Wet van 3 februari 2005 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met een regeling over de behandeling van klachten over bestuursorganen door een ombudsman, alsmede daarmee samenhangende wijziging van de Wet Nationale ombudsman, de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wet extern klachtrecht)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het, gelet op de artikelen 78a, derde lid, en 107, tweede lid, van de Grondwet wenselijk is de Algemene wet bestuursrecht aan te vullen met bepalingen inzake de behandeling van klachten door een ombudsman, alsmede dat het wenselijk is te voorzien in een landelijk dekkend stelsel van externe klachtvoorzieningen en in verband daarmee wijzigingen aan te brengen in de Wet Nationale ombudsman, de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet Nationale ombudsman.]
Artikel III
[Wijzigt de Gemeentewet.]
Artikel IV
[Wijzigt de Provinciewet.]
Artikel V
[Wijzigt de Waterschapswet.]
Artikel VI
[Wijzigt de Wet gemeenschappelijke regelingen.]
Artikel VIa
[Wijzigt de Wet algmene regels herindeling.]
Artikel VIb
[Wijzigt de Wet aanvulling Algemene wet bestuursrecht met een regeling over de behandeling van klachten door bestuursorganen.]
Artikel VIc
[Wijzigt de Kaderwet dienstplicht.]
Artikel VId
[Wijzigt de Luchtvaartwet.]
Artikel VIe
[Wijzigt de Militaire Ambtenarenwet 1931.]
Artikel VIf
[Wijzigt de Pensioen- en spaarfondsenwet.]
Artikel VIg
[Wijzigt de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling.]
Artikel VIh
[Wijzigt de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.]
Artikel VIi
[Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.]
Artikel VIj
[Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht.]
Artikel VIk
[Wijzigt de Wet organisatie en bestuur gerechten.]
Artikel VIl
[Wijzigt de Wet toezicht beleggingsinstellingen.]
Artikel VIm
[Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995.]
Artikel VIn
[Wijzigt de Wet toezicht kredietwezen 1992.]
Artikel VIo
[Wijzigt de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf.]
Artikel VIp
[Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.]
Artikel VIq
[Wijzigt de Politiewet 1993.]
Artikel VIr
[Wijzigt de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek.]
Artikel VIs
[Wijzigt de Wet op de jeugdzorg.]
Artikel VII
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel VIII
Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie zenden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
1.
Op verzoekschriften die bij de Nationale ombudsman zijn ingediend voor de inwerkingtreding van de artikelen I en II van deze wet, zijn de bepalingen van de Wet Nationale ombudsman van toepassing, zoals deze voor dat tijdstip luidden.
2.
Ten aanzien van bestuursorganen van provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen waarop tot de inwerkingtreding van artikel II van deze wet, de Wet Nationale ombudsman niet van toepassing was, stelt de Nationale ombudsman geen onderzoek in voorzover het gaat om gedragingen die plaats vonden voordat artikel II van deze wet in werking was getreden.
Artikel X
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel XI
Deze wet wordt aangehaald als: Wet extern klachtrecht.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 3 februari 2005
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ,
De Minister van Justitie ,
Uitgegeven de tweeëntwintigste februari 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VIa
Artikel VIb
Artikel VIc
Artikel VId
Artikel VIe
Artikel VIf
Artikel VIg
Artikel VIh
Artikel VIi
Artikel VIj
Artikel VIk
Artikel VIl
Artikel VIm
Artikel VIn
Artikel VIo
Artikel VIp
Artikel VIq
Artikel VIr
Artikel VIs
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht