1.
Is de commandant van oordeel dat een hem ter kennis gekomen gedraging een strafbaar feit betreft, dan is hij verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar, behoudens in het geval dat voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld op grond van het bepaalde in artikel 59 van het Wetboek van Militair Strafrecht.
2.
Indien de commandant na de uitreiking van de beschuldiging tot het oordeel komt dat de gedraging een strafbaar feit betreft, trekt hij de beschuldiging in, indien hij nog niet tot een uitspraak is gekomen.
1.
Indien een gedraging naar het oordeel van de commandant een van de strafbare feiten oplevert omschreven in de artikelen 267, aanhef en onder 1° en 2°, 300, eerste lid, 310, 311, eerste lid, aanhef en onder 4° en 5°, 321 of 350 van het Wetboek van Strafrecht of omschreven in de artikelen 96, aanhef en onder 2° en 3°, 98, aanhef en onder 2°, 166 of 169 van het Wetboek van Militair Strafrecht met dien verstande dat de duur van de in de artikelen 96 en 98 van het Wetboek van Militair Strafrecht genoemde ongeoorloofde afwezigheid ten hoogste acht dagen is en het openbaar ministerie bij het in artikel 81, eerste lid, bedoelde gerecht de commandant mededeelt dat het voorshands instemt met tuchtrechtelijke afdoening, kan de commandant een beschuldiging uitreiken, voor zover de gedraging tevens de schending van een gedragsregel van deze rijkswet inhoudt. Van de mededeling van het openbaar ministerie wordt aantekening gedaan in het stuk, bedoeld in artikel 76, eerste lid.
2.
De commandant zendt na het einde van het tuchtproces in eerste aanleg bericht omtrent de afloop daarvan aan het openbaar ministerie bij het in artikel 81, eerste lid, bedoelde gerecht.
3.
De toepassing van het bepaalde in het eerste lid doet niet af aan het formele recht tot strafvordering van het openbaar ministerie. Indien het strafbare feit wordt afgedaan met toepassing van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht of indien een vervolging terzake leidt tot een schuldigverklaring door de rechter, wordt bij het stellen van voorwaarden onderscheidenlijk bij de oplegging van een straf rekening gehouden met de wegens de schending van een gedragsregel van deze rijkswet opgelegde straf.
1.
Indien de commandant gedurende het tuchtproces meent dat een in de beschuldiging omschreven gedraging niet de schending van een dienstvoorschrift oplevert, omdat dit dienstvoorschrift naar zijn oordeel in strijd is met een hogere regeling, schorst hij het tuchtproces, voorzover het deze gedraging betreft. De termijn bedoeld in artikel 54, eerste lid, onder b, wordt in dat geval met de duur van de schorsing verlengd.
2.
Hij roept over de vermeende strijdigheid schriftelijk de beslissing in van het in artikel 81, eerste lid, bedoelde gerecht onder overlegging van de op de zaak betrekking hebbende stukken.
3.
Indien het gerecht beslist dat het dienstvoorschrift niet in strijd is met een hogere regeling, deelt het deze beslissing mee aan de commandant. Deze hervat het tuchtproces met inachtneming van die beslissing.
4.
Indien het tuchtproces terzake van andere gedragingen inmiddels is voortgezet en geëindigd met een uitspraak, hervat de commandant, nadat hij de beslissing van het gerecht heeft ontvangen, het op grond van het eerste lid geschorste tuchtproces. De commandant neemt daarbij de door hem gegeven uitspraak in acht. Artikel 75 is niet van toepassing met dien verstande dat een op te leggen straf gelijksoortig moet zijn aan de al opgelegde straf en het totaal het maximum niet te boven mag gaan.
5.
Indien de commandant reeds een beslissing heeft genomen als bedoeld in artikel 74, derde lid, of de straf van berisping heeft opgelegd, kan alsnog een straf of een andere straf worden opgelegd.
6.
Indien het gerecht beslist dat het dienstvoorschrift waaromtrent zijn beslissing is gevraagd in strijd is met een hogere regeling, spreekt het de beschuldigde vrij met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gedraging.
7.
Tegen de beslissing van het gerecht staat geen verdere voorziening open.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Gedragsregels
+ Hoofdstuk III. Straffen
+ Hoofdstuk IV. Strafbevoegdheid
- Hoofdstuk V. Het tuchtproces
+ Hoofdstuk VI. Dwangmiddelen
+ Hoofdstuk VII. Krijgsgevangenen en geïnterneerde personen
+ Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken