Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Wet investeren in jongeren

Uitgebreide informatie
1.
Op de jongere die op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, blijft de Wet werk en bijstand van toepassing tot het tijdstip waarop die jongere zijn recht op algemene bijstand verliest, met dien verstande dat die jongere in ieder geval met ingang van 1 juli 2010 het recht op algemene bijstand verliest.
2.
Gedurende de periode dat de jongere op grond van het eerste lid recht op algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand heeft, is deze wet niet een voorliggende voorziening in het kader van de uitvoering van de Wet werk en bijstand .
3.
Onverminderd het eerste lid blijft de Wet werk en bijstand van toepassing tot en met 31 december 2010 op de jongere die:
a. alleenstaande ouder is;
b. in een gemeente woont die deelneemt aan het experiment dat op het moment van inwerkingtreding van deze wet bestaat op grond van artikel 83 van de Wet werk en bijstand ; en
c. op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet algemene bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand en deze algemene bijstand sindsdien onafgebroken ontvangt.
4.
Artikel 7, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van het bij Koninklijke boodschap van 10 december 2009 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van de Wet investeren in jongeren en enkele andere wetten ter verduidelijking en verbetering van enige punten (Kamerstukken 32 260) nadat dat tot wet is verheven, blijft tot en met die dag van toepassing met betrekking tot inkomen uit studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten dat minder bedraagt dan het op grond van artikel 7, eerste lid, in aanmerking te nemen inkomen uit die bronnen.
Artikel 87. Aanwijzing minister
Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen constateert, aan het college, nadat het gedurende acht weken in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen. In een aanwijzing wordt een termijn opgenomen waarbinnen het college de uitvoering in overeenstemming heeft gebracht met deze aanwijzing.
Artikel 88. Toezicht op de naleving
Met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.
1.
Het college legt verantwoording af aan Onze Minister over de uitvoering van deze wet, op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet .
2.
Het college dient jaarlijks bij Onze Minister een beeld van de uitvoering in.
3.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het beeld van de uitvoering.
1.
Het college en de gemeenteraad verstrekken desgevraagd aan Onze Minister de inlichtingen die hij voor het toezicht, de statistiek, de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot deze wet nodig heeft.
2.
Onze Minister stelt een beleidsplan op dat het kader biedt waarbinnen hij de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, vraagt. Over het beleidsplan of een wijziging daarvan overlegt hij met de daartoe door hem aangewezen rechtspersoon die de gemeenten vertegenwoordigt.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het college en de gemeenteraad de in het eerste lid bedoelde inlichtingen verzamelen en verstrekken, waarbij kan worden bepaald dat categorieën van gemeenten bepaalde inlichtingen niet hoeven te verzamelen en te verstrekken.
4.
De inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, en het beeld van de uitvoering, bedoeld in artikel 89, worden kosteloos verstrekt.
Artikel 91. Begrip besluit, cassatie en onverwijlde financiële ondersteuning
De artikelen 79 , 80 en 81 van de Wet werk en bijstand zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 92. Evaluatie
Onze Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 93. Inwerkingtreding
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 94. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet investeren in jongeren.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Opdracht gemeentebestuur
+ Hoofdstuk 3. Recht op werkleeraanbod
+ Hoofdstuk 4. Recht op inkomensvoorziening
+ Hoofdstuk 5. Plichten jongere
+ Hoofdstuk 6. Bevoegdheden en plichten college
+ Hoofdstuk 7. Terugvordering en verhaal
+ Hoofdstuk 8. Wijziging andere wetten
- Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht