Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 42 Wet investeren in jongeren

Uitgebreide informatie
1.
Geen recht op de inkomensvoorziening bestaat:
a. indien de jongere het werkleeraanbod heeft geweigerd;
b. voor zover de jongere of zijn gezin een beroep kan doen op een naar zijn aard en doel als passend en toereikend aan te merken voorziening buiten deze wet, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven;
c. voor zover uit houding en gedragingen van de jongere ondubbelzinnig blijkt dat deze de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 5, niet wil nakomen;
d. indien de jongere wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan de arbeid, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is;
e. indien de jongere per kalenderjaar langer dan dertien weken verblijf houdt buiten Nederland, dan wel een aaneengesloten periode van langer dan vier weken verblijf houdt buiten Nederland;
f. indien het werkleeraanbod op grond van artikel 21 is ingetrokken, tenzij het werkleeraanbod is ingetrokken uitsluitend omdat het college van oordeel is dat om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet kan worden gevergd dat de jongere uitvoering geeft aan het werkleeraanbod;
g. indien de jongere rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
h. indien de jongere zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
i. indien de jongere zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;
j. gedurende de periode dat het recht op een werkleeraanbod is opgeschort;
k. indien de jongere 18, 19 of 20 jaar is en in een inrichting verblijft;
l. indien de jongere een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt of indien hij is gehuwd met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt;
m. indien de jongere onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of indien de jongere gehuwd is met een zodanig persoon, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij de jongere alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg ;
n. indien de jongere een zelfstandige is die aanspraak kan maken op bijstand op grond van artikel 78f van de Wet werk en bijstand ;
o. indien de jongere van het werkleeraanbod is uitgesloten op grond van artikel 22.
2.
Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen .
3.
De Wet werk en inkomen kunstenaars geldt niet als een voorziening als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Opdracht gemeentebestuur
+ Hoofdstuk 3. Recht op werkleeraanbod
- Hoofdstuk 4. Recht op inkomensvoorziening
+ Hoofdstuk 5. Plichten jongere
+ Hoofdstuk 6. Bevoegdheden en plichten college
+ Hoofdstuk 7. Terugvordering en verhaal
+ Hoofdstuk 8. Wijziging andere wetten
+ Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht