1.
Het tuchtproces in eerste aanleg vangt aan met de uitreiking door of namens de commandant aan de militair, van wie wordt vermoed dat hij een in deze rijkswet omschreven gedragsregel heeft geschonden, van een schriftelijk stuk, de beschuldiging, hetwelk een omschrijving inhoudt van deze schending.
2.
De commandant behoudt een afschrift van de beschuldiging.
3.
De datum van de uitreiking wordt aangetekend op het afschrift bedoeld in het voorgaande lid.
4.
Terzake van dezelfde gedraging kan slechts eenmaal een beschuldiging worden uitgereikt.
5.
Wijziging van de beschuldiging is voor de aanvang van het onderzoek mogelijk. In geen geval worden wijzigingen toegelaten die ten gevolge hebben dat de beschuldiging niet langer dezelfde gedraging in de zin van artikel 52, onder b zou inhouden. De wijziging wordt onverwijld, doch in ieder geval voor de aanvang van het onderzoek, aan de beschuldigde schriftelijk meegedeeld.
Artikel 52
De beschuldiging vermeldt:
a. de naam, rang en militaire eenheid van de betreffende militair;
b. de omschrijving van een of meer gedragingen die vermoedelijk de schending van een of meer gedragsregels inhouden met vermelding van feiten en omstandigheden waarop dat vermoeden is gegrond en met opgave van tijd en plaats waarop die gedraging of gedragingen hebben plaatsgevonden;
c. de mededeling dat de commandant heeft besloten terzake een onderzoek te houden;
d. het artikel of de artikelen op grond waarvan de beschuldiging wordt uitgereikt.
1.
Behoudens artikel 49, zesde lid, wordt geen beschuldiging uitgereikt indien er 21 dagen zijn verlopen nadat de gedraging heeft plaatsgevonden of, voor zover het betreft een vermoedelijke schending van een van de gedragsregels omschreven in de artikelen 6, 23, 26, 37 of 39, indien er 21 dagen zijn verlopen nadat de gedraging werd ontdekt of, indien toepassing is gegeven aan artikel 78, eerste lid, of 79, eerste lid, indien er 21 dagen zijn verlopen nadat de beslissing van het openbaar ministerie ter kennis is gekomen van de commandant.
2.
Geen beschuldiging wordt uitgereikt aan degene die feitelijk niet meer onder de wapenen verblijft.
3.
De in het eerste lid bedoelde termijn bedraagt 60 dagen indien in de beschuldiging is aangegeven dat de gedraging heeft plaatsgevonden terwijl de militair deelneemt aan een operatie in internationaal verband buiten het Koninkrijk en de militair en de commandant zich om redenen van dienst niet in hetzelfde land bevinden op het tijdstip waarop de gedraging volgens de beschuldiging eindigde.
4.
Voor de bepaling van de duur van de termijn waarbinnen een beschuldiging kan worden uitgereikt als bedoeld in het eerste lid, worden de dagen waarop verlof is verleend aan de militair aan wie de commandant voornemens is een beschuldiging uit te reiken, of de dagen waarop deze militair door ziekte of ongeoorloofde afwezigheid niet bij zijn eenheid aanwezig is, niet meegeteld.
5.
Geen beschuldiging wordt uitgereikt indien uit feiten of omstandigheden blijkt of redelijkerwijze moet worden vermoed dat er 60 dagen zijn verlopen nadat de gedraging heeft plaatsgevonden.
6.
Ingeval toepassing is gegeven aan artikel 78, eerste lid, of 79, eerste lid, wordt de in het vijfde lid genoemde termijn met 30 dagen verlengd.
7.
Een beschuldiging, uitgereikt in strijd met de voorgaande leden, wordt ingetrokken.
1.
Het tuchtproces in eerste aanleg eindigt:
a. met een beslissing als bedoeld in de artikelen 53, zevende lid, 76, eerste lid, 78, tweede lid, of 80, zesde lid;
b. van rechtswege indien er na 21 dagen sedert de aanvang van het tuchtproces geen beslissing is genomen als bedoeld in artikel 76, eerste lid, behoudens de verlenging van deze termijn ingevolge de artikelen 59, tweede lid, 64, tweede of derde lid, of 80, eerste lid;
c. van rechtswege bij ontslag uit de militaire dienst.
2.
Behoudens in het geval uitspraak is gedaan als bedoeld in artikel 76, eerste lid, deelt de commandant aan de beschuldigde schriftelijk mee dat het tuchtproces is geëindigd.
Artikel 55
Het feitelijk verblijf onder de wapenen kan door de beklagmeerdere worden verlengd voor het houden van een tuchtproces in eerste aanleg, behoudens in het geval bedoeld in artikel 80, eerste lid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Gedragsregels
+ Hoofdstuk III. Straffen
+ Hoofdstuk IV. Strafbevoegdheid
- Hoofdstuk V. Het tuchtproces
+ Hoofdstuk VI. Dwangmiddelen
+ Hoofdstuk VII. Krijgsgevangenen en geïnterneerde personen
+ Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken