koning die zijn ingesteld voor deze datum, tot de dag van eerste samenkomst van de bij de periodieke verkiezing van 2003 gekozen leden van provinciale staten.
Artikel XVI
Op besluiten van provinciale staten die zijn genomen op grond van artikel 151 van de Provinciewet, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven de artikelen 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 26 van de Tijdelijke referendumwet, zoals deze artikelen luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet, van toepassing.
Artikel XVIA
[Wijzigt deze wet.]
Artikel XVII
Onze Minister zendt voor 1 januari 2006 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel XVIII
Vervallen.
1.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
2.
Indien het Staatsblad waarin het koninklijk besluit tot inwerkingtreding wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 november 2002, wordt in dit koninklijk besluit bepaald dat artikel III in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het koninklijk besluit wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 december 2002.
Artikel XX
Deze wet wordt aangehaald als: Wet dualisering provinciebestuur.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 16 januari 2003
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Uitgegeven de zeventiende januari 2003
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Artikel XII
Artikel XIII
Artikel XIV
Artikel XV
Artikel XVI
Artikel XVIA
Artikel XVII
Artikel XVIII
Artikel XIX
Artikel XX
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken