1.
Het forfaitaire voordeel bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a, wordt gesteld op 4% per jaar van de waarde in het economische verkeer die bij het begin van het kalenderjaar aan de tot het aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen kan worden toegekend, verminderd met de overige op grond van artikel 4.12, onderdeel a, ter zake van die aandelen of winstbewijzen in aanmerking genomen reguliere voordelen, doch niet verder dan tot nihil.
2.
Het voordeel wordt naar tijdsgelang berekend. Indien de aandelen of winstbewijzen niet het gehele kalenderjaar tot het aanmerkelijk belang hebben behoord, worden bij de berekening van het voordeel gedeelten van kalendermaanden verwaarloosd.
3.
Indien de vennootschap na het begin van het kalenderjaar is opgericht, treedt voor de toepassing van het eerste lid de datum van oprichting in de plaats van het begin van het kalenderjaar.
4.
Voorzover tot de directe of indirecte bezittingen van de vennootschap aandelen in, lidmaatschapsrechten van en belangen bij een ander lichaam behoren, worden niet de bezittingen van het andere lichaam maar die aandelen, lidmaatschapsrechten en belangen als bezittingen van de vennootschap in aanmerking genomen indien de feitelijke werkzaamheden van het andere lichaam aanmerkelijk verschillen van beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden.
5.
Voor de toepassing van artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a, wordt onder een niet in Nederland gevestigde vennootschap mede verstaan een in Nederland gevestigde vennootschap die een buiten Nederland aanwezige vaste inrichting heeft waarvan, of een vaste vertegenwoordiger buiten Nederland heeft van wie de feitelijke werkzaamheden niet aanmerkelijk verschillen van beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden.
6.
Voor de toepassing van artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a:
a. worden onder bezittingen mede verstaan: goederen die niet aan een vennootschap toebehoren voorzover de waardeveranderingen die vennootschap aangaan of voorzover die vennootschap tot de opbrengsten van die goederen gerechtigd is;
b. worden onder beleggingen mede verstaan: banktegoeden en andere schuldvorderingen, met uitzondering van vorderingen die voortvloeien uit feitelijke werkzaamheden van een vennootschap die aanmerkelijk verschillen van beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden.
7.
Voor de toepassing van het eerste lid worden bij de bepaling van de waarde in het economische verkeer van het aanmerkelijk belang in de vennootschap de in het zesde lid, onderdeel a, bedoelde goederen gewaardeerd met inachtneming van de in artikel 5.22 bedoelde algemene maatregel van bestuur.
8.
Het forfaitaire voordeel, bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op een aanmerkelijk belang in:
a. banken, hypotheekbanken en verzekeringsmaatschappijen die officieel zijn genoteerd op bij ministeriële regeling aan te wijzen effectenbeurzen;
b. vennootschappen waarvan de feitelijke werkzaamheden aanmerkelijk verschillen van beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden;
c. vennootschappen die zijn onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing.
9.
Indien tot het vermogen van een in Nederland gevestigde vennootschap in enigszins belangrijke mate, direct of indirect, aandelen in of winstbewijzen van een vennootschap als bedoeld in het eerste lid behoren, worden deze aandelen of winstbewijzen voor de toepassing van dit artikel geacht toe te behoren aan diegenen bij wie het belang bij de eerstgenoemde vennootschap berust. De aandelen en winstbewijzen worden toegerekend naar evenredigheid van ieders belang. Het in een kalenderjaar in aanmerking te nemen voordeel wordt verminderd met een evenredig gedeelte van het voordeel dat door de vennootschap of indirect door een andere zodanige vennootschap op de aandelen en winstbewijzen in een in het eerste lid bedoelde vennootschap in dat kalenderjaar als beleggingsopbrengst voor de heffing van de vennootschapsbelasting in aanmerking is genomen.
10.
Het vierde tot en met achtste lid van dit artikel zijn niet van toepassing voor de bepaling van het forfaitaire voordeel uit aandelen in of winstbewijzen van een lichaam als bedoeld in artikel 6a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het negende lid is niet van toepassing met betrekking tot aandelen en winstbewijzen ter zake waarvan bij een in Nederland gevestigde vennootschap artikel 3.29a toepassing vindt, dan wel geen toepassing vindt omdat die vennootschap een lichaam is als bedoeld in artikel 6a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
1.
Kosten van reguliere voordelen zijn de daarop drukkende kosten voorzover zij zijn gemaakt tot verwerving, inning en behoud van die voordelen en in hun totale omvang niet overtreffen wat gebruikelijk is.
2.
Bij de bepaling van de kosten van reguliere voordelen blijven renten en kosten van schulden die corresponderen met geldvorderingen als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, buiten aanmerking.
3.
Voorzover in verband met de voldoening van aftrekbare kosten schulden ontstaan waarvan de verplichting tot betaling – anders dan voor het geval van overlijden of arbeidsongeschiktheid van de belastingplichtige – rechtens, al dan niet voorwaardelijk, of in feite, direct of indirect, is beperkt, zijn deze kosten niet aftrekbaar.
4.
Tot de kosten behoren niet:
a. geheven dividendbelasting en kansspelbelasting;
b. belasting die buiten Nederland in enige vorm naar het inkomen of bestanddelen van het inkomen wordt geheven indien voor de belastingplichtige ter zake daarvan een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Raamwerk
+ Hoofdstuk 3. Heffingsgrondslag bij werk en woning
- Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang
+ Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen
+ Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek
+ Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen
+ Hoofdstuk 8. Heffingskorting
+ Hoofdstuk 9. Wijze van heffing
+ Hoofdstuk 10. Aanvullende regelingen
+ Hoofdstuk 10bis. Overgangsrecht ten gevolge van Wet herziening fiscale behandeling eigen woning
+ Hoofdstuk 10A. Overig overgangsrecht ten gevolge van wijzigingswetten
+ Hoofdstuk 10b. Horizonbepaling
+ Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken