1.
De tewerkgestelde, die opzettelijk ongeoorloofd afwezig is, wordt gestraft:
a. met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie, indien die afwezigheid langer dan vier dagen duurt;
b. met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie, indien die afwezigheid langer dan dertig dagen duurt dan wel de schuldige zich heeft verwijderd met het oogmerk zich voorgoed aan zijn dienstverplichtingen te onttrekken.
2.
Onder afwezig zijn wordt verstaan het afwezig zijn van die plaats of plaatsen waar de tewerkgestelde zich ter vervulling van de op hem rustende dienstverplichtingen behoort te bevinden; onder zich verwijderen wordt mede begrepen het zich schuil houden, afwezig blijven of achterblijven van die plaats of plaatsen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk II. Erkenning van bezwaren als ernstige gewetensbezwaren
+ Hoofdstuk III. Gevolgen van de erkenning
+ Hoofdstuk IV. Vervangende dienst
+ Hoofdstuk V. Tuchtrechtelijke bepalingen
- Hoofdstuk VI. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken