1.
De werkgever past een korting toe op het totaal van de door hem op grond van de afdelingen 2, 3 en 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer die:
a. onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of de Participatiewet ;
b. op of na 1 januari 2014 bij die werkgever in dienst is getreden maar vóór 1 januari 2016;
c. op het moment van in dienst treden bij die werkgever 18 jaar of ouder is maar nog niet de leeftijd heeft bereikt van 27 jaar, en
d. een dienstbetrekking heeft met een overeengekomen duur van minimaal zes maanden en met een arbeidsduur van ten minste 32 uren per week en bij een dienstbetrekking die is aangevangen op of na 1 juli 2015, een arbeidsduur van ten minste 24 uren per week.
2.
De korting wordt toegepast voor zolang de dienstbetrekking met de werknemer, bedoeld in het eerste lid, duurt met dien verstande:
a. dat voor dienstbetrekkingen die zijn aangevangen op of na 1 januari 2014 maar vóór 1 juli 2014 de korting kan worden toegepast voor de duur van de dienstbetrekking maar ten hoogste gedurende twee jaar vanaf 1 juli 2014;
b. dat voor dienstbetrekkingen die zijn aangevangen op of na 1 juli 2014 maar vóór 1 januari 2016 de korting kan worden toegepast voor de duur van de diensbetrekking maar ten hoogste gedurende twee jaar vanaf de aanvang van die dienstbetrekking;
c. dat de korting niet langer wordt toegepast dan tot en met het aangiftetijdvak dat eindigt op 31 december 2017.
3.
De korting wordt niet meer toegepast zodra niet meer wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel d.
4.
Alvorens de korting, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast beschikt de werkgever over:
a. de schriftelijke arbeidsovereenkomst met of de schriftelijke publiekrechtelijke aanstelling van de werknemer waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel d;
b. een verklaring van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het college van burgemeester en wethouders dat de werknemer, bedoeld in het eerste lid, voorafgaande aan de datum van aanvang van de dienstbetrekking recht had op een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
5.
De werkgever bewaart de arbeidsovereenkomst of de publiekrechtelijke aanstelling en de verklaring, bedoeld in het vierde lid, bij de loonadministratie.
6.
Artikel 50a is van overeenkomstige toepassing.
7.
Dit artikel is niet van toepassing, indien de werkgever in verband met de dienstbetrekking met die werknemer een loonkostensubsidie ontvangt als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet. In dat geval bewaart de werkgever bij de loonadministratie de beschikking van het college van burgemeester en wethouders tot verlening van de loonkostensubsidie.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. De financiering van de volksverzekeringen
- Hoofdstuk 3. De financiering van de werknemersverzekeringen en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
+ Hoofdstuk 4. De heffing en invordering van premies
+ Hoofdstuk 5. Gemoedsbezwaarden
+ Hoofdstuk 6. De financiering van de vrijwillige sociale verzekeringen
+ Hoofdstuk 7. De fondsen
+ Hoofdstuk 7a. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht