Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en diverse andere wetten in verband met de vermindering van het aantal arrondissementen en ressorten (Wet herziening gerechtelijke kaart)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter verbetering van de slagvaardigheid van de rechterlijke organisatie wenselijk is het aantal arrondissementen en ressorten te verminderen alsmede in verband daarmee enkele wijzigingen aan te brengen in de bestuurlijke organisatie van gerechten en de inrichting van het openbaar ministerie en met het oog daarop de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en diverse andere wetten te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.]
Artikel III
[Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.]
Artikel IV
[Wijzigt de Beroepswet.]
Artikel V
[Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.]
Artikel VI
[Wijzigt de Advocatenwet.]
Artikel VII
[Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderswet.]
Artikel VIII
[Wijzigt de Wet op het notarisambt.]
Artikel IX
[Wijzigt de Wet op de rechtsbijstand.]
Artikel X
[Wijzigt de Algemene douanewet.]
Artikel XI
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel XII
[Wijzigt de Auteurswet.]
Artikel XIII
[Wijzigt de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.]
Artikel XIV
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek.]
Artikel XV
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek BES Boek 1.]
Artikel XVI
[Wijzigt de Faillissementswet.]
Artikel XVII
[Wijzigt de Gemeentewet.]
Artikel XVIIa
[Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet.]
Artikel XVIII
[Wijzigt de Loodsenwet.]
Artikel XIX
[Wijzigt de Mededingingswet.]
Artikel XX
[Wijzigt de Onteigeningswet.]
Artikel XXI
[Wijzigt de Overleveringswet.]
Artikel XXII
[Wijzigt de Pensioenwet.]
Artikel XXIII
[Wijzigt de Tabakswet.]
Artikel XXIV
[Wijzigt de Uitleveringswet.]
Artikel XXV
[Wijzigt de Uitvoeringswet Bewijsverdrag.]
Artikel XXVI
[Wijzigt de Uitvoeringswet E.G.-verordening inzake het Gemeenschapsmerk.]
Artikel XXVII
[Wijzigt de Uitvoeringswet EG-bewijsverordening.]
Artikel XXVIII
[Wijzigt de Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen.]
Artikel XXIX
[Wijzigt de Uitvoeringswet grondkamers.]
Artikel XXX
[Wijzigt de Uitvoeringswet internationale kinderbescherming.]
Artikel XXXI
[Wijzigt de Uitvoeringswet Speciaal Tribunaal voor Libanon.]
Artikel XXXII
[Wijzigt de Uitvoeringswet verordening Europese coöperatieve vennootschap.]
Artikel XXXIII
[Wijzigt de Uitvoeringswet verordening Europese vennootschap.]
Artikel XXXIIIa
[Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000.]
Artikel XXXIV
[Wijzigt de Wet aansprakelijkheid kernongevallen.]
Artikel XXXV
[Wijzigt de Wet aansprakelijkheid olietankschepen.]
Artikel XXXVI
[Wijzigt de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.]
Artikel XXXVII
[Wijzigt de Wet agrarisch grondverkeer.]
Artikel XXXVIII
[Wijzigt de Wet arbeid mijnbouw Noordzee.]
Artikel XXXIX
[Wijzigt de Wet beëdigde tolken en vertalers.]
Artikel XL
[Wijzigt de Wet bescherming oorspronkelijke topografieën en halfgeleiderprodukten.]
Artikel XLI
[Wijzigt de Wet bescherming staatsgeheimen.]
Artikel XLII
[Wijzigt de Wet bestrijding ongevallen Noordzee.]
Artikel XLIII
[Wijzigt de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.]
Artikel XLIV
[Wijzigt de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag.]
Artikel XLIVb
[Wijzigt de Wet College voor de rechten van de mens.]
Artikel XLV
[Wijzigt de Wet conflictenrecht corporaties.]
Artikel XLVI
[Wijzigt de Wet conflictenrecht namen.]
Artikel XLVII
[Wijzigt de Wet dieren.]
Artikel XLVIII
[Wijzigt de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.]
Artikel XLIX
[Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.]
Artikel L
[Wijzigt de Wet Friese taal in het rechtsverkeer.]
Artikel LI
[Wijzigt de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.]
Artikel LII
[Wijzigt de Wet gewetensbezwaren militaire dienst.]
Artikel LIII
[Wijzigt de Wet griffierechten in burgerlijke zaken.]
Artikel LIV
[Wijzigt de Wet inrichting landelijk gebied.]
Artikel LV
[Wijzigt de Wet internationale misdrijven.]
Artikel LVI
[Wijzigt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.]
Artikel LVII
[Wijzigt de Wet luchtvaart.]
Artikel LVIII
[Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg.]
Artikel LIX
[Wijzigt de Wet medezeggenschap op scholen.]
Artikel LX
[Wijzigt de Wet oorlogsstrafrecht.]
Artikel LXI
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
Artikel LXII
[Wijzigt de Wet op de Europese ondernemingsraden.]
Artikel LXIII
[Wijzigt de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.]
Artikel LXIV
[Wijzigt de Wet op de naburige rechten.]
Artikel LXV
[Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.]
Artikel LXVI
[Wijzigt de Wet op de parlementaire enquête 2008.]
Artikel LXVII
[Wijzigt de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990.]
Artikel LXVIII
[Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.]
Artikel LXIX
[Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.]
Artikel LXX
[Wijzigt de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen.]
Artikel LXXI
[Wijzigt de Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven.]
Artikel LXXII
[Wijzigt de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen.]
Artikel LXXIII
[Wijzigt de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.]
Artikel LXXIV
[Wijzigt de Wet schadefonds olietankschepen.]
Artikel LXXV
[Wijzigt de Wet tarieven in strafzaken.]
Artikel LXXVI
[Wijzigt de Wet tot behoud van cultuurbezit.]
Artikel LXXVII
[Wijzigt de Wet tot uitvoering van de Verordening No. 11 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap.]
Artikel LXXVIII
[Wijzigt de Wet tuchtrechtspraak accountants.]
Artikel LXXIX
[Wijzigt de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.]
Artikel LXXX
[Wijzigt de Wet uitvoering Internationaal Energieprogramma.]
Artikel LXXXI
[Wijzigt de Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905.]
Artikel LXXXII
[Wijzigt de Wet uitvoering rechtsvorderingsverdrag Groot-Brittannië.]
Artikel LXXXIII
[Wijzigt de Wet regelen nopens beheer schuldregisters voor geldleningen ten laste van het rijk.]
Artikel LXXXIV
[Wijzigt de Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954.]
Artikel LXXXV
[Wijzigt de Uitvoeringswet Verdrag Nederland-Duitsland ter verdere vereenvoudiging van het rechtsverkeer i.v.m. Rechtsvorderingsverdrag 1954.]
Artikel LXXXVI
[Wijzigt de Uitvoeringswet Verdrag Nederland-Oostenrijk tot vereenvoudiging van het rechtsverkeer in verband met het Rechtsvorderingsverdrag 1954.]
Artikel LXXXVII
[Wijzigt de Uitvoeringswet Betekeningsverdrag 1965.]
Artikel LXXXVIII
[Wijzigt de Wet houdende aanwijzing van een rechter op grond van artikel 54 van het Verdrag van Washington van 18 maart 1965 inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten.]
Artikel LXXXIX
[Wijzigt de Uitvoeringswet Bewijsverdrag.]
Artikel XC
[Wijzigt de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering.]
Artikel XCI
[Wijzigt de Uitvoeringswet Verdrag inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen en Europese Overeenkomst inzake het doorzenden van verzoeken om rechtsbijstand.]
Artikel XCII
[Wijzigt de Wet tot instelling van het Internationaal Tribunaal voor vervolging van personen aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië 1991.]
Artikel XCIII
[Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.]
Artikel XCIV
[Wijzigt de Wet wederzijdse bijstand bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen.]
Artikel XCV
[Wijzigt de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties 2008.]
Artikel XCVI
[Wijzigt de Wet wegvervoer goederen.]
Artikel XCVII
[Wijzigt de Wet wettelijke aansprakelijkheid exploitanten nucleaire schepen.]
Artikel XCVIII
[Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.]
Artikel XCIX
[Wijzigt het Wetboek van Koophandel.]
Artikel C
[Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.]
Artikel CI
[Wijzigt de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005.]
1.
Zaken die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I aanhangig waren bij een hieronder in de linkerkolom genoemde rechtbank gaan van rechtswege over naar de daarbij in de rechterkolom genoemde rechtbank.
2.
Zaken die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I aanhangig waren bij de rechtbank te Zwolle-Lelystad, tot kennisneming waarvan de rechtbank Midden-Nederland onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland bevoegd is, gaan van rechtswege over naar de rechtbank Midden-Nederland onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland.
Artikel CIII. (Overgang lopende zaken naar nieuwe gerechtshoven)
Zaken die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I aanhangig waren bij een hieronder in de linkerkolom genoemd gerechtshof gaan van rechtswege over naar het daarbij in de rechterkolom genoemde gerechtshof.
Zaken aanhangig bij het gerechtshof te gaan van rechtswege over naar het gerechtshof
Arnhem Arnhem-Leeuwarden
Amsterdam Amsterdam
’s-Gravenhage Den Haag
’s-Hertogenbosch ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden Arnhem-Leeuwarden
1.
Voor de toepassing van bepalingen inzake de behandeling van geschillen terzake van beslissingen van een hieronder in de linkerkolom genoemd gerecht die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I zijn genomen, worden deze beslissingen aangemerkt als beslissingen van het daarbij in de rechterkolom genoemde gerecht.
2.
Voor de toepassing van bepalingen inzake de behandeling van geschillen terzake van beslissingen van de rechtbank te Zwolle-Lelystad die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I zijn genomen, tot kennisneming waarvan de rechtbank Midden-Nederland onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland bevoegd is, worden deze beslissingen aangemerkt als beslissingen van de rechtbank Midden-Nederland onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland.
1.
Dagvaardingen, verzoekschriften en andere processtukken in aanhangige of aanhangig te maken zaken, tot kennisneming waarvan op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I bevoegd was een hieronder in de linkerkolom genoemd gerecht, worden met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I aangemerkt als processtukken in zaken tot kennisneming waarvan bevoegd is het daarbij in de rechterkolom genoemde gerecht.
2.
Dagvaardingen, verzoekschriften en andere processtukken in aanhangige of aanhangig te maken zaken, tot kennisneming waarvan op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I bevoegd was de rechtbank te Zwolle-Lelystad, tot kennisneming waarvan met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I de rechtbank Midden-Nederland onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland bevoegd is, worden met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I aangemerkt als processtukken in zaken tot kennisneming waarvan de rechtbank Midden-Nederland onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland bevoegd is.
Artikel CV. (Overdracht archiefbescheiden)
Archiefbescheiden van een hieronder in de linkerkolom genoemd gerecht worden overgedragen aan het daarbij in de rechterkolom genoemde gerecht, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
Rechtbank te Alkmaar Rechtbank Noord-Holland
Rechtbank te Almelo Rechtbank Oost-Nederland
Rechtbank te Amsterdam Rechtbank Amsterdam
Rechtbank te Arnhem Rechtbank Oost-Nederland
Rechtbank te Assen Rechtbank Noord-Nederland
Rechtbank te Breda Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtbank te Dordrecht Rechtbank Rotterdam
Rechtbank te ’s-Gravenhage Rechtbank Den Haag
Rechtbank te Groningen Rechtbank Noord-Nederland
Rechtbank te Haarlem Rechtbank Noord-Holland
Rechtbank te ’s-Hertogenbosch Rechtbank Oost-Brabant
Rechtbank te Leeuwarden Rechtbank Noord-Nederland
Rechtbank te Maastricht Rechtbank Limburg
Rechtbank te Middelburg Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtbank te Roermond Rechtbank Limburg
Rechtbank te Rotterdam Rechtbank Rotterdam
Rechtbank te Utrecht Rechtbank Midden-Nederland
Rechtbank te Zutphen Rechtbank Oost-Nederland
Rechtbank te Zwolle-Lelystad Rechtbank Oost-Nederland
Gerechtshof te Amsterdam Gerechtshof Amsterdam
Gerechtshof te Arnhem Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Gerechtshof te ’s-Gravenhage Gerechtshof Den Haag
Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch Gerechtshof ’s-Hertogenbosch
Gerechtshof te Leeuwarden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Artikel CVI. (Overgangsrecht nevenlocaties)
Binnen het rechtsgebied van een gerecht gelegen nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen die bij of krachtens de Wet op de rechterlijke organisatie , zoals deze luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, waren aangewezen, worden, voor zover zij niet met ingang van die dag krachtens artikel 21b, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie bij algemene maatregel van bestuur als zittingsplaats zijn aangewezen, aangemerkt als zittingsplaatsen die krachtens artikel 21b, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie door de minister zijn aangewezen.
1.
Ten aanzien van degenen voor wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is vastgesteld dat zij het ambt van senior rechter A, senior rechter, rechter, rechter-plaatsvervanger, senior-gerechtsauditeur, gerechtsauditeur of rechterlijk ambtenaar in opleiding vervullen bij de rechtbank te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk de rechtbank te Almelo, Arnhem, of Zutphen, onderscheidenlijk de rechtbank te Utrecht, onderscheidenlijk de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de rechtbank te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de rechtbank te Maastricht of Roermond, wordt die vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij datzelfde ambt vervullen bij de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg. Ten aanzien van degenen voor wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is vastgesteld dat zij het ambt van senior rechter A, senior rechter, rechter, rechter-plaatsvervanger, senior-gerechtsauditeur, gerechtsauditeur of rechterlijk ambtenaar in opleiding vervullen bij de rechtbank te Zwolle-Lelystad, wordt die vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij datzelfde ambt vervullen bij de rechtbank Oost-Nederland onderscheidenlijk, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit de gemeente Lelystad, bij de rechtbank Midden-Nederland.
2.
Ten aanzien van de rechters-plaatsvervangers die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I hun ambt bij de rechtbank te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk de rechtbank te Almelo, Arnhem of Zutphen, onderscheidenlijk de rechtbank te Utrecht, onderscheidenlijk de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de rechtbank te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de rechtbank te Maastricht of Roermond, op basis van een aanwijzing vervullen, wordt de aanwijzing van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanwijzing bij de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg. Ten aanzien van de rechters-plaatsvervangers die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I hun ambt bij de rechtbank te Zwolle-Lelystad op basis van een aanwijzing vervullen, wordt de aanwijzing van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanwijzing bij de rechtbank Oost-Nederland onderscheidenlijk, indien zij hun ambt op die basis direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit de gemeente Lelystad, bij de rechtbank Midden-Nederland.
3.
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als coördinerend vice-president senior van de rechtbank te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk de rechtbank te Almelo, Arnhem, Zutphen of Zwolle-Lelystad, onderscheidenlijk de rechtbank te Utrecht, onderscheidenlijk de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de rechtbank te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de rechtbank te Maastricht of Roermond, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als coördinerend vice-president senior van de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg. Artikel XIV, tweede lid, onderdeel a, van de Wet organisatie en bestuur gerechten is van overeenkomstige toepassing. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
4.
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als deskundig lid onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van de pachtkamer van de rechtbank te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk de rechtbank te Almelo, Arnhem of Zutphen, onderscheidenlijk de rechtbank te Utrecht, onderscheidenlijk de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de rechtbank te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de rechtbank te Maastricht of Roermond, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als deskundig lid onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van de pachtkamer van de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg. Zij worden als zodanig niet beëdigd. De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als deskundig lid onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van de pachtkamer van de rechtbank te Zwolle-Lelystad worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als deskundig lid onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van de pachtkamer van de rechtbank Oost-Nederland onderscheidenlijk, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit de gemeente Lelystad, van de rechtbank Midden-Nederland.
5.
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel Izijn benoemd als militair lid van een kamer van de rechtbank te ’s-Gravenhage, bedoeld in artikel 54, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, onderscheidenlijk militair lid van een militaire kamer van de rechtbank te Arnhem, onderscheidenlijk deskundig lid van een kamer voor kwekersrecht van de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van een kamer voor kwekersrecht van de rechtbank te ’s-Gravenhage, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als militair lid van een kamer van de rechtbank Den Haag, bedoeld in artikel 54, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, onderscheidenlijk militair lid van een militaire kamer van de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk deskundig lid van een kamer voor kwekersrecht van de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van een kamer voor kwekersrecht van de rechtbank Den Haag. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
6.
De tewerkstellingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met vijfde of achtste lid en niet zijnde de functie van directeur bedrijfsvoering, op basis van een aanstelling in vaste dienst werkzaam zijn bij de rechtbank te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk de rechtbank te Almelo, Arnhem of Zutphen, onderscheidenlijk de rechtbank te Utrecht, onderscheidenlijk de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de rechtbank te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de rechtbank te Maastricht of Roermond, worden van rechtswege gewijzigd in een tewerkstelling in dezelfde functie bij de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg. De tewerkstellingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met vijfde of achtste lid en niet zijnde de functie van directeur bedrijfsvoering, op basis van een aanstelling in vaste dienst werkzaam zijn bij de rechtbank te Zwolle-Lelystad, worden van rechtswege gewijzigd in een tewerkstelling in dezelfde functie bij de rechtbank Oost-Nederland onderscheidenlijk, indien voor hen direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I de gemeente Lelystad als standplaats is aangewezen, bij de rechtbank Midden-Nederland.
7.
Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I op basis van een aanstelling in tijdelijke dienst in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met vijfde of achtste lid en niet zijnde de functie van directeur bedrijfsvoering, werkzaam zijn bij de rechtbank te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk de rechtbank te Almelo, Arnhem of Zutphen, onderscheidenlijk de rechtbank te Utrecht, onderscheidenlijk de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de rechtbank te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de rechtbank te Maastricht of Roermond, wordt de aanstelling van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanstelling bij de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg. Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I op basis van een aanstelling in tijdelijke dienst in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met vijfde of achtste lid en niet zijnde de functie van directeur bedrijfsvoering, werkzaam zijn bij de rechtbank te Zwolle-Lelystad, wordt de aanstelling van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanstelling bij de rechtbank Oost-Nederland onderscheidenlijk, indien voor hen direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I de gemeente Lelystad als standplaats is aangewezen, bij de rechtbank Midden-Nederland.
8.
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als buitengriffier van de rechtbank te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk de rechtbank te Almelo, Arnhem, Zutphen of Zwolle-Lelystad, onderscheidenlijk de rechtbank te Utrecht, onderscheidenlijk de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de rechtbank te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de rechtbank te Maastricht of Roermond, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als buitengriffier van de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
1.
Ten aanzien van degenen voor wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is vastgesteld dat zij het ambt van senior raadsheer, raadsheer, raadsheer-plaatsvervanger, senior-gerechtsauditeur of gerechtsauditeur vervullen bij het gerechtshof te Arnhem of Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, wordt die vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij datzelfde ambt vervullen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
2.
Ten aanzien van de raadsheren-plaatsvervangers die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I hun ambt bij het gerechtshof te Arnhem of Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, op basis van een aanwijzing vervullen, wordt de aanwijzing van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanwijzing bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
3.
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als coördinerend vice-president senior van het gerechtshof te Arnhem of Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als coördinerend vice-president senior van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Artikel XIV, tweede lid, onderdeel a, van de Wet organisatie en bestuur gerechten is van overeenkomstige toepassing. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
4.
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als deskundig lid van de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk deskundig lid van de kamer van het gerechtshof te ’s-Gravenhage, bedoeld in artikel 66, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, onderscheidenlijk deskundig lid van de kamer van het gerechtshof te Arnhem, bedoeld in artikel 67, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, onderscheidenlijk militair lid van de militaire kamer van het gerechtshof te Arnhem, onderscheidenlijk deskundig lid van de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem, onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem, onderscheidenlijk deskundig lid van de kamer voor het kwekersrecht van het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van de kamer voor het kwekersrecht van het gerechtshof te ’s-Gravenhage, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als deskundig lid van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk deskundig lid van de kamer van het gerechtshof Den Haag, bedoeld in artikel 66, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, onderscheidenlijk deskundig lid van de kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bedoeld in artikel 67, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, onderscheidenlijk militair lid van de militaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk deskundig lid van de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk deskundig lid van de kamer voor het kwekersrecht van het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van de kamer voor het kwekersrecht van het gerechtshof Den Haag. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
5.
De tewerkstellingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met vierde of zevende lid en niet zijnde de functie van directeur bedrijfsvoering, op basis van een aanstelling in vaste dienst werkzaam zijn bij het gerechtshof te Arnhem of Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, worden van rechtswege gewijzigd in een tewerkstelling in dezelfde functie bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
6.
Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I op basis van een aanstelling in tijdelijke dienst in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met vierde of zevende lid en niet zijnde de functie van directeur bedrijfsvoering, werkzaam zijn bij het gerechtshof te Arnhem of Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, wordt de aanstelling van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanstelling bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
7.
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als buitengriffier van het gerechtshof te Arnhem of Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als buitengriffier van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
1.
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het achtste lid benoemd zijn als voorzitter van het bestuur van een gerechtshof, een rechtbank, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven, worden van rechtswege beëindigd. De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I benoemd zijn als ander lid van het bestuur van een gerechtshof, een rechtbank, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven worden van rechtswege beëindigd.
2.
Ten aanzien van de voorzitters van de gerechtsbesturen van wie op grond het eerste lid, eerste volzin, de benoeming wordt beëindigd en die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het achtste lid ten minste drie aaneengesloten jaren als zodanig zijn benoemd, is artikel 16, eerste lid, derde tot en met vijfde volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van de andere leden van de gerechtsbesturen, niet zijnde niet-rechterlijk lid, van wie op grond van het eerste lid, tweede volzin, de benoeming wordt beëindigd en die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I ten minste drie aaneengesloten jaren als zodanig zijn benoemd, is artikel 16, eerste lid, derde tot en met vijfde volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie van overeenkomstige toepassing.
3.
Degenen van wie op grond van het eerste lid de benoeming als niet-rechterlijk lid van een gerechtsbestuur wordt beëindigd, en die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I tevens in vaste dienst zijn aangesteld en werkzaam zijn bij het gerechtshof te Arnhem of Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de rechtbank te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk de rechtbank te Almelo, Arnhem, Zutphen of Zwolle-Lelystad, onderscheidenlijk de rechtbank te Utrecht, onderscheidenlijk de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de rechtbank te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de rechtbank te Maastricht of Roermond, worden tewerkgesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg.
4.
In afwijking van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatie, artikel 3 van de Beroepswet en artikel 4 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie hoort de Raad voor de rechtspraak, voorafgaand aan het opstellen van de aanbeveling voor een benoeming met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I van een lid van het bestuur van een rechtbank, een gerechtshof, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven, in plaats van het bestuur van het gerecht, een commissie bestaande uit ten minste drie personen, waaronder ten minste één rechterlijk ambtenaar en ten minste één gerechtsambtenaar, aan te wijzen door:
a. de besturen van de rechtbanken te Assen, Groningen en Leeuwarden, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van de rechtbank Noord-Nederland;
b. de besturen van de rechtbanken te Almelo, Arnhem, Zutphen en Zwolle-Lelystad, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland;
c. de besturen van de rechtbanken te Utrecht en Zwolle-Lelystad, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van de rechtbank Midden-Nederland;
d. het bestuur van de rechtbank te Amsterdam, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van de rechtbank Amsterdam;
e. de besturen van de rechtbanken te Alkmaar en Haarlem, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van de rechtbank Noord-Holland;
f. het bestuur van de rechtbank te ’s-Gravenhage, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van de rechtbank Den Haag;
g. de besturen van de rechtbanken te Dordrecht en Rotterdam, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van de rechtbank Rotterdam;
h. de besturen van de rechtbanken te Breda en Middelburg, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van de rechtbank Zeeland-West-Brabant;
i. het bestuur van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van de rechtbank Oost-Brabant;
j. de besturen van de rechtbanken te Maastricht en Roermond, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van de rechtbank Limburg;
k. de besturen van de gerechtshoven te Arnhem en Leeuwarden, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden;
l. het bestuur van het gerechtshof te ’s-Gravenhage, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van het gerechtshof Den Haag;
m. het bestuur van het gerechtshof te Amsterdam, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van het gerechtshof Amsterdam;
n. het bestuur van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch;
o. het bestuur van de Centrale Raad van Beroep, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van dat gerecht;
p. het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, in geval van benoeming van een lid van het bestuur van dat gerecht,
met dien verstande dat een bestuur van een gerecht alleen een persoon kan aanwijzen die op basis van een aanstelling bij dat gerecht werkzaam is.
5.
In afwijking van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatie, artikel 3 van de Beroepswet en artikel 4 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie stelt de commissie, bedoeld in het vierde lid, aanhef en onderdeel a tot en met p, in plaats van het bestuur van het gerecht, de Raad voor de rechtspraak op de hoogte van de zienswijze van de ondernemingsraden van de rechtbanken te Assen, Groningen en Leeuwarden, onderscheidenlijk de ondernemingsraden van de rechtbanken te Almelo, Arnhem, Zutphen en Zwolle-Lelystad, onderscheidenlijk de ondernemingsraden van de rechtbanken te Utrecht en Zwolle-Lelystad, onderscheidenlijk de ondernemingsraad van de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de ondernemingsraden van de rechtbanken te Alkmaar en Haarlem, onderscheidenlijk de ondernemingsraad van de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de ondernemingsraden van de rechtbanken te Dordrecht en Rotterdam, onderscheidenlijk de ondernemingsraden van de rechtbanken te Breda en Middelburg, onderscheidenlijk de ondernemingsraad van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de ondernemingsraden van de rechtbanken te Maastricht en Roermond, onderscheidenlijk de ondernemingsraden van de gerechtshoven te Arnhem en Leeuwarden, onderscheidenlijk de ondernemingsraad van het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de ondernemingsraad van het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk de ondernemingsraad van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de ondernemingsraad van de Centrale Raad van Beroep, onderscheidenlijk de ondernemingsraad van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
6.
In afwijking van artikel 5c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 4 van de Beroepswet en artikel 5 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie wordt de aanbeveling ten behoeve van de vervulling van een functie als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 2, tweede lid, onderdeel a of b, van de Beroepswet of artikel 3, tweede lid, onderdeel a of b, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, niet zijnde raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger, met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I door een persoon die met ingang van diezelfde dag wordt benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van het bestuur van een gerecht, opgemaakt en aan de Raad voor de rechtspraak gezonden door de commissie, bedoeld in het vierde lid, aanhef en onderdeel a tot en met p, in plaats van het bestuur van het gerecht, in geval van vervulling van een functie bij de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg, onderscheidenlijk het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de Centrale Raad van Beroep, onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
7.
In afwijking van artikel 5c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 4 van de Beroepswet en artikel 5 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie kan de commissie, bedoeld in het vierde lid, aanhef en onderdeel a tot en met p, in plaats van het bestuur van het gerecht, worden geadviseerd door de gerechtsvergaderingen van de rechtbanken te Assen, Groningen en Leeuwarden, onderscheidenlijk de gerechtsvergaderingen van de rechtbanken te Almelo, Arnhem, Zutphen en Zwolle-Lelystad, onderscheidenlijk de gerechtsvergaderingen van de rechtbanken te Utrecht en Zwolle-Lelystad, onderscheidenlijk de gerechtsvergadering van de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de gerechtsvergaderingen van de rechtbanken te Alkmaar en Haarlem, onderscheidenlijk de gerechtsvergadering van de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de gerechtsvergaderingen van de rechtbanken te Dordrecht en Rotterdam, onderscheidenlijk de gerechtsvergaderingen van de rechtbanken te Breda en Middelburg, onderscheidenlijk de gerechtsvergadering van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de gerechtsvergaderingen van de rechtbanken te Maastricht en Roermond, onderscheidenlijk de gerechtsvergaderingen van de gerechtshoven te Arnhem en Leeuwarden, onderscheidenlijk de gerechtsvergadering van het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de gerechtsvergadering van het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk de gerechtsvergadering van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de gerechtsvergadering van de Centrale Raad van Beroep, onderscheidenlijk de gerechtsvergadering van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, inzake de lijst van aanbeveling ten behoeve van de vervulling van een functie als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 2, tweede lid, onderdeel a of b, van de Beroepswet of artikel 3, tweede lid, onderdeel a of b, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, niet zijnde raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger, bij de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg, onderscheidenlijk het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de Centrale Raad van Beroep, onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven, met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I, voor zover het kandidaten betreft die met ingang van diezelfde dag worden benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van het bestuur van datzelfde gerecht en die met ingang van diezelfde dag nog niet ingevolge artikel CVIII, eerste en derde lid, of artikel CIX, eerste en derde lid, bij diezelfde rechtbank of datzelfde gerechtshof, onderscheidenlijk bij de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven, als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, onderscheidenlijk als lid met rechtspraak belast werkzaam zijn.
8.
Degenen die met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I worden benoemd als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Noord-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Midden-Nederland, onderscheidenlijk de rechtbank Amsterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Noord-Holland, onderscheidenlijk de rechtbank Den Haag, onderscheidenlijk de rechtbank Rotterdam, onderscheidenlijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Oost-Brabant, onderscheidenlijk de rechtbank Limburg, onderscheidenlijk het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Den Haag, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, onderscheidenlijk het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de Centrale Raad van Beroep, onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven worden van rechtswege tot en met de dag van inwerkingtreding van artikel I belast met de tijdelijke waarneming van de functie van voorzitter van de besturen van de rechtbanken te Assen, Groningen en Leeuwarden, onderscheidenlijk de besturen van de rechtbanken te Almelo, Arnhem, Zutphen, onderscheidenlijk de besturen van de rechtbanken te Utrecht en Zwolle-Lelystad, onderscheidenlijk het bestuur van de rechtbank te Utrecht, onderscheidenlijk het bestuur van de rechtbank te Amsterdam, onderscheidenlijk de besturen van de rechtbanken te Alkmaar en Haarlem, onderscheidenlijk het bestuur van de rechtbank te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk de besturen van de rechtbanken te Dordrecht en Rotterdam, onderscheidenlijk de besturen van de rechtbanken te Breda en Middelburg, onderscheidenlijk het bestuur van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk de besturen van de rechtbanken te Maastricht en Roermond, onderscheidenlijk de besturen van de gerechtshoven te Arnhem en Leeuwarden, onderscheidenlijk het bestuur van het gerechtshof te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het bestuur van het gerechtshof te Amsterdam, onderscheidenlijk het bestuur van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk het bestuur van de Centrale Raad van Beroep, onderscheidenlijk het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over een toelage voor de in de eerste volzin bedoelde personen.
1.
Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd in het ambt van hoofdofficier en voor wie op diezelfde dag is vastgesteld dat zij het ambt van hoofdofficier vervullen bij het arrondissementsparket te Groningen, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Arnhem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Utrecht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Haarlem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Breda, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Maastricht, wordt die benoeming van rechtswege gewijzigd in een benoeming als hoofdofficier van justitie en wordt die vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij hun ambt vervullen bij het arrondissementsparket Noord-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Midden-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Noord-Holland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Den Haag, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Limburg. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
2.
Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd in het ambt van hoofdofficier en voor wie op dezelfde dag is vastgesteld dat zij dat ambt vervullen bij het arrondissementsparket te Assen of Leeuwarden, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Almelo, Zutphen of Zwolle-Lelystad, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Alkmaar, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Dordrecht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Middelburg, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Roermond, wordt die benoeming van rechtswege gewijzigd in een benoeming als plaatsvervangend hoofdofficier van justitie en wordt die vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij hun ambt vervullen bij het arrondissementsparket Noord-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Noord-Holland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Limburg. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
3.
In afwijking van artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt degene voor wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is vastgesteld dat hij het ambt van hoofdofficier vervult bij het arrondissementsparket te Zwolle-Lelystad onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Assen, Leeuwarden, Alkmaar, Middelburg of Roermond, en voor wie de benoeming in het ambt van hoofdofficier ingevolge het tweede lid wordt gewijzigd in een benoeming als plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, voor de bepaling van zijn salaris ingedeeld in de in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren vermelde categorie 4 onderscheidenlijk categorie 5, voor zolang hij het ambt van plaatsvervangend hoofdofficier van justitie vervult.
4.
Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I in het ambt van fungerend hoofdofficier zijn benoemd en voor wie op dezelfde dag is vastgesteld dat zij dat ambt vervullen bij het arrondissementsparket te Arnhem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Zwolle-Lelystad, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Haarlem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Hertogenbosch, wordt die benoeming van rechtswege gewijzigd in een benoeming als plaatsvervangend hoofdofficier van justitie en wordt die vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij hun ambt vervullen bij het arrondissementsparket Oost-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Midden-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Noord-Holland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Den Haag, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Brabant. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
5.
Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I in het ambt van plaatsvervangend hoofdofficier zijn benoemd en voor wie op dezelfde dag is vastgesteld dat zij dat ambt vervullen bij het arrondissementsparket te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Almelo of Zutphen, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Utrecht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Alkmaar, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Maastricht of Roermond, wordt die benoeming van rechtswege gewijzigd in een benoeming als plaatsvervangend hoofdofficier van justitie en wordt die vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij hun ambt vervullen bij het arrondissementsparket Noord-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Midden-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Noord-Holland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Limburg. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
6.
Ten aanzien van degenen voor wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is vastgesteld dat zij het ambt van senior officier van justitie A, senior officier van justitie, officier van justitie, substituut-officier van justitie, plaatsvervangend officier van justitie, officier enkelvoudige zittingen, plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen of rechterlijk ambtenaar in opleiding vervullen bij het arrondissementsparket te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Almelo, Arnhem of Zutphen, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Utrecht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Maastricht of Roermond, wordt die vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij datzelfde ambt vervullen bij het arrondissementsparket Noord-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Midden-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Noord-Holland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Den Haag, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Limburg. Ten aanzien van degenen voor wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is vastgesteld dat zij het ambt van senior officier van justitie A, senior officier van justitie, officier van justitie, substituut-officier van justitie, plaatsvervangend officier van justitie, officier enkelvoudige zittingen, plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen of rechterlijk ambtenaar in opleiding vervullen bij het arrondissementsparket te Zwolle-Lelystad, wordt die vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij datzelfde ambt vervullen bij het arrondissementsparket Oost-Nederland, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit de gemeente Zwolle, onderscheidenlijk bij het arrondissementsparket Midden-Nederland, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit de gemeente Lelystad.
7.
Ten aanzien van de plaatsvervangende officieren van justitie en de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I hun ambt bij het arrondissementsparket te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Almelo, Arnhem of Zutphen, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Utrecht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Maastricht of Roermond, op basis van een aanwijzing vervullen, wordt de aanwijzing van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanwijzing bij het arrondissementsparket Noord-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Midden-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Noord-Holland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Den Haag, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Limburg. Ten aanzien van de plaatsvervangende officieren van justitie en plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I hun ambt bij het arrondissementsparket te Zwolle-Lelystad vervullen, wordt de aanwijzing van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanwijzing bij het arrondissementsparket Oost-Nederland, indien zij het ambt direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit de gemeente Zwolle, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Midden-Nederland, indien zij het ambt direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit de gemeente Lelystad.
8.
De tewerkstellingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met zevende lid, op basis van een aanstelling in vaste dienst werkzaam zijn bij het arrondissementsparket te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Almelo, Arnhem of Zutphen, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Utrecht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Maastricht of Roermond, worden van rechtswege gewijzigd in een tewerkstelling in dezelfde functie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Midden-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Noord-Holland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Den Haag, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Limburg. De tewerkstellingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met zevende lid, op basis van een aanstelling in vaste dienst werkzaam zijn bij het arrondissementsparket te Zwolle-Lelystad, worden van rechtswege gewijzigd in een tewerkstelling in dezelfde functie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland, indien voor hen direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I de gemeente Zwolle als standplaats is aangewezen, onderscheidenlijk bij het arrondissementsparket Midden-Nederland, indien voor hen direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I de gemeente Lelystad als standplaats is aangewezen.
9.
Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I op basis van een aanstelling in tijdelijke dienst in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met zevende lid, werkzaam zijn bij het arrondissementsparket te Assen, Groningen of Leeuwarden, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Almelo, Arnhem of Zutphen, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Utrecht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Alkmaar of Haarlem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Dordrecht of Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Breda of Middelburg, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Maastricht of Roermond, wordt de aanstelling van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanstelling bij het arrondissementsparket Noord-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Midden-Nederland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Noord-Holland, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Den Haag, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Oost-Brabant, onderscheidenlijk het arrondissementsparket Limburg. Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I op basis van een aanstelling in tijdelijke dienst in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met zevende lid, werkzaam zijn bij het arrondissementsparket te Zwolle-Lelystad, wordt de aanstelling van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanstelling bij het arrondissementsparket Oost-Nederland, indien voor hen direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I de gemeente Zwolle als standplaats is aangewezen, onderscheidenlijk bij het arrondissementsparket Midden-Nederland, indien voor hen direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I de gemeente Lelystad als standplaats is aangewezen.
Artikel CXII. (Overgangsrecht functionarissen landelijk parket, functioneel parket, parket-generaal)
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I in het ambt van hoofdofficier onderscheidenlijk plaatsvervangend hoofdofficier zijn benoemd en voor wie op dezelfde dag is vastgesteld dat zij dat ambt vervullen bij het landelijk parket, het functioneel parket of het parket-generaal, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als hoofdofficier van justitie onderscheidenlijk plaatsvervangend hoofdofficier van justitie. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
1.
Ten aanzien van degenen voor wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is vastgesteld dat zij het ambt van hoofdadvocaat-generaal, plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal, senior advocaat-generaal, advocaat-generaal of plaatsvervangend advocaat-generaal vervullen bij het ressortsparket te Arnhem, Leeuwarden, Amsterdam, ’s-Gravenhage of ’s-Hertogenbosch, wordt die vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij datzelfde ambt vervullen bij het ressortsparket.
2.
In afwijking van artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I het ambt van hoofdadvocaat-generaal vervult en voor wie ingevolge het eerste lid de vaststelling van het parket waarbij hij dat ambt vervult wordt gewijzigd, voor de bepaling van zijn salaris ingedeeld in de in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren vermelde categorie 5, voor zolang hij het ambt van hoofdadvocaat-generaal vervult.
3.
Ten aanzien van de plaatsvervangende advocaten-generaal die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I hun ambt bij het ressortsparket te Arnhem, Leeuwarden, Amsterdam, ’s-Gravenhage of ’s-Hertogenbosch op basis van een aanwijzing vervullen, wordt de aanwijzing van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanwijzing bij het ressortsparket.
4.
De tewerkstellingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met derde lid, op basis van een aanstelling in vaste dienst werkzaam zijn bij het ressortsparket te Arnhem, Leeuwarden, Amsterdam, ’s-Gravenhage of ’s-Hertogenbosch, worden van rechtswege gewijzigd in een tewerkstelling in dezelfde functie bij het ressortsparket.
5.
Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I op basis van een aanstelling in tijdelijke dienst in een functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met derde lid, werkzaam zijn bij het ressortsparket te Arnhem, Leeuwarden, Amsterdam, ’s-Gravenhage of ’s-Hertogenbosch, wordt de aanstelling van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanstelling bij het ressortsparket.
Artikel CXIV. (Overgangsrecht arrondissementsparketten)
In afwijking van artikel 136, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan gedurende een periode van ten hoogste drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I bij een arrondissementsparket een tweede plaatsvervangend hoofdofficier van justitie werkzaam zijn.
1.
Besluiten of andere handelingen van het bestuur of de president van het hieronder in de linkerkolom genoemde gerecht waarbij ambtenaren of gewezen ambtenaren, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I bij dat gerecht werkzaam zijn of zijn geweest, als zodanig belanghebbende zijn, dan wel waarbij hun rechtverkrijgenden of nagelaten betrekkingen belanghebbende zijn, worden van rechtswege aangemerkt als besluiten of andere handelingen van het bestuur of de president van het daarbij in de rechterkolom genoemde gerecht.
2.
Besluiten of andere handelingen van het hoofd van het hieronder in de linkerkolom genoemde parket waarbij ambtenaren of gewezen ambtenaren, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I bij dat gerecht werkzaam zijn of zijn geweest, als zodanig belanghebbende zijn, dan wel waarbij hun rechtverkrijgenden of nagelaten betrekkingen belanghebbende zijn, worden van rechtswege aangemerkt als besluiten of andere handelingen van het hoofd van het daarbij in de rechterkolom genoemde parket.
3.
In afwijking van het eerste en tweede lid worden besluiten of andere handelingen van het bestuur of de president van de rechtbank te Zwolle-Lelystad onderscheidenlijk het hoofd van het arrondissementsparket te Zwolle-Lelystad waarbij ambtenaren, bedoeld in artikel CVIII, eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid, onderscheidenlijk artikel CXI, vierde en zesde tot en met negende lid, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I bij die rechtbank of dat parket werkzaam zijn en hun ambt gewoonlijk vervullen in of vanuit de gemeente Lelystad dan wel voor wie op die dag de gemeente Lelystad als standplaats is aangewezen, als zodanig belanghebbende zijn, van rechtswege aangemerkt als besluiten of andere handelingen van het bestuur of de president van de rechtbank Midden-Nederland onderscheidenlijk het hoofd van het arrondissementsparket Midden-Nederland.
1.
In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij het bestuur onderscheidenlijk de president van een rechtbank of een gerechtshof op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is betrokken, treedt het bestuur onderscheidenlijk de president van het hieronder in de rechterkolom genoemde gerecht in de plaats van het bestuur onderscheidenlijk de president van het daarbij in de linkerkolom genoemde gerecht.
2.
In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij het hoofd van een arrondissementsparket of een ressortsparket op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is betrokken, treedt het hoofd van het parket van het hieronder in de rechterkolom genoemde parket in de plaats van het hoofd van het daarbij in de linkerkolom genoemde parket.
3.
In afwijking van het eerste en tweede lid treedt het bestuur of de president van de rechtbank Midden-Nederland onderscheidenlijk het hoofd van het arrondissementsparket Midden-Nederland in de plaats van het bestuur of de president van de rechtbank te Zwolle-Lelystad onderscheidenlijk het hoofd van het arrondissementsparket te Zwolle-Lelystad, indien de wettelijke procedure of het rechtsgeding betrekking heeft op een besluit of andere handeling waarbij een ambtenaar, bedoeld in artikel CVIII, eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid, onderscheidenlijk artikel CXI, vierde en zesde tot en met negende lid, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I bij de rechtbank te Zwolle-Lelystad onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Zwolle-Lelystad werkzaam is en zijn ambt gewoonlijk vervult in of vanuit de gemeente Lelystad dan wel voor wie op die dag de gemeente Lelystad als standplaats is aangewezen, als zodanig belanghebbende is.
1.
In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die op grond van artikel 26, zevende lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie wordt aangemerkt als een gedraging van het bestuur van een rechtbank of een gerechtshof, treedt het bestuur van het hieronder in de rechterkolom genoemde gerecht van rechtswege in de plaats van het bestuur van het daarbij in de linkerkolom genoemde gerecht.
2.
In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad is verzocht een vordering bij de Hoge Raad in te stellen tot het doen van een onderzoek naar een gedraging van een bij een rechtbank of gerechtshof werkzame rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast dan wel de Hoge Raad een vordering tot het doen van een onderzoek naar die gedraging in behandeling heeft genomen, treedt het bestuur van het in het eerste lid in de rechterkolom genoemde gerecht van rechtswege in de plaats van het bestuur van het daarbij in de linkerkolom genoemde gerecht.
3.
Zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I bij het bestuur van een rechtbank of gerechtshof over een gedraging van een bij dat gerecht werkzame ambtenaar een klacht is ingediend dan wel door dat bestuur een klacht in behandeling is genomen, gaan van rechtswege over van het bestuur van het in het eerste lid in de linkerkolom genoemde gerecht naar het bestuur van het daarbij in de rechterkolom genoemde gerecht.
1.
De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten wijst, na daaromtrent het gevoelen te hebben ingewonnen van de orden van advocaten in de arrondissementen zoals deze bestonden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, de personen aan die vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I als deken of overige leden zitting hebben in de raden van toezicht, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Advocatenwet, voor een termijn van ten hoogste drie maanden. Binnen die termijn geven de orden uitvoering aan artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet.
2.
Archiefbescheiden van de orde van advocaten en de raad van toezicht in het hieronder in de linkerkolom genoemde arrondissement worden overgedragen aan de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het daarbij in de rechterkolom genoemde arrondissement, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
3.
In afwijking van artikel 20, tweede lid, van de Advocatenwet blijft het college van afgevaardigden, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Advocatenwet, samengesteld zoals deze was samengesteld op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I voor een termijn van ten hoogste drie maanden. Binnen die termijn geven de orden van advocaten in de arrondissementen uitvoering aan artikel 20, eerste lid, van de Advocatenwet.
4.
De raden van discipline, bedoeld in artikel 46a van de Advocatenwet, in onderscheidenlijk de ressorten Amsterdam, Den Haag en ’s-Hertogenbosch worden voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Advocatenwet aangemerkt als voortzetting van de raden van discipline in onderscheidenlijk de ressorten Amsterdam, ’s-Gravenhage en ’s-Hertogenbosch zoals deze bestonden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I.
5.
Voor de toepassing van bepalingen inzake de behandeling van geschillen terzake van beslissingen van een hieronder in de linkerkolom genoemde raad van discipline die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I zijn genomen, worden deze beslissingen aangemerkt als beslissingen van de daarbij in de rechterkolom genoemde raad van discipline.
6.
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zitting hebben als plaatsvervangend voorzitter, lid-advocaat of plaatsvervangend lid-advocaat in de raad van discipline in het ressort Arnhem of in het ressort Leeuwarden worden van rechtswege gewijzigd in dezelfde benoeming bij de raad van discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden.
7.
De zaken die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I aanhangig waren bij de raden van discipline in de ressorten Arnhem en Leeuwarden worden voor verdere behandeling overgedragen aan de raad van discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden.
8.
Archiefbescheiden van de raden van discipline in de ressorten Arnhem en Leeuwarden worden overgedragen aan de raad van discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
9.
De raad van discipline in het ressort Amsterdam blijft bevoegd de op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I aldaar aanhangige zaken af te doen die betrekking hebben op advocaten, kantoor houdende in de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren.
10.
Op de bevoegdheid van in de in het negende lid bedoelde gemeenten als advocaat kantoor houdende leden-advocaten, plaatsvervangende leden-advocaten en griffier ten aanzien van zaken die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I aanhangig waren bij de raad van discipline in het ressort Amsterdam, blijft het recht zoals het gold vóór dat tijdstip van toepassing.
Artikel CXVII. (Overgangsrecht gerechtsdeurwaarders)
De leden en hun plaatsvervangers die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel VII, onderdeel F, zitting hadden in de ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders namens het ressort Amsterdam onderscheidenlijk het ressort ’s-Gravenhage onderscheidenlijk het ressort ’s-Hertogenbosch onderscheidenlijk de ressorten Arnhem en Leeuwarden, worden aangemerkt als leden en hun plaatsvervangers namens het ressort Amsterdam onderscheidenlijk het ressort Den Haag onderscheidenlijk het ressort ’s-Hertogenbosch onderscheidenlijk het ressort Arnhem-Leeuwarden, met dien verstande dat de termijn waarvoor zij waren gekozen niet opnieuw aanvangt.
1.
Het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie wijst, na daaromtrent het gevoelen te hebben ingewonnen van de ringbesturen zoals deze bestonden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, de personen aan die vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I als voorzitter of als lid zitting hebben in de ringbesturen voor een termijn van ten hoogste drie maanden. Binnen die termijn geven de ringvergaderingen uitvoering aan artikel 85 van de Wet op het notarisambt.
2.
Archiefbescheiden van de ringvergadering onderscheidenlijk het ringbestuur in het hieronder in de linkerkolom genoemde arrondissement worden overgedragen aan de ringvergadering onderscheidenlijk het ringbestuur in het daarbij in de rechterkolom genoemde arrondissement, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
3.
In afwijking van artikel 67, eerste lid, van de Wet op het notarisambt blijft de ledenraad van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie samengesteld zoals deze was samengesteld op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I totdat overeenkomstig het eerste lid, tweede volzin, nieuwe ringbesturen zijn gevormd en de ringvergaderingen uitvoering hebben gegeven aan artikel 67, tweede lid, van de Wet op het notarisambt.
4.
Personen die overeenkomstig het eerste lid, tweede volzin, onderscheidenlijk het derde lid worden benoemd als lid of plaatsvervanger in het ringbestuur of worden gekozen als lid of plaatsvervanger in de ledenraad kunnen niet worden herbenoemd onderscheidenlijk herkozen, indien zij op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I reeds drie jaren of langer lid of plaatsvervanger waren in een ringbestuur onderscheidenlijk de ledenraad.
1.
Indien artikel I van deze wet in werking treedt voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel PP, van de wet van 29 september 2011 tot wijziging van de Wet op het notarisambt naar aanleiding van de evaluatie van die wet, alsmede regeling van enkele andere onderwerpen in die wet en wijziging van de Wet op het centraal testamentenregister en van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Stb. 470) in werking treedt, blijft voor de toepassing van artikel 93 van de Wet op het notarisambt het recht gelden dat gold voor de inwerkingtreding van artikel I van deze wet, en blijven de bestaande kamers van toezicht bevoegd totdat zij van rechtswege worden ontbonden.
2.
Na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel PP, van de wet van 29 september 2011 tot wijziging van de Wet op het notarisambt naar aanleiding van de evaluatie van die wet, alsmede regeling van enkele andere onderwerpen in die wet en wijziging van de Wet op het centraal testamentenregister en van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Stb. 470) is de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam bevoegd om de op grond van artikel VII van die wet door de kamer van toezicht te Amsterdam over te dragen zaken af te doen, die betrekking hebben op notarissen en kandidaat-notarissen in de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren.
2.
De kamers voor het notariaat in onderscheidenlijk de ressorten Amsterdam, Den Haag en ’s-Hertogenbosch worden voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Wet op het notarisambt aangemerkt als voortzetting van de kamers voor het notariaat in onderscheidenlijk de ressorten Amsterdam, ’s-Gravenhage en ’s-Hertogenbosch zoals deze bestonden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I.
3.
De ledenraad van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie wijst, na daaromtrent het gevoelen van de ringbesturen zoals deze bestonden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I te hebben ingewonnen, de personen aan die vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I als leden en plaatsvervangers in de zin van artikel 94, zevende lid, van de Wet op het notarisambt zitting hebben in de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden. Als leden en plaatsvervangers kunnen slechts worden aangewezen personen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I reeds lid of plaatsvervanger waren in de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem of in het ressort Leeuwarden. Zo spoedig mogelijk nadat overeenkomstig het eerste lid, tweede volzin, nieuwe ringbesturen zijn gevormd in het ressort Arnhem-Leeuwarden en overeenkomstig het derde lid de ledenraad van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie opnieuw is samengesteld, doen de ringbesturen aan de ledenraad een voordracht als bedoeld in artikel 94, zevende lid, tweede volzin, van de Wet op het notarisambt, voor de benoeming van leden en plaatsvervangers in de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden, waarna de ledenraad uitvoering geeft aan artikel 94, zevende lid, tweede en vijfde volzin, van die wet.
4.
Leden van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden en hun plaatsvervangers kunnen niet worden herbenoemd, indien zij op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I reeds vier jaren of langer lid waren van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem of het ressort Leeuwarden.
5.
De zaken die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I aanhangig waren bij de kamers voor het notariaat in de ressorten Arnhem en Leeuwarden worden voor verdere behandeling overgedragen aan de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden.
6.
Archiefbescheiden van de kamers voor het notariaat in de ressorten Arnhem en Leeuwarden worden overgedragen aan de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
7.
De kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam blijft bevoegd de op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I aldaar aanhangige zaken af te doen die betrekking hebben op notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen in de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren.
1.
[Wijzigt de Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie.]
2.
[Wijzigt de Wijzigingswet Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie (behandeling vreemdelingenzaken en enkele wetstechnische aanpassingen) (Stb. 2011/256).]
Artikel CXX
[Wijzigt deze wet.]
Artikel CXXI
[Wijzigt de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (KST. 32450).]
Artikel CXXII
[Wijzigt deze wet.]
Artikel CXXIII
[Wijzigt de Advocatenwet.]
Artikel CXXIV
[Wijzigt de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (Stb. 2012/299).]
Artikel CXXV
[Wijzigt de Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (Stb. 2012/300).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wijzigingswet op het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten (KST. 31766).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (KST. 31996).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wet hervorming herziening ten voordele.]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wet cliëntenrechten zorg (KST. 32402)]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Aanbestedingswet 20.. (KST. 32440).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wijzigingswet Wetboek van Strafrecht, enz. (verruiming mogelijkheden tot opsporing en vervolging van internationale misdrijven) (KST. 32475).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (KST. 32550).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied (KST. 32768).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting.]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wijzigingswet Uitvoeringswet verordening Europese betalingsbevelprocedure (concentratie Europese betalingsbevelprocedure) (KST. 32834).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2011.]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (KST. 32885).]
Artikel CXXXVIII
[Wijzigt deze wet.]
Artikel CXXXIX
[Wijzigt de Wijzigingswet Pensioenwet (medezeggenschap van pensioengerechtigden in pensioenfondsbesturen) (KST. 31537).]
Artikel CXL
[Wijzigt deze wet.]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2
[Wijzigt de Wet College voor de rechten van de mens (KST. 32467).]
Artikel CXLII
[Wijzigt deze wet.]
1.
Indien het bij koninklijke boodschap van 24 juli 2010 ingediende voorstel van Wet aanpassing bestuursprocesrecht (32 450) tot wet is of wordt verheven en deel A, artikel I, onderdeel CCCCC, voor zover het betreft hoofdstuk 3 van bijlage 2 (Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak), van die wet in werking treedt na het tijdstip waarop artikel I van deze wet in werking treedt, worden wettelijke bepalingen waarin beroep is opengesteld bij de hieronder in de linkerkolom genoemde rechtbank gelezen als wettelijke bepalingen waarin beroep is opengesteld bij de daarbij in de rechterkolom genoemde rechtbank.
2.
Indien het bij koninklijke boodschap van 24 juli 2010 ingediende voorstel van Wet aanpassing bestuursprocesrecht (32 450) tot wet is of wordt verheven en deel A, artikel I, onderdeel CCCCC, voor zover het betreft hoofdstuk 3 van bijlage 2 (Bevoegdheidsverdeling bestuursrechtspraak), van die wet in werking treedt na het tijdstip waarop artikel I van deze wet in werking treedt, worden wettelijke bepalingen waarin beroep is opengesteld bij de rechtbank Zwolle-Lelystad, tot kennisneming waarvan de rechtbank Midden-Nederland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel bevoegd is, gelezen als wettelijke bepalingen waarin beroep is opengesteld bij de rechtbank Midden-Nederland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel.
Artikel CXLIV
[Wijzigt deze wet.]
Artikel CXLIVa
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel CXLIVb
Onze Minister van Veiligheid en Justitie zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
1.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld en wat betreft artikel CX, vierde tot en met zevende lid, kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.
2.
Artikel II, onderdelen GG, onder 2, HH, onder 1, JJ en KK, en artikel XI, onderdeel A, treden niet eerder in werking dan vijf jaren nadat artikel I in werking is getreden.
Artikel CXLVI
Deze wet wordt aangehaald als: Wet herziening gerechtelijke kaart.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 12 juli 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Uitgegeven de dertiende juli 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Wijziging van wetten op het terrein van rechtspleging en juridische beroepen
+ Hoofdstuk II. Wijziging van overige wetten
+ Hoofdstuk III. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht