Wet van 9 september 1998 tot gemeentelijke herindeling in de Bommelerwaard
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de gemeentelijke indeling in de Bommelerwaard te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Met ingang van de datum van herindeling worden de gemeenten Ammerzoden, Brakel, Hedel, Heerewaarden, Kerkwijk, Maasdriel, Rossum en Zaltbommel opgeheven.
Artikel 2
Met ingang van de datum van herindeling worden de nieuwe gemeenten Zaltbommel en Maasdriel ingesteld zoals aangegeven op de bij de wet behorende kaart.
Artikel 3
De nieuwe gemeente Zaltbommel bestaat uit het grondgebied van de op te heffen gemeenten Brakel, Kerkwijk en Zaltbommel en de nieuwe gemeente Maasdriel bestaat uit het grondgebied van de op te heffen gemeenten Ammerzoden, Hedel, Heerewaarden, Maasdriel en Rossum, met dien verstande dat de grenzen van de nieuwe gemeenten komen te lopen zoals aangegeven op de bij de wet behorende kaart.
Artikel 4
Voor de nieuwe gemeenten Zaltbommel respectievelijk Maasdriel worden de op te heffen gemeenten Zaltbommel respectievelijk Maasdriel aangewezen voor de toepassing van artikel 36 van de Wet algemene regels herindeling , in verband met de toepassing van de instructies en reglementen, bedoeld in dat artikel.
Artikel 5
Voor de op te heffen gemeenten Brakel, Kerkwijk en Zaltbommel, respectievelijk Ammerzoden, Hedel, Heerewaarden, Maasdriel en Rossum worden de nieuwe gemeenten Zaltbommel respectievelijk Maasdriel aangewezen voor de toepassing van de volgende bepalingen van de Wet algemene regels herindeling :
a. artikel 39, tweede lid , in verband met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen;
b. de artikelen 44, eerste lid , en 45, tweede lid, in verband met de overgang van rechten en verplichtingen;
c. artikel 48, tweede lid, in verband met de uitkeringen bedoeld in dat artikel;
d. artikel 59, eerste lid , in verband met de overgang van ambtenaren;
e. artikel 70, eerste lid , in verband met de overgang van archiefbescheiden;
f. artikel 71, derde lid , in verband met de overgang van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
1.
Artikel 41, eerste lid, van de Wet algemene regels herindeling is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gemeenschappelijke regelingen waaraan uitsluitend wordt deelgenomen door gemeenten waarvan het gebied grotendeels tot een en dezelfde gemeente komt te behoren.
2.
Voor de op te heffen gemeenten Brakel, Kerkwijk en Zaltbommel, respectievelijk Ammerzoden, Hedel, Heerewaarden, Maasdriel en Rossum worden de nieuwe gemeenten Zaltbommel respectievelijk Maasdriel aangewezen voor de toepassing van artikel 41, derde lid, van de Wet algemene regels herindeling in verband met de deelneming aan gemeenschappelijke regelingen.
1.
Voor de nieuwe gemeenten Zaltbommel en Maasdriel worden tussentijdse raadsverkiezingen gehouden als bedoeld in artikel 52, tweede lid, onderdeel a, van de Wet algemene regels herindeling .
2.
Met de voorbereiding van de tussentijdse raadsverkiezingen voor de nieuwe gemeenten Zaltbommel respectievelijk Maasdriel worden de op te heffen gemeenten Zaltbommel respectievelijk Maasdriel belast.
Artikel 8
[Wijzigt de Kieswet.]
Artikel 9
[Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.]
Artikel 10
[Wijzigt de Politiewet 1993.]
1.
De gemeenteraden van de in artikel 2 genoemde gemeenten nemen in de verordening onroerende-zaakbelastingen ter zake van de kalenderjaren 1999 en 2000 voor de onderscheidene toegevoegde gebieden dezelfde waardepeildata op als voor deze gebieden zijn gehanteerd bij de vaststelling van de waarden van de onroerende zaken, bedoeld in hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, voor het tijdvak dat aanvangt op 1 januari 1997.
2.
Artikel 41, tweede tot en met zevende lid, van de Wet waardering onroerende zaken, is met betrekking tot de kalenderjaren, genoemd in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 9 september 1998
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Uitgegeven de tiende september 1998
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. Opheffing en instelling van gemeenten
+ Paragraaf 2. Overige bepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht