1.
Onder identiteitsdocument, als bedoeld in artikel 1, wordt verstaan:
a. een geldige identiteitskaart als bedoeld in de Wet identiteitskaarten BES; of
b. een geldig reisdocument, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Paspoortwet (Stb. 1991, 498); of
c. een geldig rijbewijs, als bedoeld in de wegenverkeerswetgeving van Bonaire, Sint Eustatius en Saba; of
d. de documenten, waarover een vreemdeling ingevolge de Wet toelating en uitzetting BES moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie; of
e. het door de Minister van Justitie vastgestelde identiteitsdocument, dat betrekking heeft op de minderjarige, die ingevolge de Wet identiteitskaarten BES niet verplicht is om in het bezit te zijn van een identiteitskaart.
2.
Onze Minister van Justitie kan, al dan niet voor een bepaald tijdvak, andere dan de in het eerste lid bedoelde documenten aanwijzen ter vaststelling van de identiteit van personen.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht