Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 36 Wet investeren in jongeren

Uitgebreide informatie
1.
De hoogte van de inkomensvoorziening is het verschil tussen het inkomen en de inkomensvoorzieningsnorm.
2.
In de inkomensvoorziening is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 5 procent van die inkomensvoorziening.
3.
De inkomensvoorziening wordt verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de inkomensvoorziening verleent, op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet .
4.
Indien een van de gehuwden geen recht op inkomensvoorziening heeft, wordt zijn inkomen slechts in aanmerking genomen voor zover het inkomen van de gehuwden tezamen, met inbegrip van de inkomensvoorziening die zou worden verleend indien zijn inkomen niet in aanmerking wordt genomen, meer zou bedragen dan:
a. indien de echtgenoot die geen recht heeft op inkomensvoorziening jonger is dan 27 jaar, de norm voor gehuwden die van toepassing zou zijn geweest indien beide echtgenoten recht op inkomensvoorziening zouden hebben;
b. indien de echtgenoot die geen recht heeft op inkomensvoorziening 27 jaar of ouder is:
1°. indien de gehuwden geen te hunnen laste komende kinderen hebben:
a. indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt, de norm, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b;
b. indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt, de norm, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel c;
2°. indien de gehuwden een of meer te hunnen laste komende kinderen hebben:
a. indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt, de norm, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b;
b. indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt, de norm, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel c.
5.
In afwijking van het vierde lid wordt, indien de gehuwden gescheiden leven, doch niet duurzaam gescheiden, het inkomen van de niet-rechthebbende echtgenoot slechts in aanmerking genomen voor zover het:
a. indien hij geen ten laste komende kinderen heeft, de inkomensvoorzieningsnorm niet te boven gaat die van toepassing zou zijn indien hij een rechthebbende alleenstaande van 26 jaar was;
b. indien hij ten laste komende kinderen heeft, de inkomensvoorzieningsnorm niet te boven gaat die van toepassing zou zijn indien hij een rechthebbende alleenstaande ouder van 26 jaar was.
6.
Indien een jongere die recht heeft op een inkomensvoorziening in de omstandigheid verkeert dat hij, op basis van een overeenkomst met een ander persoon, met die ander persoon een kind overwegend in gelijke mate verzorgt en onderhoudt, zonder met die andere persoon een gezamenlijke huishouding te voeren, stemt het college de inkomensvoorziening af op die omstandigheid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Opdracht gemeentebestuur
+ Hoofdstuk 3. Recht op werkleeraanbod
- Hoofdstuk 4. Recht op inkomensvoorziening
+ Hoofdstuk 5. Plichten jongere
+ Hoofdstuk 6. Bevoegdheden en plichten college
+ Hoofdstuk 7. Terugvordering en verhaal
+ Hoofdstuk 8. Wijziging andere wetten
+ Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht